De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

In zicht

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

In zicht

4 minuten leestijd Arcering uitzetten

In de laatste week van juni nam dr. Richard Toes als voorzitter van het college van bestuur afscheid van de scholengroep Driestar-Wartburg, nadat hij 44 jaar verbonden was aan het reformatorisch onderwijs in Rotterdam. Voor zijn collega’s had hij een boekje als afscheidscadeau, dat te lezen is als een pleidooi voor vertraging in het onderwijs: minder gericht op de prestatiekant, meer op verdieping, stilte, lezen, op vorming voor het leven. In dankbaarheid voor zijn bijdragen over de essentie van christelijk onderwijs nemen we een passage uit Wij zijn de tijden over.

Onderwijs wordt sinds de jaren ’60 en ’70 steeds meer ingericht naar het idee van de goedheid van de welwillende mens, gebaseerd op het idealistische denken van Rousseau (1712-1778). Net als Emile in het gelijknamige boek van Rousseau zal de leerling uit eigen beweging en zonder enige dwang leren wanneer hij daaraan toe is. De vraag naar inhoud, naar wat we leerlingen willen leren, wat we noodzakelijk vinden voor hun vorming en hun staan als verantwoordelijke burgers in onze maatschappij, staat nooit hoog op de agenda. Inhoud is immers tijdgebonden en verandert voortdurend. Het is daarom belangrijker om te focussen op processen en vaardigheden die de leerling zelf kan invullen.

In de praktijk van alledag in het (voortgezet) onderwijs lijkt het als gevolg daarvan vaak alleen te gaan om de vraag van de leerlingen, om hun individuele wensen. Het gaat veel minder over de vraag of wat ze verlangen inderdaad wenselijk is, voor henzelf en de samenleving waarin ze leven. Het is minder belangrijk om hun horizon te verbreden en te laten zien dat er nog meer is in de wereld dan wat op dit moment in het vizier is. Er is sprake van een jeugdigheidsideologie die steeds dwangmatiger wordt, een cultus van ‘koning kind’.

De leerling mag zijn kennis autonoom construeren. Verdieping en vertraging die een docent kan aanbrengen, wordt als minder relevant beschouwd. Autonomie is een idee waarvan onze waardigheid afhangt en is aanwezig in alle concepten van individualiteit en creativiteit. Dat de te verwerven kennis van de traditie afhankelijk is, namelijk van de overdracht van (onderwijs in) het erfgoed, is grotendeels afwezig. Bovendien is die autonomie van de leerling met zijn eigen kennisconstructie sterk te bediscussiëren. De leerling wordt ook vaak gemanipuleerd en opgejaagd in zijn wensen. Hij staat niet zelden open voor wat influencers aanreiken, voor wat maatschappelijk meetelt, voor het consumeren, het geld verdienen. En de school mag hem daarin bedienen. Dan wordt geschiedenis een onbelangrijk vak en moeten Duits en Frans het afleggen tegen Engels. Dan is een business-school belangrijker dan een cultuurschool.

Wij zijn de tijden: evangelicalisering en musealisering

Het is belangrijk en zal in de komende jaren nog belangrijker worden om tegen deze dogmatische, epidemische individualisering een dam op te werpen. Dat vereist rust, diepgang, vertragen. Dat betekent ook iets voor ons curriculum (meer aandacht voor geesteswetenschappen), voor onze houding ten opzichte van vernieuwingen, voor onze houding ten opzichte van de doorgeslagen controle en monitoring. Als we beseffen dat wij de tijden zijn, betekent dat een kritische, maar ook ontspannen houding.

Dat is in onze reformatorische gezindte soms extra moeilijk. Als school hebben we te laveren tussen neogereformeerd optimisme en van tijd tot tijd ook bevindelijk negativisme. We hebben te maken met evangelicalisering enerzijds en musealisering anderzijds. Dat zijn ook ‘onze tijden’. Het recente besluit op de Driestar-Wartburgscholen ten aanzien van het toestaan van het gebruik van de Herziene Statenvertaling (HSV) door docenten staat in dat spanningsveld. Daarin zien we ook bij een deel van onze achterban het individualisme doorbreken: het gaat om mijn kind, mijn kerkgenootschap, niet om de reformatorische gemeenschap die al vanouds breder is en soms in meerderheid andere keuzes maakt. Het besef, zoals dat bij de start van het reformatorisch onderwijs bestond, dat we van Ger. Gem. in Ned. tot Hervormd-PKN moeten samenwerken, ondanks alle verschillen die er ook toen waren, lijkt aan het wegebben. Elkaar ruimte geven en respect voor andermans standpunt is een steeds schaarser goed. Daarin moet je als school dus een Bijbels-verantwoorde, zelfstandige, ontspannen positie innemen, anders word je gegijzeld door de ene of andere groep, die alleen het specifieke belang van die groep op het oog heeft.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 augustus 2024

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

In zicht

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 augustus 2024

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's