De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Op de vlucht

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Op de vlucht

4 minuten leestijd Arcering uitzetten

Waar komt u vandaan en waar gaat u heen? Genesis 16:8b

Het AZC in Ter Apel, een ‘opvangplek’ voor vluchtelingen, is ook een plek vol spanningen. Je kunt wel op de vlucht slaan, maar dan ben je er nog niet. En stel dat je wordt teruggestuurd.

Dat overkwam ook Hagar, een buitenlandse slavin, oftewel een tot slaaf gemaakte vrouw. Ze was nota bene slavin van Abram, de vader der gelovigen. Waarschijnlijk was zij met Abram en Sarai meegekomen, toen zij terugkeerden uit Egypte. Daar hadden ze, in verband met hongersnood in eigen land, een tijdje gebivakkeerd.

Draagmoeder

Intussen woonden Abram en Sarai weer in Kanaän, het land dat hun beloofd was: ‘Aan uw nageslacht heb Ik dit land gegeven, van de rivier van Egypte af tot aan de grote rivier, de rivier de Eufraat.’ (Gen.15: 18) Bovendien droeg Abram nog een kostbare belofte met zich mee: Zijn nageslacht zou zo talrijk zijn als het stof van de aarde en als de sterren aan de hemel. En dan lezen we dat Abram in de Heere geloofde, en dat Die hem dat tot gerechtigheid rekende.

Maar wat kunnen Gods beloften worden aangevochten. Zij hebben natuurlijk gedacht dat God Zijn beloften weldra zou vervullen, toen ze vanuit Haran in het beloofde land aankwamen. Intussen duurde en duurde het maar, en de vruchtbare jaren gingen voorbij.

Dan kan zomaar dat stemmetje vanbinnen ons influisteren dat we zelf maatregelen kunnen nemen, om God een handje te helpen. Het stemmetje houdt ons voor dat God Zijn belofte zal waarmaken, maar mogelijk via een andere weg, de weg van het ‘draagmoederschap’. Abram moet maar een andere vrouw ernaast nemen en die moet zijn kind dan maar dragen en het geboren laten worden op de schoot van Sarai. Dan mag Sarai dat kind als haar wettige kind beschouwen. Bovendien is een draagmoeder snel gevonden: de slavin Hagar, ‘...misschien zal ik uit haar nageslacht krijgen.’

Dit is menselijk vooruitgrijpen op Gods belofte. Calvijn noemt het een grote zonde. We zien hier een herhaling van Genesis 3: Eva nam van zijn vrucht en gaf die aan haar man; Sarai nam slavin Hagar, en gaf die aan haar man.

Geen zegen

Er rust echter geen zegen op. Hagar wordt zwanger van Abram en weldra voelt ze zich de meerdere van haar meesteres. Reken erop dat dit voor Sarai ondraaglijk moet zijn geweest. Haar slavin, die het kind van haar man in haar schoot draagt, wat denkt ze wel niet. Werken zal ze!

En Hagar? Weldra wordt het voor haar te veel en vlucht ze weg, de woestijn in. Een zwangere vrouw, op de vlucht in de woestijn. Ergens bij een bron aan de weg naar Sur ploft ze neer. De weg naar Sur – dat is de weg richting Egypte. Het is de weg terug naar haar vaderland, het land van ‘de tirannieën van Farao, welke is de duivel’, aldus onze belijdenis.

Maar de Heere is er ook nog. Hij kijkt naar deze Hagar en haar ongeboren kind om. Hij stuurt Zijn Engel, de Engel van de Heere, oftewel Zijn Zoon, Die nog niet in het vlees is gekomen. ‘Hagar, slavin van Sarai, waar kom je vandaan en waar ga je naar toe?’, zo klinkt het uit Zijn mond. Een groet zoals je vandaag de dag nog in Palestijnse gebieden kunt horen. Het antwoord van Hagar spreekt boekdelen: ‘Ik ben op de vlucht.’ Zoals zovelen in onze tijd ook op de vlucht zijn. In gedachten zien we hen gaan, in gammele overvolle bootjes over de golven van de zee, met gevaar voor eigen leven. Velen zien hen liever gaan dan komen. Toch ziet de Heere vol liefde neer.

Waarvandaan?

De vraag van deze Engel is voor vluchtelingen herkenbaar. Ze komen in de regel uit allerhande ellende. Zo ook Hagar. Ze is op de vlucht voor haar hardvochtige meesteres. Aan de andere kant vlucht ze uit een stukje paradijs, want het gezin van Abram was zo ongeveer het enige gezin op aarde waar de Heere gediend werd. Juist daar vlucht Hagar vandaan. Geldt dit ten diepste ook niet voor ons? Weggevlucht uit het paradijs, onze eigen doodlopende weg ingeslagen.

Hier in Genesis 16 komt de Heere Zelf Hagar achterna, net zoals Hij destijds Adam en Eva achterna kwam, met Zijn belofte. Hoe bijzonder als we door genade mogen weten dat de Heere ook ons persoonlijk achterna kwam, en we werden ingewonnen door Zijn liefdevolle roepstem: ‘Keer terug. Keer je om. Bekeer je. Terug naar je Meester. En onderwerp je aan Zijn gezag.’

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 augustus 2024

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Op de vlucht

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 augustus 2024

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's