De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Priester, voor eeuwig

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Priester, voor eeuwig

Christus viel buiten de orde van de Levitische stamboom

6 minuten leestijd Arcering uitzetten

Aangrijpend is het levensverhaal van Jochen Klepper, een ‘psalmist’ onder het naziregime. Hij trouwde met een Joodse vrouw, die uit een eerder huwelijk twee dochters had. Toen deportatie van de jongste dreigde, zochten zij als gezin vrijwillig de dood.

Indringende liederen schreef deze Klepper. Dat geldt zeker voor zijn kerstliederen. Zoals deze:

Kind, nu wij om U vrolijk zijn,

valt ons uw nood in en uw pijn,

’t leed dat door onze schuld vannacht

wij hebben over U gebracht.

Deze regels doen denken aan wat onze catechismus zegt: dat Christus van meet af geleden heeft. De kribbe had voor Hem niets vertederends, eerder iets vernederends.

Verborgen

Als koning, profeet en priester vond Hij namelijk onderdak in een stal. Maar hoe verborgen droeg Hij deze ambten! Koningsgewaad, profetenmantel en priesterkleed hingen nergens aan de wand. Of er had iets van moeten doorschemeren in de doeken waarin Hij was gewikkeld. Hoe dan ook, Hij lag daar als priester.

Wel als een bijzondere priester. Want Zijn moeder en (aardse) vader stamden niet af van Levi. Dat was wel het geval met Maria’s nicht Elizabet en haar man Zacharias. Die konden hun stamboom terugvoeren tot op Aäron, die door God Zelf was aangesteld. Dat was zeer belangrijk in Israël. Want dat bepaalde of je een wettige priester was, een cohen. Christus viel echter buiten deze orde.

Hebreeënbrief

De Hebreeënbrief gaat daar uitgebreid op in. Op diverse manieren schetst de auteur Jezus als priester, ja, als de grote Hogepriester. Dat blijkt overal uit: Hij was een barmhartig en getrouw Hogepriester (4:14) Die ons in alles gelijk werd (2:17), zodat Hij medelijden met ons kon hebben in onze zwakheden en wist wat het was om verzocht te worden (4:15).

Dat ging ver, zó ver dat Hij luid roepend en onder tranen smeekbeden offerde aan Zijn Vader (5:7). Daardoor leerde Hij gehoorzaamheid, nota bene uit wat Hij moest lijden (5:8). Zo deed Hij de dingen die bij God te doen waren: Hij verzoende de zonden van het volk (2:17).

Het was niet tevergeefs. Want Hij is door Zijn Vader verhoord en uit de dood verlost (5:7). Vervolgens is Hij de hemelen doorgegaan (8:1) tot in het binnenste heiligdom (6:19-20) en heeft Zich gezet aan de rechterhand van Zijn Vader (8:1). Daar leeft Hij nu om altijd voor ons te bidden, te pleiten (7:25).

Handen vol

Welke andere priester had dit gekund? Levitische priesters hadden de handen vol aan zichzelf. Ze werden immers door de dood verhinderd altijd priester te blijven (7:23); ze waren niet heilig, onschuldig en onbesmet (7:26); ze moesten niet alleen offers brengen voor de zonden van het volk maar ook voor zichzelf (7:27); ze deden dienst onder een verbond met zwakke opties (8:6) die geen gewetens konden zuiveren (9:9). Bovendien waren de offers van dieren onvolmaakt (10:4), zodat de zonden er niet door werden weggenomen (10:11).

Geen wonder dat de apostel uitroept: ‘Daarom, heilige broeders, deelgenoten aan de hemelse roeping, let op de Apostel en Hogepriester van onze belijdenis: Christus Jezus.’ (3:1) Op Hem moeten we strak ons oog gericht houden. Want Hij is de Leidsman en Voleinder van het geloof (12:2) dankzij het feit dat Hij een unieke Hogepriester is, Die buiten de orde van Aäron valt. Want Hij is Hogepriester ‘naar de orde van Melchizedek’ (5:6, 6:20, 7:17,21).

Frederik

Melchizedek, een mysterieuze figuur in de Schrift. Van zijn komaf weten we amper iets. Ineens duikt hij op in Genesis 14 om Abraham van brood en wijn te voorzien en hem te zegenen, nadat deze zijn neef Lot heeft bevrijd. Zijn ouders kennen wij niet, een stamboom is er niet, hij is zonder begin van dagen en zijn leven eindigt ook niet (7:3).

Wat we wél van hem weten – dat geeft de doorslag – is dat hij priester is van de allerhoogste God. Ook weten we dat hij uit Jeruzalem komt, stad van de vrede. Zelf is hij koning van de vrede. Frederik, noemt Luther hem dan ook humoristisch (rik = koning). En koning van de gerechtigheid. Want dat betekent de naam Melchizedek (7:2). In dat alles staat hij symbool voor Christus.

Melchizedeks naam treffen we ook aan in Psalm 110, het hoofdstuk uit het Oude Testament dat het meest in het Nieuwe geciteerd wordt. Calvijn, die niet zo snel een tekst op Christus betrekt, schrijft nu: ‘Uit het vierde vers blijkt zeer duidelijk dat hier van niemand anders gesproken wordt dan van Christus. Er valt dus niet aan te twijfelen of de Heilige Geest wijst hier op iets zeer bijzonders, waardoor Hij van alle anderen wordt onderscheiden.’

Zichzelf

Dat zeer bijzondere hebben we tot nu toe niet genoemd en juist daar werkt de Hebreeënbrief als in climax naar toe: Christus heeft als Hogepriester Zichzelf geofferd (7:27). Zijn eigen bloed heeft Hij gestort. Vervolgens nam Hij het mee in het hemelse heiligdom (9:12). Zodoende is Hij Middelaar geworden van een beter verbond met betere beloften (8:6).

Zeer verborgen begon Hij met dit priesterlijke werk: toen Maria Hem als haar eerstgeboren Zoon baarde, ontledigde Hij Zichzelf door de gestalte van een slaaf aan te nemen, terwijl Hij de gestalte van God had.

Met dat ze Hem in de kribbe legden, deed Hij afstand van Zijn heerlijkheid, werd een worm en geen man, veracht door het volk. En dat Hij in doeken gewikkeld werd – was dat niet het aannemen van ons (zondige) vlees en (rebelse) bloed? Daarom was er voor Hem geen plaats in de herberg; moest er voor Hem, de Reine bij uitstek, in de tempel een reinigingsoffer gebracht worden; sloegen Zijn ouders met Hem op de vlucht naar Egypte.

Diepzinnig dichtte Klepper:

De wereld is vol feestgeschal.

Maar Gij ligt in een arme stal.

Uw oordeel is alreeds geveld,

Uw kruis staat ginds al opgesteld.

Zegen

Maar juist daarom spoeden wij ons naar de kribbe! Geen mens kan immers zonder priester. Zeker niet zonder deze Priester, die de oogstgaven der mensheid opdraagt aan God; die gaven zijn... onze zonden (Noordmans). En zonden hébben wij, zonder tal, met alles wat zich daarbij voegt aan zorg en verdriet.

Zouden onze zonden opwegen tegen Gods zegen? Als we het Jozef en Maria zouden vragen, de herders en de wijzen, een zondaar of een bedelaar – ze zouden slechts antwoorden: ‘Het bloed van deze Priester, Gods Zoon, reinigt ons van alle zonden.’ Hoe klein deze Priester ook was, reken maar dat zij niet zonder Zijn zegen uit de stal zijn vertrokken.

En Zijn voorbede? Was onze Hogepriester daar in de kribbe al mee bezig? Of zou op dat moment de Geest in Hem hebben gezucht met Zijn gebeden?

Hebben

In elk geval: ‘Wij hébben een Hogepriester,’ zegt de apostel met nadruk (4:14). ‘Hij hoeft niet eerst nog gemaakt te worden of te komen, nee, wij hébben Hem, van Godswege. Laten wij toch ter harte nemen dat Gods Woord ons zegt dat wij Hem hébben. Ook al is er onrust, zijn wij bang, hebben wij niets dan zonden – wij hébben een Hogepriester, zegt ons Gods Woord, dat niet liegt.’ (Kohlbrugge)

Daarom, zo vaak wij op de kribbe zien, is dat kleine Kind onze Priester. En met Jochen Klepper bidden we:

Eens, als G’ ons tot Uw vreugde noodt,

aan gene zijde van de dood,

zal zonder bitterheid en pijn

ons hart vrij voor het loflied zijn.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 december 2019

De Waarheidsvriend | 28 Pagina's

Priester, voor eeuwig

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 december 2019

De Waarheidsvriend | 28 Pagina's