Kinderen leren geloven
Slagen van geloofsopvoeding hangt voor groot deel af van ouderbetrokkenheid
Bij de mededelingen in de kerkdienst werd gezegd dat het materiaal van de nieuwe catechesemethode in de hal was in te zien. Wat gebeurde? Slechts drie ouders namen de moeite om even naar de tafel te lopen. Ouders beseffen soms onvoldoende hoe belangrijk ze zijn als identificatiefiguren.
Oderlingen De Bie en Mankema zijn op huisbezoek bij de familie Van de Kerk: vader (39), moeder (38) en drie kinderen in de leeftijd van vijftien, dertien en tien. De kinderen zijn er niet bij, maar op een gegeven moment komen ze wel ter sprake. Vader Van de Kerk vertelt met een glimlach – hij vindt het eigenlijk wel grappig –, dat de vijftienjarige dochter zoveel mogelijk onder catechisatie uit probeert te komen. ‘Ja, zorgelijk toch wel, hè’, reageert ouderling De Bie, alsof hij de glimlach niet heeft gezien. ‘Het wordt steeds moeilijker om onze jongeren onderwijs vanuit de Bijbel te geven.’ ‘O, ik maak me daar niet druk om, hoor’, zegt vader. ‘Ik was vroeger ook zo en het is met mij ook goed gekomen.’
Tegengeluiden
Het voorbeeld is fictief, maar het zou weleens illustratief kunnen zijn voor de manier waarop sommige christelijke ouders kijken naar hun geloofsopvoeding. Natuurlijk vinden ze het belangrijk dat kinderen leren over God en de Bijbel, maar het moet allemaal ‘niet te streng’. Soms neigt het zelfs naar het vrijblijvende: als de kinderen niet willen, moeten ze dat zelf weten, want ‘we willen niet dwingen’.
Dat laatste is terecht. Het heeft geen zin om hierin dingen te forceren; maar de gedachte dat het vanzelf wel goed zal komen, zoals vader Van de Kerk meent, is op z’n minst naïef te noemen. Ook als het klopt dat het met hemzelf ‘goed is gekomen’, is dat geen garantie dat het met zijn kinderen ook zo zal gaan. Integendeel: de kans daarop is in deze tijd – menselijkerwijs gesproken – veel kleiner dan vroeger. Van de vanzelfsprekendheid van het geloof is immers weinig meer over. Waar vader Van de Kerk als tiener in zijn omgeving nog redelijk wat bevestigingen van het geloof tegenkwam, is dat voor zijn dochter heel anders. Signalen die een vijftienjarige in deze tijd opvangt, zijn in meerderheid misschien juist negatief over het geloof. Hoe kan hij of zij dan tóch leren geloven?
Het is terecht dat ouderling De Bie zich daar zorgen over maakt en met hem veel ouderparen in de kerk. Hoe leren we onze kinderen geloven? Hoe geven we het geloof door in een tijd die vol zit met tegengeluiden? Het is de moeite meer dan waard om hier met elkaar over na te denken.
Hoopvolle roeping
Een paar vooronderstellingen bij het doorgeven van het geloof zijn belangrijk. In de eerste plaats: geloven moet je leren; het gaat niet vanzelf en het is al helemaal niet aangeboren.
Onze kinderen moeten heel veel leren: op school, op zwemles, op muziekles en op voetbal. Dat betekent dat ze veel moeten oefenen en luisteren naar de docent of coach, anders gaat het niet.
Zo is het ook met het geloof. Als Paulus Timotheüs oproept om zichzelf te oefenen in de godsvrucht (1 Tim.4:7), mogen we hieraan denken. Hij moet zich laten voeden ‘door de woorden van het geloof en door de goede leer’ (vs.6).
In de tweede plaats moeten we bedenken dat wij en onze kinderen bij het leren geloven afhankelijk zijn van de werking van de Heilige Geest. Deze belijdenis is in de Bijbel niet bedoeld om ons somber te maken, zo van: ‘Hadden we het zelf maar meer in de hand.’ Integendeel: ze wil ons juist moed geven. De Geest is welwillend: Hij wil ons in alles onderwijzen en ons in herinnering brengen wat Jezus gezegd heeft (Joh.14:26).
Het heeft dus zin om ons ervoor in te spannen het geloof te leren aan onze kinderen. Onze kinderen zijn gedoopt in de Naam van de Heilige Geest. Zo ‘verzekert ons de Heilige Geest dat Hij in ons wonen en ons tot leden van Christus heiligen wil’ (doopformulier). Zo komen we bij de derde belangrijke gedachte: geloven moet je leren. De Heilige Geest wil ons het geloof geven en daarom zullen we alles doen wat in ons vermogen ligt om instrument in Zijn handen te zijn. De inspanning daarvoor is er een van ontspannen verwachting.
Ds. W. Markus zegt het in de inleiding op de HGJBcatechesemethode Follow Me uitdagend: ‘Vanwege Gods krachtige toezegging in de Heilige Doop zullen we met verlangen uitzien naar de bekering en wedergeboorte van onze kinderen. Sterker nog: we zullen die bekering en wedergeboorte ook verwachten en het vreemd vinden als ze uitblijven.’ Dat betekent niet dat succes gegarandeerd is, maar wel dat de geloofsopvoeding van onze kinderen een hoopvolle roeping is.
Sporten
Ouders die dit lezen, zullen kerkelijke ouders zijn. De meeste van hen zullen hun kinderen dus meenemen naar de kerk, hen mee laten doen met jeugdwerk en catechese, en als het mogelijk is onderwijs laten volgen op een christelijke school. Dat is om te beginnen al heel mooi. Laat kinderen deel uitmaken van een grotere geloofsgemeenschap en geef hun de gelegenheid om samen met leeftijdsgenoten het geloof te (be)oefenen. We beseffen onvoldoende hoe bevoorrecht we hierin zijn in Nederland. Maak gebruik van de mogelijkheden en deel jouw opvoedkundige taak met anderen.
Wat we bij het delen van de opvoedkundige taak niet moeten doen, is denken dat daarmee de geloofsopvoeding wel geregeld is. Als we bij de HGJB één ding geleerd hebben, is het wel dat het slagen van geloofsonderwijs voor een groot deel afhangt van de ouderbetrokkenheid; en daar ontbreekt het nogal eens aan. Hoe gemotiveerd zijn we als ouders om onze kinderen catechese te laten volgen en mee te laten doen aan het jeugdwerk? Als we willen dat een kind leert voetballen, sturen we hem naar de voetbaltraining.
Heeft hij geen zin om te gaan, dan sporen we hem aan: ‘Kom op, kom van je stoel en pak je voetbalspullen!’ Zo zou het ook met de catechese moeten zijn. Zoals je leert sporten op de sportvereniging, zo leer je geloven op de catechese; en dus slaan we in principe geen enkele keer over.
Nog een voorbeeld: de catechesemethoden van de HGJB bevatten vaak opdrachten om in de thuissituatie te bespreken. De meeste catecheten maken daar geen gebruik van, want ‘daarvoor heb je de medewerking van de ouders nodig’. En daar ontbreekt het dan aan.
Getuigenis
Ouders beseffen soms onvoldoende hoe belangrijk ze zijn als identificatiefiguren voor het geloof van hun kinderen. Hoe praten wij over de catechese? ‘Fijn als je erheen gaat, maar als je geen zin hebt, hoeft het niet’? Hoe praten we over de kerkdienst? ‘Het was vanmorgen weer erg saai’? Of vertellen we juist wat ons geraakt heeft? Ons getuigenis is zo ontzettend belangrijk. Hoe laten we aan onze kinderen merken dat we zelf leerlingen zijn en dat we ons daarbij willen laten gezeggen door Gods Woord? Laten we onze idealen hooghouden. Je kind een bijbels dagboekje geven in de hoop dat hij er misschien weleens in leest, is goed. Het gebruik van een bijbels dagboek aan tafel is ook een goede gewoonte. Tieners zijn echter slechte lezers, en samen een dagboekstukje lezen, is al gauw nauwelijks meer dan een verplicht nummer.
Meer dan vroeger is het belangrijk dat het geloof thuis onderdeel van het dagelijkse gesprek wordt. De bijbellezing aan tafel is daar bij uitstek geschikt voor. Misschien voelt dat in het begin ongemakkelijk.
Misschien moet je er tegenover je kinderen wel eerlijk over zijn: ‘Ik betrap mezelf erop dat ik er soms met mijn gedachten nauwelijks bij ben als we bijbellezen. Daarom willen we het voortaan iets anders doen. Voordat we bijbellezen, stel ik een soort lees- of luistervraag waar we het kort over kunnen hebben.’ Als het tot nu toe geen gewoonte was om over de Bijbel te praten, zullen kinderen niet zomaar meedoen. Dwing hen daar dan niet toe, maar deel in ieder geval wat jouzelf is opgevallen in het bijbelgedeelte.
Wat een geschikte vraag kan zijn? Denk aan de volgende voorbeelden: Wat zou jij over dit gedeelte tegen God willen zeggen? Hoe zou jij gereageerd hebben als jij erbij was? Wat leer je in dit gedeelte over God? Welke zin of regel vind je het mooist? Wat snap je niet? Wat vind je het moeilijkst in dit gedeelte?
Het vraagt misschien een korte voorbereiding om een goede leesvraag te vinden, maar geef dan een aantal keer per week een luistervraag. Laat jezelf daarbij in het hart kijken. Want gelukkig zijn er veel middelen om kinderen het geloof te leren, maar het belangrijkste leermiddel ben jijzelf!
Creatieve hulpmiddelen
Er zijn verschillende creatieve hulpmiddelen voor het geloofsgesprek thuis. Kies wat past bij jullie mogelijkheden en bij jullie kinderen. Laat je vooral niet ontmoedigen als het niet direct soepel gaat; ook hierin mag je leren!
• Het gezinsdagboek Samen leven met God onder redactie van Arine Spierenburg-van Wijngaarden (uitg. Boekencentrum) biedt elke dag een laagdrempelige vraag of opdracht, die je als gezin kunt doen of bespreken. Het is gericht op kinderen van acht tot vijftien jaar.
• Ook Schatten verzamelen van Corina Schipaanboord (uitg. Groen) kan heel goed gebruikt worden om samen met kinderen na te denken over de Bijbel. Het behandelt verschillende bekende bijbelteksten en biedt suggesties om daarmee creatief aan de slag te gaan.
• De website bijbelsopvoeden.nl biedt veel mooi materiaal om thuis met kinderen actief bezig te zijn rond het geloof. Het is allemaal gratis te downloaden.
• Een tienerdagboek als Kort & krachtig – dagboek voor doeners (uitg. KokBoekencentrum) kan behalve door tieners individueel, ook gebruikt worden voor het gesprek aan tafel. Het is geschreven onder redactie van Marieke Griffioen en Herman van Wijngaarden.
• De Kinderbijbel bij de Herziene Statenvertaling (uitg. Royal Jongbloed) biedt behalve bijbelverhalen, ook mooie tekeningen en vragen om over door te praten. Hij is geschreven door Liesbeth van Binsbergen, Roland Kalkman en Willemijn de Weerd.
• De HGJB heeft de bijbelleesmethode SOLVAT ontwikkeld, waarin gewerkt wordt met leesvragen (‘leessleutels’), zoals die in het artikel genoemd zijn. Kijk op hgjb.nl/bijbellezen.
Digitaal magazine Opvoedingsbron
Dit artikel is – evenals het artikel van ds. J.J. ten Brinke vorige week – in iets andere vorm onderdeel van het digitale magazine Opvoedingsbron. Het magazine is binnenkort gratis te downloaden op: hervormdezondagsscholen.nl, hervormdemannenbond.nl en hgjb.nl. Voor € 1,- (excl. verzendkosten) is het blad ook als gedrukt exemplaar te bestellen via de webshop op vrouwtotvrouw.nl.
Roeping van Zacheüs
Een voorbeeld van een eenvoudige leesvraag die een mooi gesprek kan opleveren. Lees Lukas 19:1-10, over de roeping van Zacheüs. Zeg van tevoren dat hierin drie personen of groepen voorkomen: Zacheüs, de Heere Jezus en de omstanders. Aan wie zou je na deze geschiedenis een vraag willen stellen? Welke?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 januari 2024
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 januari 2024
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's