Verlangen naar een zegen
In omgang met ‘irreguliere koppels’ hinkt Rooms-Katholieke Kerk op twee gedachten
Het Dicasterie van de Geloofsleer van de Rooms-Katholieke Kerk publiceerde op 18 december een verklaring over de ‘pastorale betekenis van zegeningen’, onder de titel Fiducia Supplicans (gevraagd vertrouwen). Het argumenteert op het scherp van de snede.
Het document van het orgaan van de Rooms-Katholieke Kerk dat de zuiverheid van de kerkleer bewaakt, suggereert dat het niet meer is dan een handreiking. Al gauw wordt echter duidelijk dat het een specifieke bedoeling heeft: het zoeken naar een mogelijkheid om ‘koppels in onregelmatige situaties en koppels van hetzelfde geslacht te zegenen’.
Het document heeft aandacht gekregen binnen en buiten de Katholieke Kerk en heeft de tegenstellingen vergroot. Conservatieve gelovigen maken zich zorgen over de nieuwe richtlijnen, progressieve katholieken vinden ze niet ver genoeg gaan. Deze bespreking van de verklaring gebeurt op basis van de Spaanse vertaling, omdat een Nederlandse nog niet voorhanden is.
Moederhart
Fiducia Supplicans laat er geen twijfel over bestaan: keer op keer wordt gesteld dat de Rooms-Katholieke Kerk haar leer aangaande het huwelijk niet verandert. Het huwelijk is en blijft een sacrament, ‘een effectief teken van genade, ingesteld door Christus en toevertrouwd aan de kerk, waardoor wij goddelijk leven ontvangen’ (Wikipedia). De zegen die vanaf nu kan worden gegeven aan paren in een irreguliere situatie, biedt daarom ‘geen enkele vorm van morele legitimiteit aan een verbintenis die veronderstelt een huwelijk te zijn, of aan een buitenechtelijke seksuele praktijk’.
Aan de andere kant – en dit is de essentie van het betoog – kan de kerk niet altijd en onder alle omstandigheden dezelfde ‘morele voorwaarden’ eisen. Katholieken kunnen geen ‘rechters zijn die alleen maar ontkennen, verwerpen en uitsluiten’. Morele perfectie kan niet altijd een voorwaarde zijn voor het ontvangen van een zegen, een ‘zo geliefd en wijdverbreid pastoraal gebaar’, een ‘daad van toewijding’, van ‘inclusiviteit, solidariteit en verzoening’. ‘Een positieve boodschap van troost, zorg en bemoediging’.
Volgens paus Franciscus, van wie de verklaring de gedachten weergeeft, moet de kerk het verzoek om een zegen begrijpen als ‘een gebed om beter te kunnen leven, een vertrouwen in een Vader Die ons kan helpen beter te leven’. De kerk mag ‘de pastorale naastenliefde, die al onze beslissingen en houdingen moet doordringen’, niet opgeven. Ze kan ‘de nabijheid van de kerk bij elke situatie waarin Gods hulp wordt gevraagd door middel van een eenvoudige zegen’ niet onthouden of verbieden.
De kerk moet haar ‘moederhart’ laten zien. Dat wil zeggen: ze moet begrijpen dat degenen die om een zegen vragen, inherent erkennen dat hun eigen kracht niet genoeg is, dat ze God nodig hebben. Ze claimen niet langer de legitimiteit van hun eigen status, maar ze verlangen eerder dat ‘alles wat waar, goed en menselijk geldig is in hun leven en relaties, verrijkt, geheiligd en verheven wordt door de aanwezigheid van de Heilige Geest’.
Hetzelfde geslacht
De verklaring drukt vertrouwen uit in de genade van God, die ‘werkt in de levens van al degenen die zichzelf niet als rechtvaardig beschouwen, maar nederig erkennen zondaars te zijn zoals ieder ander’. De geboden zegen biedt de mensen ‘een middel aan om hun vertrouwen in God te vergroten’, want ook ‘als de relatie met God vertroebeld wordt door de zonde, kan men altijd om een zegen vragen door zich tot Hem te wenden’.
Expliciet wordt gezegd dat de nieuwe instructies toestaan om koppels van hetzelfde geslacht te zegenen – nog eens bevestigd op 14 januari door paus Franciscus. De kerk wil en kan haar macht om hen te zegenen niet opgeven, zo wordt gezegd. Niet vanwege de waardigheid van mensen, maar omdat zegeningen ‘effectieve middelen zijn om het vertrouwen in God te laten groeien bij mensen die erom vragen’.
Voorwaarde
Het document herhaalt de voorwaarde die geldt om de katholieke sacramentenleer zuiver te houden: altijd moet worden voorkomen dat de zegening van irreguliere koppels als ‘een liturgische of semi-liturgische handeling’ begrepen wordt, ‘vergelijkbaar met een sacrament’. Alleen als de verschillen met de eucharistie en de andere sacramenten duidelijk blijven, is er ruimte voor de genoemde zegening. De gewijde priester kan echter altijd bidden om vrede, gezondheid, een geest van geduld, dialoog en wederzijdse hulp, maar ook om ‘licht en kracht van God om Zijn wil volledig te kunnen vervullen’. Het document eindigt met enkele artikelen die de kerk als ‘sacrament van de oneindige liefde van God’ bevestigen. Het herhaalt de wat raadselachtige woorden van paus Franciscus dat ‘een kleine stap, binnen grote menselijke beperkingen, God meer kan behagen dan het uiterlijk correcte leven van iemand die zijn dagen doorbrengt zonder met grote moeilijkheden te maken te krijgen’.
Immoreel
Fiducia Supplicans is meeslepend geschreven, met suggestieve kracht en met pastorale bewogenheid. Door zijn scherpzinnige en fijnzinnige theologie voedt het de hoop op een uitweg uit de dilemma’s en het onvermogen ten aanzien van de genoemde onregelmatige situaties.
Is het misschien toch mogelijk om als kerk, in de huidige tijd, de huwelijksethiek te handhaven en tegelijk toegewijd te zijn jegens ieder, onafhankelijk van de morele keuzes die gemaakt worden en gemaakt zijn? Zouden we toch misschien mensen zegenend kunnen bereiken die we met onze leer en praktijk uitsluiten? Kunnen we zo aanwezig zijn in de samenleving dat we door een veelomvattende spontane en pastorale zorg mensen helpen het rechte spoor te vinden, zonder hen vooraf te corrigeren, maar ook zonder hun afwijkende morele keuzes te legitimeren?
Fiducia Supplicans argumenteert op het scherp van de snede, maar overtuigt uiteindelijk niet. Door de morele criteria op te schorten – niet af te schaffen – is het stuk op elk moment ambivalent. In de praktijk betekent dit steun voor een mengvorm, waarbij niet duidelijk wordt gekozen. Het document kiest voor het eufemisme van ‘onregelmatige situaties’ om het woord immoreel te vermijden.
Door in alle situaties haar zegen te bieden zonder berouw te vragen, maakt de kerk zich schuldig aan de goedkope genade waartegen Dietrich Bonhoeffer al waarschuwde. Het blijkt dat zij meer gewicht geeft aan de zuiverheid van het sacramentele karakter van het huwelijk dan aan de zuiverheid van het geweten. Er is bovendien reden om eraan te twijfelen of iedereen altijd zal begrijpen dat er slechts een zeer beperkte betekenis gegeven wordt aan de aangeboden zegen. En wie zal deze zegen nog willen ontvangen als hij niet meer is dan enkel een daad van barmhartigheid, die losstaat van de morele keuzes?
Ethiek
De verklaring is idealistisch ten aanzien van de koppels in irreguliere verhoudingen. Ze zorgt voor een andere kijk op hun motieven om daarin ‘de niet geringe rijkdommen van de volksvroomheid’ te ontdekken. Te vrezen valt echter dat het katholicisme met deze intentie zich opnieuw aanpast aan deze vroomheid, zoals het zich ook eerder in de geschiedenis heeft aangepast. Alleen gebeurt dat nu in de vorm van de experimentele ethiek van onze tijd. Het gelijkgeslachtelijke huwelijk verovert gelegitimeerd ruimte in het katholieke pastoraat en daarna ook in de ethiek.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 februari 2024
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 februari 2024
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's