De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Nederig oordelen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Nederig oordelen

Leven in een ongelovige omgeving (1)

6 minuten leestijd Arcering uitzetten

Een duistere, verdorven en vijandige omgeving. Dit beeld schetsen de apostelen van de wereld buiten de christelijke gemeente. Zo’n benadering roept in de huidige tijd weerstand op.

Zowel Paulus als andere apostelen maken gebruik van een breed arsenaal aan negatieve termen, zodra zij schrijven over de ongelovigen. De mensheid – voor zover ze niet opnieuw geboren is – is een verkeerd geslacht, onrein, dwaas en verblind. Ze laten zich leiden door zondige hartstochten, wat hen brengt tot hebzucht en ontucht, tot ruzie, woede en afgoderij (bijvoorbeeld in Hand.2:40; Rom.1:18-32; 1 Kor.3:20; Ef.2:1-3; Ef.4:17-22; Kol.3:5- 9; 1 Thes.4:5; 1 Petr.4:3-4).

Ongemakkelijk

Om verschillende redenen kunnen zulke teksten ons een ongemakkelijk gevoel geven. Veel christenen willen niet negatief oordelen over andere mensen. Verder is het een generaliserende manier van spreken, waar we ons in de samenleving juist tegen verzetten. Je kunt alle mensen buiten je eigen gemeenschap toch niet over één kam scheren?

Nog een reden voor ons ongemak is dat we in onze traditie sterk benadrukken zelf geen haar beter te zijn dan anderen. Ook na bekering blijven we zondaren. We weten dat we onszelf niet mogen verheffen. Hoe kun je dan zo’n scherpe tegenstelling maken tussen de gelovigen en een slechte buitenwereld?

Bovendien ontmoeten we in de praktijk veel fijne en eerlijke mensen, terwijl die niets met Jezus hebben. In het ‘Woord vooraf’ op Tim Kellers boek over ons dagelijks werk (getiteld Goed werk) vertelt Katherine Alsdorf dat ze vaak werkte met beschaafde, op de maatschappij betrokken mensen. Daarmee leerde God haar een belangrijke les: oprechte bescheidenheid.

In deze artikelenserie behandel ik de vraag waarom de apostelen zo sterk de tegenstelling benadrukken tussen de christelijke gemeente enerzijds en de omringende wereld anderzijds. Waar is dat voor nodig?

Daarbij komt ook het groepsdenken in de Bijbel aan de orde. Eerst sta ik echter stil bij het oordelen.

Afkeuring

‘Oordeel niet,’ zei Jezus (Matt.7:1). Wat heeft Hij bedoeld? Mag je geen uitspraak doen over goed en kwaad in het gedrag van je naaste? Deze bijbeltekst lijkt ons aan te sporen om zeer tolerant te zijn en nooit iets af te keuren. In andere teksten krijgen we de opdracht voor onszelf te onderscheiden wat de wil van God is. De gelovigen hebben daarvoor de Heilige Geest ontvangen, Die hun verstand verlicht en hun leven vernieuwt (1 Joh.2:20). Juist kinderen van God leren het goede en kwade uit elkaar te houden. Ieder moet zich afvragen of hij zich kan verantwoorden voor God (Rom.14:12; Gal.6:4-5).

Wat onze broeders en zusters betreft moeten we het oordeel overlaten aan hun Heere, benadrukt Paulus in Romeinen 14. Hier zijn kwesties aan de orde waarover binnen de gemeente verschil van inzicht kan zijn. Elders noemt hij christenen die worden gewaardeerd om hun daden (2 Kor.8:18; Fil.2:22). Dan is er blijkbaar toch een oordeel over iemand gevormd.

Je kunt denken dat we ons moeten beperken tot positieve oordelen. In een andere situatie dringt Paulus er echter op aan grensoverschrijdend gedrag aan de kaak te stellen. Daarover wordt dus een afkeurend oordeel uitgesproken. Om de heiligheid van de kerk en de geestelijke gezondheid van de gelovigen te beschermen, dienen rotte appels uit de gemeente te worden verwijderd (1 Kor.5:1-13). In de Galatenbrief lezen we een vernietigend oordeel over ieder die een ander evangelie verkondigt (Gal.1:8-9).

Terechtwijzen

Voor de onderlinge omgang tussen christenen hebben we twee lijnen gevonden. In bepaalde zaken van levensstijl moet er binnen de kerk ruimte zijn voor verschillende keuzes. Ieder draagt hierin zijn eigen verantwoordelijkheid om naar eer en geweten te handelen. Tegelijk moet er duidelijkheid zijn over de morele grenzen van de christelijke levenswandel Er is een gezamenlijke verantwoordelijkheid om zich uit te spreken wanneer de grenzen van bijbelse geboden worden overschreden.

Wanneer iemand in de gemeente op het verkeerde pad komt, is het nodig hem terecht te wijzen. In eerste instantie gebeurt dit onder vier ogen en soms moet je daar ook anderen bij betrekken (Matt.18:15- 17; Jak.5:19-20). Het is belangrijk dat ons oordeel juist en rechtvaardig is, niet gebaseerd op verkeerde overwegingen (Jak.2:4). Voordat we een oordeel vellen, moeten we de feiten onderzoeken en de persoon in kwestie aan het woord laten (Joh.7:24,51). Wanneer de zaak niet duidelijk is, kunnen we ons oordeel beter opschorten. Christenen verwachten dat uiteindelijk de Heere Zelf garant staat voor een rechtvaardig oordeel (1 Kor.4:5).

Balk en splinter

Wanneer Jezus zegt dat we niet moeten oordelen (Matt.7:1), betekent dit niet dat we nooit ergens iets van mogen zeggen. Deze tekst is geen vrijbrief voor onbeperkte toegeeflijkheid. Hoe moeten we Zijn uitspraak dan opvatten? In de oosterse cultuur is het van groot belang om de eer te verdedigen. Wie zich afwijkend gedraagt, krijgt flink tegengas. Zo iemand wordt door de omgeving te schande gemaakt. Men uit zijn kritiek in agressieve bewoordingen. In die strijd word je makkelijk meegetrokken. Laat dat niet gebeuren, zegt Christus. Oordeel niet! Hiermee leert Hij ons dat wij op het kwade van onze naaste niet zo fel en uitdagend moeten reageren (uitleg van J.H. Neyrey in Honor and Shame in the Gospel of Matthew).

Het verband helpt ons om de tekst goed te begrijpen. Iedere dag heeft zijn eigen kwaad, staat er in het voorgaande vers (Matt.6:34). Hoe reageer je op dat kwaad? Vol ergernis kun je de splinter in het oog van een broeder direct willen verwijderen. Aan die impuls mogen we niet toegeven. Je kunt je beter eerst druk maken over de balk in je eigen oog. Dat leert je nederig te zijn en vergevingsgezind. Dan pas zie je scherp genoeg om een ander terecht te wijzen (Matt.7:5). Samenvattend zegt Jezus dat we anderen zullen behandelen zoals we zelf behandeld willen worden. De welwillende houding van de hemelse Vader is ons ten voorbeeld (Matt.7:1-12).

De wereld

Het is goed dat we een mening vormen over goed en slecht gedrag onder de mensen. We moeten met ons oordeel echter niet te haastig zijn. Deze waarschuwing is in onze cultuur hoogst actueel. Via allerlei media worden mensen direct te schande gemaakt zodra ze een misstap begaan of afwijken van de culturele normen. Men kan zich dagelijks opwinden over alles wat er verkeerd gaat. De Heere leert ons daar niet aan mee te doen. Het is beter onze aandacht te richten op hoe we zelf leven. Zeker over buitenstaanders hoeven wij geen oordeel te vellen (1 Kor.5:12-13).

Toch lijken de apostelen in hun brieven dat zelf herhaaldelijk wel te doen. Waarom schilderen zij de wereld buiten de christelijke gemeente zo donker af? Het vervolg van deze artikelenserie zal de vraag opwerpen of de kerk van vandaag niet te veel de verbinding zoekt met haar ongelovige omgeving. We spiegelen onszelf aan het apostolische onderwijs in het Woord van God.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 januari 2020

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Nederig oordelen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 januari 2020

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's