Een levensgezel zoeken
Leg toch uw hand onder mijn heup. (...) De Heere, de God van de hemel, (...) Die zal Zijn engel voor u uit sturen, opdat u voor mijn zoon daarvandaan een vrouw zult nemen. Genesis 24:2 en 7
Is het huwelijk wel echt dé samenlevingsvorm die God bedoeld heeft voor man en vrouw, wanneer zij besluiten hun leven verder samen te delen? Vormen de woorden uit Genesis 24:67 niet juist een legitimatie om hier vraagtekens bij te plaatsen?
In onze samenleving zijn andere samenlevingsvormen heel gewoon geworden. Ook binnen de Protestantse Kerk in Nederland wordt het gaandeweg een bijzonderheid als man en vrouw besluiten te gaan trouwen. En zelfs binnen de eigen gelederen moet je er niet vreemd meer van opkijken als je mensen treft die vraagtekens plaatsen bij de uitspraak dat ‘het huwelijk’ een instelling van God is.
Dit laatste wordt niet alleen veroorzaakt door de ontwikkelingen in onze samenleving, ook de wildgroei aan hoe de Bijbel wordt gelezen en uitgelegd doet een duit in het zakje. En dan is er het bijkomende probleem dat de huidige generatie de diepere lading van de bijbelse taal vaak niet meer verstaat. Dat blijkt duidelijk als het gaat om het verstaan van Genesis 24. Vers 67 luidt: ‘Toen bracht Izak haar in de tent van zijn moeder Sara. En hij nam Rebekka en zij werd hem tot vrouw en hij had haar lief.’ Deze tekst wordt regelmatig ter sprake gebracht in discussies over ‘seks voor het huwelijk’. Dit vers is het laatste vers van Genesis 24. Naast het belang van bestudering van de woorden zelf, is het van belang dat we dit vers lezen in relatie tot het geheel van dit hoofdstuk. Om tot een goed verstaan te komen, doen we er verstandig aan om te beginnen bij het begin.
Geloofszaak
Genesis 24 volgt op het hoofdstuk waarin melding wordt gemaakt van het sterven en de begrafenis van Sara en begint met de mededeling dat ook Abraham in de avond van zijn leven gekomen is. Wat een rijke woorden worden er echter aan toegevoegd: ‘En de Heere had Abraham in alles gezegend.’
Toch is er nog wel één ding waar Abraham mee zit. Voor erfgenaam Izak, dé beloofde zoon die hij en Sara van de Heere op hoge leeftijd ontvangen hebben, moet een geschikte vrouw gevonden worden. Totaal anders dan dat wij het vandaag de dag en in onze cultuur gewend zijn, neemt Abraham als vader het initiatief voor het zoeken van een geschikte vrouw voor zijn zoon. Deze gang van zaken was in die tijd en cultuur absoluut niet vreemd en dus moet daar onze aandacht niet naar uitgaan. Waar we wel op moeten letten, is de manier waarop Abraham met deze zaak omgaat. Het is voor hem niet ‘zomaar’ iets. De zoektocht naar een levensgezellin voor Izak is voor hem een geloofszaak. Dat blijkt uit wat volgt.
Onder ede
Abraham zelf kon gezien zijn hoge leeftijd deze taak niet meer volbrengen. Daarom vertrouwt hij die toe aan zijn trouwe en gelovige dienstknecht Eliëzer (Gen.15:2). Uit vers 1-9 blijkt vervolgens hoe groot het gewicht van deze zaak voor Abraham is. Eliëzer moet onder eedzwering (dat wil zeggen: onder aanroeping van de naam van de Heere) deze taak voor Abraham vervullen. Daarbij moet Eliëzer zijn hand onder de heup van Abraham leggen.
Deze handeling is voor ons totaal onbekend en zou anno 2023 zeer zeker als uiterst ‘dubieus’ worden bestempeld. Want met die woorden ‘zijn hand onder de heup van Abraham’ wordt bedoeld dat Eliëzer zijn hand op het bovenbeen van Abraham legde, feitelijk in zijn lies. Dat is dus nabij diens (besneden!) geslachtsorgaan. En daar ging het nu juist om bij deze handeling. Want zodoende werd de belofte die onder eedzwering wordt uitgesproken, symbolisch nauw verbonden met het verbondsteken.
Op deze manier wordt hier aanspraak gemaakt op de Heere en Zijn belofte met het oog op de uitvoering van datgene wat onder eedzwering beloofd wordt. Veelzeggend is dat. Het zoeken van een vrouw voor Izak wordt door Abraham dus niet los gezien van het verbond. Hij is zich ervan bewust dat de toekomstige vrouw van Izak ook de opvolgster zal zijn van aartsmoeder Sara. Het gaat niet alleen om een geschikte vrouw voor Izak, maar ook om een geschikte vrouw met het oog op de zaak van de Heere.
Betrokkenheid van God
In vers 7 lezen we dat Abraham erop vertrouwt dat God een engel voor Eliëzer uit zal sturen, zodat Eliëzer de voor Izak bestemde vrouw zal kunnen vinden. Abraham is ervan overtuigd dat God voluit betrokken is bij het zoeken en vinden van een geschikte vrouw voor Izak. Probeer alle hedendaagse visies hier maar eens mee te verbinden en je voelt op je klompen aan hoe ver we met elkaar van dit principe zijn afgedwaald.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 oktober 2023
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 oktober 2023
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's