De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Een verkeerd signaal

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Een verkeerd signaal

Onverstandig om als kerk geregistreerd partnerschap te zegenen

7 minuten leestijd Arcering uitzetten

Op mijn twee artikelen over het burgerlijk huwelijk en het geregistreerd partnerschap (4 en 11 april) heb ik verschillende reacties ontvangen. Daaruit blijkt opnieuw de gevoeligheid van dit thema. Een aantal van deze reacties daagt uit tot verdere bezinning en daarmee ook tot een reactie van mijn kant.

In mijn vergelijking tussen het burgerlijk huwelijk en het geregistreerd partnerschap heb ik er niet op gewezen dat het burgerlijk huwelijk slechts bij de rechter kan worden ontbonden, terwijl een geregistreerd partnerschap bij een notaris kan worden ontbonden. Tenminste, als er geen kinderen in het spel zijn. Hier stuiten we inderdaad op een juridisch verschil.

Het is lastig hoe je dit verschil precies moet duiden. Als je dit verschil zwaar aanzet, kom je daarmee uiteindelijk toch in de problemen. Zijn beide relatievormen op het moment dat er kinderen in het spel zijn dan opeens wel hetzelfde?

Seculiere visie

De afgelopen jaren zijn het burgerlijk huwelijk en het geregistreerd partnerschap steeds meer op elkaar gaan lijken. Op het moment dat je je verzet tegen het geregistreerd partnerschap vooral juridisch fundeert, houd je volgens mij steeds minder verzetsgrond over. Ik heb daarom geprobeerd om vanuit een meer bijbels-theologisch kader te vertrekken. In dat licht kun je niet anders dan kritisch staan tegenover de hedendaagse invulling door de overheid van zowel het burgerlijk huwelijk als het geregistreerd partnerschap. Laat ik op dat laatste nog wat inzoomen. Ook de huidige vormgeving van het burgerlijk huwelijk voldoet niet aan Gods bedoeling. De belofte die wordt gegeven, laat namelijk bewust ruimte voor echtscheiding. Men belooft immers slechts de rechten en plichten behorend bij de huwelijkse staat te vervullen en men belooft niet elkaar voor heel het leven trouw te blijven.

Een ander aspect waaruit blijkt dat het burgerlijk huwelijk sterk is geseculariseerd, is het feit dat het burgerlijk huwelijk niet meer standaard gemeenschap van goederen insluit. Daarachter zit een puur seculiere visie op het huwelijk. Een christelijke gemeente die het geregistreerd partnerschap om juridische redenen afwijst, mag zich gerust afvragen of ze zo’n huwelijk nog wel kan honoreren.

Daarom is een meer inhoudelijke afweging nodig. En daarbij is het veel belangrijker dat een stel dat in de kerk naar Gods zegen over hun huwelijk verlangt, blijk geeft van hun erkenning van de bijbelse uitgangspunten voor het huwelijk, dan dat ze voor de huwelijksdienst in staat zijn om hun trouwboekje te overhandigen. Wat overigens niet wegneemt dat het om praktische redenen goed is om wel naar dat trouwboekje te vragen. Je mag immers als predikant geen huwelijk bevestigen dat niet eerst voor de burgerlijke overheid is gesloten – in de vorm van een burgerlijk huwelijk dan wel in de vorm van een geregistreerd partnerschap.

En het is bijbels om de overheid te gehoorzamen, mits ze in hun eisen niet tegen Gods geboden ingaan. Om die reden pleit ik in beide artikelen voor een meer belijdende dan juridische omgang met deze thematiek.

Randleden

Ik merk dat veel mensen behoefte hebben aan duidelijk beleid. Beleid waarin de kerkenraad helder aangeeft wat de consequenties zijn als je een keuze maakt die niet in lijn ligt met wat de kerkenraad in het beleidsplan heeft geformuleerd. Natuurlijk begrijp ik dat. Beleid geeft duidelijkheid en duidelijkheid is onmisbaar voor het creëren van veiligheid. Daarnaast is het fijn als je bijvoorbeeld als ouder in de opvoeding van je kinderen terug kunt grijpen naar het beleid van de gemeente waar je onderdeel van uitmaakt. Beleid is immers een onderdeel van pastoraat. Laat ik helder zijn: ik ben niet tegen helder beleid.

Ik zie wel een gevaar in een te sterke focus op beleid. De praktijk blijkt – zeker in een hervormde gemeente met randleden – namelijk vaak weerbarstig te zijn en voor je het weet, heb je een casus waarbij je niets hebt aan al je duidelijke beleid. Het is veel wijzer om bij het belijden in te steken. Ik geloof meer in een gemeente die op bijbels-theologische gronden weet waar ze staat dan in een gemeente die haar beleid in beton heeft gegoten.

Seksuele relatievormen

In beide artikelen roep ik nadrukkelijk op tot gesprek. Voor een aantal lezers klinkt dat als een zwaktebod. Toch doet zo’n reactie tekort aan mijn oproep. Het ging mij immers niet om een vrijblijvend gesprek, maar om een gesprek waarin Gods Woord als tegenover en spiegel moet worden ingebracht. En geloof mij, dat is veel ingrijpender dan dat we de keuzes van de betrokkenen spiegelen aan de regels die we tijdens een kerkenraadsvergadering hebben vastgesteld. Het kan dan ook niet anders dan dat in zo’n gesprek de oproep klinkt: bekeer je!

De wijze waarop dit gebeurt, verschilt natuurlijk naar gelang de situatie en dat geldt ook voor de vorm die de bekering krijgt. Volgens mij bestaan daarbij geen eenduidige regels en moet je als gemeente in elke situatie een passende afweging maken, waarbij op grond van Gods Woord gerust vastgehouden mag worden aan het feit dat bekering altijd om erkenning vraagt. Wat mij betreft hoeft dat geen openbare schuldbelijdenis in de eredienst te zijn, maar dat die erkenning in elk geval benoemd wordt in de huwelijksdienst, vind ik een minimum.

Belijden heeft altijd consequenties. Zonder consequenties wordt ons belijden uiteindelijk nietszeggend. Wie belijdt dat God het huwelijk heeft ingesteld (Mark.10:9), kan niet anders dan alle andere seksuele relatievormen afwijzen. Daarom is het nodig om als gemeente na te denken over de consequenties die het heeft als mensen heel bewust tegen Gods goede geboden ingaan. In die zin heb ik er geen moeite mee om te zeggen dat iemand die de bijbelse richtlijnen voor het huwelijk bewust afwijst, geen belijdenis kan doen, niet aan het avondmaal kan deelnemen, en zelfs niet kan worden toegestaan op dit moment zijn of haar kind te dopen. Het kan geen kwaad om daar duidelijk over te zijn.

Lager gewaardeerd

In mijn twee vorige artikelen worstelde ik echter met onze houding ten opzichte van het burgerlijk huwelijk en het geregistreerd partnerschap. Twee instituties die door de overheid zijn ingesteld en die, hoe je het wendt of keert, wat de invulling betreft beide niet geheel recht doen aan wat God in Zijn Woord over het huwelijk leert.

Hoe moet je daar nu als christelijke gemeente mee omgaan? Kun je zonder meer het burgerlijk huwelijk aan het bijbels huwelijk gelijkstellen? En omarmt iemand die voor een burgerlijk huwelijk kiest altijd Gods bedoelingen met het huwelijk? En ook andersom: kun je altijd direct uit een geregistreerd partnerschap de conclusie trekken dat iemand afwijzend staat tegenover Gods bedoeling? Dat lijkt mij een simplistische manier van omgang met deze problematiek, en dus zou ik zeggen: ga eerst eens in gesprek.

Soms kijk ik met een bepaalde mate van jaloezie naar bijvoorbeeld rooms-katholieke landen waar het sluiten van huwelijken een kerkelijke aangelegenheid is, al blijken daaraan ook enorme haken en ogen te zitten, als je er wat dieper op ingaat. De Nederlandse situatie is anders en daar hebben we het mee te doen. In die situatie lijkt het mij zeer onverstandig om als kerkelijke gemeente een geregistreerd partnerschap te zegenen. En dat niet omdat het burgerlijk huwelijk juridisch zoveel beter is, maar om de eenvoudige reden dat het geregistreerd partnerschap in Nederland nu eenmaal niet hetzelfde aanzien heeft als het burgerlijk huwelijk.

Grosso modo wordt een geregistreerd partnerschap in onze cultuur toch lager gewaardeerd. Een kerkelijke gemeente die vervolgens een geregistreerd partnerschap wel op één lijn stelt met een burgerlijk huwelijk, geeft daarmee wat mij betreft een verkeerd signaal. Zelfs al is daar in Nederland juridisch ruimte voor.

Lichtend licht

Tegelijk moeten we niet doen alsof de huidige invulling van het burgerlijk huwelijk geweldig is. Dat is het zeker niet. Daarom is het wenselijker dan ooit dat christelijke stellen hun huwelijk in de gemeente bevestigen. Tussen de huidige vormgeving van het burgerlijk huwelijk en het bijbels huwelijk bestaat immers een groot verschil. In de ideale situatie zou dat natuurlijk niet zo moeten zijn. Dat is iets waar we ons als christenen best wel wat meer druk om zouden mogen maken.

Het is belangrijk dat christelijke politici zich daar binnen de politiek hard voor blijven maken. Ondertussen roepen we elkaar ertoe op om te midden van een seculiere context van harte Gods weg te gaan, in het vertrouwen dat die weg heilzaam is. Niet alleen voor de gemeente, maar ook voor de maatschappij waarin we geroepen zijn om een lichtend licht en een zoutend zout te zijn.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 juli 2024

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Een verkeerd signaal

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 juli 2024

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's