Ik moet naar Jezus toe
En Jezus, innerlijk met ontferming bewogen, stak Zijn hand uit, raakte hem aan en zei tegen hem: Ik wil het, word gereinigd! Markus 1:40-45
Markus heeft geen kerstverhaal, hij neemt ons direct mee naar de kern van het Evangelie. Waartoe kwam Jezus op aarde, wie is Hij voor ons mensen? In één tekst zien we Jezus’ hart, hand en wil – onvergetelijk.
Daar komt warempel een melaatse binnen. Iedereen deinst achteruit, want je ziet het direct: de man is ernstig melaats. Hoe durft hij! En kijk nou toch: hij loopt linea recta naar Jezus toe...
Melaats
Melaats is een verzamelnaam voor huidziekten die een mens onrein maken. Voor zo iemand is geen plaats meer in de samenleving. Buiten de stad, met lotgenoten in eenzame plaatsen, daar is zijn miserabele thuis. Gescheurde kleren, loshangend hoofdhaar, en dat nare ‘onrein, onrein’ roepen. ‘De eerstgeborene van de dood’ heette deze ziekte (Job 18:13), soms beschouwd als een straf van God op de zonde. Uitgestoten uit de gemeenschap van familie, vrienden en buren. En ver van God, want naar de synagoge of tempel kun je dan al helemaal niet meer. Maar deze man trotseert alles. Hij overtreedt de wet en hij riskeert de afkeer en de agressie van de mensen. Hij weet maar één ding: ik moet naar Jezus. Hij is mijn enige hoop. Hij alleen kan mij van mijn onreinheid verlossen. Ook al sist en dreigt alles en iedereen: wegwezen jij, jij mag hier helemaal niet komen. Hij valt voor Jezus op zijn knieën met de smeekbede om reiniging. Hij twijfelt geen moment aan Jezus’ macht.
Veelzeggend dat in het Evangelie naar Markus de eerste mens die zo naar Jezus toekomt, een melaatse is. Het is iemand die buitengesloten en verloren is, die de wereld van de dood vertegenwoordigt, maar die in zijn wanhoop al zijn hoop op Jezus vestigt.
Barmhartig
Hoe zal Jezus nu reageren? Boos net als de anderen, want de wet is er toch niet voor niets? Ja, die wet komt ook zeker aan bod, later, maar eerst voluit het Evangelie. Jezus wordt innerlijk met ontferming bewogen... Barmhartigheid, zijn hart spreekt. Waar iedereen onreinheid, ziekte en zonde ziet, ziet Jezus verder: een vastgelopen, hulpeloos mens. En zo mag deze mens, ondanks wat voor redenaties dan ook, bij Jezus komen. Inclusief al zijn onreinheid.
Tot ontzetting van de omstanders steekt Jezus in antwoord op die smeekbede Zijn hand naar de man uit. Hij legt Zijn hand op eczeem en zweren. Waarom, dat was toch niet nodig? De tien melaatsen die later door Jezus genezen worden, blijven op afstand staan. Maar hier, aan het begin van het Evangelie, legt Jezus, de Levensvorst, heel bewust Zijn hand op die mens in de greep van de dood. Hiermee wordt Jezus onrein, maar de man – ogenblikkelijk – rein.
Ruil
Het slot van deze geschiedenis is dat Jezus niet meer in de stad kan komen maar zich buiten in eenzame plaatsen gaat ophouden. Hier, in het begin, tekent zich al die wonderlijke ruil af: Jezus in onze plaats, onze zonde en ziekte op Hem, Hij onze dood en wij zijn leven. Had Jesaja al niet gezegd: ‘Voorwaar, onze ziekten heeft Híj op Zich genomen, ons leed heeft Hij gedragen. Wíj hielden Hem echter voor een geplaagde, door God geslagen en verdrukt.’? Die machtige hand van Jezus op de melaatse bekrachtigt waartoe Jezus gekomen is: Ik wil het, word gereinigd! Voor het eerst in het Evangelie lees je dat Jezus iets wíl. Niet mis te verstaan: ziekte en onreinheid, ellende en eenzaamheid, het van God en mensen verstoten zijn, Hij wil er een einde aan maken. Dat gaat heel diep en reikt ver, zo vertelt Markus’ Evangelie met vaart. Dat gaat via Golgotha, via het geopende graf, richting de dag van Christus’ wederkomst.
Eerlijk gebed
Jezus’ hart, hand en wil. Markus heeft geen kerstverhaal nodig, om ons voor de volle honderd procent te laten zien waartoe Jezus op aarde kwam en wie Hij voor ons wil zijn, voor ons allemaal. Voor ieder die wil aanschuiven in die stoet der eeuwen, voor allen die achter deze melaatse aan naar Jezus gaan, hun hoop op Hem stellen.
Hoe onrein je leven misschien ook geraakt is, bevlekt met duizend zonden, in zekere zin ‘melaats’. Ook al roept alles je toe, je verleden, je geweten, andere mensen: jij, met jouw leven, naar Jezus? Nee, dat kan niet, dat mag niet, jij staat erbuiten. Eérst moet je... Maar vrees niet. Zeker weten: wie voor Hem op de knieën gaat, in eerlijk gebed, zoals die melaatse – die ontmoet een Heiland met een hart vol ontferming, Die Zijn hand op je leven legt. Hij wil niets liever.
Dr. H.G.L. Peels uit Oene is emeritus hoogleraar Oude Testament van de Theologische Universiteit Apeldoorn
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 januari 2024
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 januari 2024
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's