Eenzaam in Pápa
In contacten met de Hongaarse predikanten leren we dat we de wereldkerk nodig hebben
Nu ik voor de tiende keer deelneem aan de hartelijke ontmoetingen tussen predikanten uit de Hongaarse Hervormde Kerk (HHK) en hun Nederlandse collega’s, denk ik terug aan het begin. De aangrijpende aanleiding zal ik nooit vergeten.
Het was in 2008 dat ik in Boedapest in de kamer van bisschop Szabo István zat. Ja, een bisschop, dat was nieuw voor mij. De Magyarországi Református Egyház, zoals de HHK in de eigen taal heet, is het enige calvinistische kerkgenootschap met een bisschoppelijke structuur. Respect voor de bisschop en af en toe een grapje over de bisschop – ze doen allebei mee.
Eeuwenlange verbondenheid
Hoe kunnen, naar Istváns mening, de kerk in Nederland en Hongarije elkaar dienen? Die vraag was diep verworteld in eeuwenlange verbondenheid tussen beide landen. Zo redde onze admiraal Michiel de Ruyter in 1676 met zijn vloot 26 Hongaarse predikanten die weigerden rooms-katholiek te worden. Ze moesten daarom als galeislaaf de onderkoning van Napels dienen. Ook studeerden vele honderden Hongaarse theologiestudenten vanaf 1623 aan de universiteiten van Franeker, Leiden, Harderwijk en Utrecht. Als tegenprestatie daarbij gold dat ze tien theologische boeken (lopend) mee naar huis moesten nemen.
Deze laatste traditie ging tot lang na de Tweede Wereldoorlog door, waardoor we altijd weer Hongaarse predikanten ontmoeten die onze taal spreken. Ik denk aan de vooraanstaande hoogleraar Oude Testament ds. Toth Kalman. Hij was tegelijk met zijn levenslange vriend ds. W.L. Tukker in Utrecht lid van Voetius. Kalman vertaalde enkele Calvijncommentaren uit het Nederlands in het Hongaars. Toen we hem in 2003 (hij was toen 85 jaar) bezochten, moesten we hem en zijn vrouw maar ‘oom Kalman en tante Wilma’ noemen. Het voelde direct als familie, zeker als geestelijke familie.
Eenzaamheid in Pápa
Maar, wat was nu Istváns antwoord? Met wetenschappelijke conferenties waren de predikanten niet geholpen. Hij pleitte voor ontmoeting, voor inzicht in hoe de ander zijn werk als dominee vormgeeft, voor het delen van elkaars geloof en leven. Zijn motief was het doorbreken van de eenzaamheid waarmee de Hongaarse predikant zijn werk doet. En dan zijn we bij het aangrijpende van de start van de conferenties. Want illustratief voor die eenzaamheid was het feit dat in het kleine district Pápa de voorbije twaalf maanden negen predikanten suïcide gepleegd hadden. Die zin moet je twee keer lezen voor je gelooft wat er staat. Ja, veel predikanten zagen geen perspectief meer, toen na de Wende van 1989 jongeren wegtrokken naar de grotere steden. Toen bleek welke sporen de 33 jaren onder het communisme in de gemeenten getrokken hadden. Toen ze er voor hun gevoel veelal alleen voor stonden. Toen ze stilletjes hoopten op een opwekking die er niet kwam.
Na het communisme
Tijdens onze eerste conferenties was de angst voor de ander, die jou zomaar verraden kon, voelbaar aanwezig. Hongaarse predikanten moesten leren debatteren, openlijk hun mening te geven. De oudere broeders kwamen uit een tijd dat de overheid jaarlijks het uitgeven van één theologisch boek toestond, zodat een theologisch debat niet gevoerd kon worden.
Ds. Thuróczy István erkende tijdens onze eerste conferentie in 2009 dat ‘mijn generatie nog niet als Paulus op de Areopagus durft te staan, maar bang om zich heen keek. We zullen echter profetisch moeten leren verkondigen.’ Wij begrepen dit nadat ds. Zoltán Török vertelde dat in de beginjaren van zijn predikantschap de politie na de doopdienst kwam om het doopboek in beslag te nemen – en hoe de angst het leven van de mensen jarenlang beheerste. En wij, wij leerden het meest. Dat hoop ik althans. Wij moesten leren dat de ander ontmoeten niet betekent jouw eigen verhaal vertellen, maar de ander zien in zijn context, lang naar hem te luisteren. Nog dit jaar zei een Hongaarssprekende predikant tegen een Nederlander: ‘In jou ontmoet ik voor het eerst een collega die me niet het gevoel geeft boven me te staan.’ Kerkelijke hoogmoed heeft tot veel ongelukken geleid. Reden voor zelfs de kleinste superioriteit is er echter niet, als ik de opmerking van ds. J.A.C. Olie terughaal dat een opwekking in Nederland langer geleden plaatsvond dan bij de Hongaren.
De wereldkerk nodig
In de vijftien jaar dat hij deel uitmaakte van het bestuur van de Gereformeerde Bond, zei ds. C. Blenk bij veel discussies: ‘Wat vindt de zending? Hoe denkt de wereldkerk hierover?’ Hij leerde ons wat verder reikt en dieper gaat dan een culturele gewoonte. Hij wist zich leerling van Paulus, die aan de Efezegemeente schrijft dat het kennen van de hoogte, diepte, lengte en breedte van Christus’ liefde niet lukt zonder ál de heiligen. Joden en heidenen uit elk land en elke tijd zijn nodig om te beseffen wat Zijn liefde is.
Ik besef dat optrekken met de vervolgde kerk in Nigeria en India me leerde dat lijden voor Christus voor Gods kinderen geen verrassing kan zijn. Én het leerde me meer toegewijd te dienen op de plaats die God voor mij bestemde. Zicht op het zendingswerk in Zimbabwe en Nepal leerde me hoe het Koninkrijk van God elders baanbreekt én dat Zijn werk op weerstand stuit. Gesprekken in Israël met Joden en Palestijnse christenen maken dat je oog wijder opengaat voor Gods onberouwelijke verkiezing van één volk, dat geroepen is een licht voor de heidenen te zijn. En voor wie bij voorkeur niet in een vliegtuig stapt: Afrikaanse en Aziatische christenen in ons land gaan ons voor in het besef dat de Bijbel een boek vol migratie is.
Catechismus
Met een open hart en een luisterend oor ontvang je in de ander altijd veel. Je kijkt anders naar sommige discussies in ons land als je ds. Boza Kristóf voor vijf oudere gemeenteleden met een passie hebt horen preken, als was hij in een overvolle Laurenskerk. Deze tekenen van volharding, trouw en toewijding maken je stil. In Hongarije hoor ik niet van het stoppen van de eredienst als er twaalf mensen komen. Tegelijk is er omgekeerd ook veel gebeurd. Als ds. J.C. Breugem bij zijn afscheid van Boven-Hardinxveld onverwachts ds. Gergely Ferenc Barnabás in de dienst ziet zitten, besef je dat broederschap in de dienst van het Evangelie ver gaat. Het is deze predikant die verrast was dat een kerkenraad voor de kerkdienst om zijn dominee heen staat, dat de ouderling in de consistorie voor hem en de dienst bidt. Nu wordt er voor een kerkdienst ook voor hem gebeden. Diverse Hongaren en Nederlanders besloten elkaar elke maand te bellen, concreet voor elkaar te bidden. Ik denk ook aan ds. Matyó Lajos, die na een lezing van dr. W. Verboom over de spiritualiteit van de Heidelbergse Catechismus besloot dit leerboek voor de geloofsoverdracht in zijn gemeente te gebruiken.
Transkarpatië
Tijdens de ontmoeting van vorige week kwamen meer landen in beeld. Ds. G. Lustig vertelde over zijn vijfjarige dienst aan zeven gemeenten in Zuid-Frankrijk. Kleine gemeenschappen die geleerd hebben niet in enig resultaat, maar in de beloften van God te geloven. Al ligt Frankrijk in het vrije westen, in het openbare leven is het niet toegestaan het geloof te belijden.
Op andere wijze – het is hier niet mogelijk een naam te noemen – hoorden we over het leven van de kerk in Transkarpatië, de Hongaarstalige gemeenten in het westelijk deel van Oekraïne. Hier wonen families die zonder te verhuizen in honderd jaar behoord hebben tot Tsjecho-Slowakije, de Sovjet-Unie en sinds 1991 Oekraïne. Welke les ontvang je als de kerk uit die regio ons zegt dat ‘het verleden roemrijk was, het heden ellendig, de toekomst onzeker, maar we vertrouwen op de Heere’?
Kerkgeschiedenis
Wie moedeloos is over de situatie van de kerk, kan zich richten op vele gedeelten uit de Bijbel. Denk aan Jezus’ woord dat ‘de poorten van de hel Zijn gemeente niet overweldigen zullen’ (Matt. 16:18). Hij kan echter ook kennisnemen van de kerkgeschiedenis. Onze Nederlandse Geloofsbelijdenis stelt in artikel 27 terecht ‘dat de heilige kerk door God bewaard of staande gehouden wordt tegen het woeden der gehele wereld, hoewel zij soms een tijdlang zeer klein en als tot niet schijnt gekomen te zijn in de ogen van mensen’
In de ontmoeting met de gelovigen in Lystre, Ikonium en Antiochië (Hand. 14) versterkt Paulus hun zielen, spoort hen aan in het geloof te blijven en leert hij dat de ingang naar het Koninkrijk van God een weg van veel verdrukkingen is. Dat weet de wereldwijde kerk van Christus. En haar perspectief? Te behoren tot de grote menigte, die niemand tellen kon, uit alle naties, stammen, volken en talen. Dan zal het eenparig klinken: ‘De zaligheid is van onze God, Die op de troon zit, en van het Lam!’
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 juni 2025
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 juni 2025
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's