De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Toegang tot God

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Toegang tot God

4 minuten leestijd Arcering uitzetten

Zijn Machtige zal één van hem zijn, zijn Heerser zal uit zijn midden voortkomen. Ik zal Hem naderbij doen komen, en Hij zal tot Mij naderen. Want wie is hij die met zijn hart borg wordt om tot Mij te naderen? – spreekt de Heere. En u zult Mij tot een volk zijn en Ík zal u tot een God zijn. Jeremia 30:21,22

In het Oude Testament heeft de uitdrukking ‘tot de Heere naderen’ voornamelijk betrekking op de dienst van de priesters. Jeremia, zelf afkomstig uit een priestergeslacht, profeteert over Eén Die tot God zal naderen. Daarin licht iets op van het priester-zijn van Jezus Christus.

Tegen hun eigen verwachting in zijn de inwoners van het tweestammenrijk Juda weggevoerd in ballingschap. Wanneer vijandelijke legers het land binnenvielen, verwachtte men altijd wel weer dat de Heere ingreep. Zij waren toch immers het volk van het verbond?

Naar Babel

Dat Israël, het tienstammenrijk, in ballingschap werd gevoerd, dat lag naar hun idee voor de hand. Daar had de Baäldienst de dienst aan de Heere totaal verdrongen. In Juda waren er ook wel perioden geweest waarin de dienst aan de Heere onder druk stond, maar het was altijd weer goed gekomen. Men vertrouwde erop dat dat in de toekomst ook zou gebeuren. God zou hen wel behoeden voor een wegvoering zoals het tienstammenrijk die meemaakte. Maar het verliep anders. Het volk werd door eigen schuld naar Babel gevoerd. De gedachte dat men binnen enkele jaren weer terug zou keren naar het land van de belofte, werd door de werkelijkheid ingehaald.

Een eigen bestaan

In Babel maakte men van de nood een deugd. De draad van het leven werd weer opgepakt. Men maakte ervan wat er van te maken was. De oude Joodse handelsgeest bleek ondanks de wegvoering nog steeds springlevend te zijn. Men bouwde een eigen bestaan op. De dienst aan de Heere kreeg daarin zelfs een plaats. In aparte woonwijken werden synagogen gebouwd. Of men ooit nog teruggedacht heeft aan de profetie van Jesaja, waarin gesproken werd over een terugkeer na zeventig jaar, is de vraag.

God denkt daar wel aan. Jeremia profeteert: ‘Want zie, er komen dagen, spreekt de Heere, dat Ik een omkeer zal brengen in de gevangenschap van Mijn volk, Israël en Juda, zegt de Heere, en Ik hen zal terugbrengen naar het land dat Ik hun vaderen gegeven heb, en zij zullen het in bezit nemen.’ (30:3)

God grijpt onverdiend in. Het volk moet van genade leren leven. Mensen kunnen vanuit zichzelf niet voor God verschijnen. In de offerdienst kwam dat nog eens extra naar voren. Priesters naderden, nadat er geofferd werd, tot God. In Babel was dat onmogelijk. God blijkt echter voor Iemand te zorgen Die tot Hem kan naderen. Dat is advent in optima forma.

Tot God naderen

‘Zijn Machtige zal één van hem zijn, zijn Heerser zal uit zijn midden voortkomen. Ik zal Hem naderbij doen komen, en Hij zal tot Mij naderen.’ Zo op het eerste gezicht is dit een merkwaardige belofte. Ook al komt deze Machtige uit het geslacht van David en is Hij Een van hen, het verschil is groot. Deze Heerser, Die uit het midden van het volk voortkomt, is niet te vergelijken met voorgaande koningen. Deze Heerser is alle overheersers de baas. Hij is geen despoot of tiran. Dit is de Vredevorst.

Deze Heerser wordt toegestaan tot God te naderen. Het woord ‘naderen’ dat hier gebruikt wordt, betekent niet slechts dat Hij dichterbij komt. Hij nadert als Priester. Het ambt van koning en priester was strikt gescheiden, een enkele uitzondering daargelaten. Welke Heerser zal Priester kunnen zijn dan Jezus Christus. Door Hem Die nadert en naderen kan, is er toegang tot God.

Verwachting

‘Want wie is hij die met zijn hart borg wordt om tot Mij te naderen?’ Wie zou zijn leven wagen om tot Mij te naderen? Dat zou een mens niet eens kunnen. Laat staan dat hij het voor een ander zou kunnen doen. Ieder mens zit met zijn eigen schuld. Maar nu schept God verwachting. Het onmogelijke klinkt: ‘En u zult Mij tot een volk zijn en Ík zal u tot een God zijn.’ Door Hem Die God belooft, worden vijanden met God verzoend.

‘En het zal gebeuren dat in de plaats waar tegen hen gezegd is: U bent niet Mijn volk, tegen hen gezegd zal worden: Kinderen van de levende God.’ (Hos.2:10)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 december 2023

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Toegang tot God

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 december 2023

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's