De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

In zicht

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

In zicht

4 minuten leestijd Arcering uitzetten

Half mei nam prof. dr. M. Barnard afscheid als hoogleraar Praktische theologie aan de PThU. Als voorzitter van de Redactie Dienstboek was hij in 2004 betrokken bij de hertaling van de liturgische formulieren uit de gereformeerde traditie. En sinds twee jaar is hij bij het werk van de Gereformeerde Bond betrokken als lid van het curatorium van de leerstoel die prof. W.H.Th. Moehn in Amsterdam bezet. Het magazine VOLZIN sprak met hem.

Stel dat je weer 18 jaar zou kunnen worden, zou je dan weer theologie gaan studeren?

‘Het is natuurlijk lastig om je aan het einde van je loopbaan voor te stellen hoe je als 18-jarige zou denken. Als ik nu opnieuw zou moeten beginnen, zou ik mij heel graag weer met de dingen bezighouden waarin ik mij de afgelopen bijna 50 jaar heb verdiept. Religie en cultuur, geloof en de kunsten, rituelen en liturgie, filosofie en theologie. Maar ik denk niet dat ik theologie nog als ingang zou kiezen. Daarvoor is het vak te klein geworden. De theologie heeft zich op de meeste plaatsen teruggetrokken van de grote universiteiten en overleeft op een paar wegdrijvende eilandjes, of ze gaat op in grotere geesteswetenschappelijke eenheden waar ze haar eigenheid verliest. Ook ontbreekt het haar tegenwoordig aan georganiseerde maatschappelijke stakeholders.

De ontkerkelijking zet met ongekende vaart door. Ik houd van de kerk, dus het spijt me dat ik het zeggen moet, maar de kerken hebben hun maatschappelijke betekenis verloren en zijn vooral bezig met overleven of met hun eigen problemen. Ze hebben steeds minder behoefte aan academisch opgeleide theologen, HBO volstaat. De kerk wil praktische professionals, geen diepzinnige theologie. Dat alles maakt theologie tot een uiterst zwakke academische discipline, en je ziet dan ook dat toonaangevend onderzoek eerder uit de hoek van bijvoorbeeld de filosofie of religiewetenschap komt.’ (...)

Waar liggen juist mooie, hoopgevende kansen de komende jaren?

‘De mooie kansen zijn eindeloos. Kunstmatige intelligentie zal ons spoedig op heel veel terreinen overtreffen. De computer diagnosticeert al beter dan de dokter en de ontdekkingen die we doen in de kosmos, zijn ondenkbaar zonder informatietechnologie. Economisch zijn er ook kansen: Nederland is de vestigingsplaats van ASML die 90% van de computerchips in de wereld maakt. Ook de geesteswetenschappen en de theologie zullen binnen de kortste keren ondenkbaar zijn zonder informatietechnologie. We zullen in ieder geval in onze onderzoeksprojecten veel nadrukkelijker naar de rol van technologie moeten kijken dan we deden.

Wat waren de bijbelschrijvers geweest zonder stift en wastablet? Wat waren de reformatoren zonder boekdrukkunst en boeken? Wat betekent onze moderne digitale technologie voor de theologie? Kan de God die we steeds zochten in rituelen, en in teksten, ook worden gevonden in digits, in nullen en enen? De computer is beter dan wij in tekstanalyses en binnenkort ook in het maken van teksten. Een door AI ontworpen en uitgevoerde religieuze bijeenkomst is nu misschien nog wat oppervlakkig en clichématig, want kunstmatige intelligentie staat nog in de kinderschoenen. Maar kinderen groeien snel, en worden zelfstandig. Dat levert interessante vragen op: kan AI worden geordineerd? Gaat kunstmatige intelligentie uit zichzelf kyrie eleison roepen en Ere zij God in den hoge? Ik sluit het zeker niet uit.’

Weet je al wat je gaat doen de komende jaren?

‘In mijn wetenschappelijk werk heb ik mij dus veel beziggehouden met religie en kunst, musea en cultuur. In het verlengde daarvan ben ik kortgeleden benoemd tot hoofdredacteur van Museumpeil, vakblad door en voor werkers in musea en de culturele sector in Nederland en Vlaanderen. Een schitterende uitdaging, waar ik voorlopig mijn handen aan vol heb. Verder ga ik mij nog wat meer bezighouden met de verhouding tussen informatietechnologie en theologie. En natuurlijk hoop ik meer tijd te vinden voor mijn hobby’s, zoals de lokale geschiedenis van mijn woonplaats Leiden en schilderen.’

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 mei 2024

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

In zicht

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 mei 2024

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's