Vol hoop
Met God willen en durven we een onbekende toekomst in te gaan
Wat is, als belijdeniscatechisant, je verwachting van de toekomst? Waarop hoop je? Je belijdt het algemeen ontwijfelbaar christelijk geloof in een gebroken wereld. Wat betekent dat met het oog op deze wereld en het Koninkrijk van God dat komt?
Wie belijdenis van het geloof hoopt te doen, heeft een hele weg afgelegd. Dat geldt niet alleen de groep catechisanten die in het afgelopen seizoen intensief met elkaar bezig is geweest rondom een open Bijbel, maar ook ieder persoonlijk. Hoe verschillend dit ook is, het brengt samen om straks het jawoord uit te spreken.
Beloofde hoop
Mooi is daarin ook de gedachte dat het jawoord van ouders wordt overgenomen. De meesten die belijdenis doen, zijn immers gedoopt. Daarbij klonken de woorden uit het doopformulier, dat zegt dat we een eeuwig verbond met God hebben. De hoop is beloofd door de Heere Zelf. Toen is ook gebeden voor ons: opdat wij zullen leven in een nieuwe gehoorzaamheid, om met Christus op te staan in een nieuw leven. Prachtig verwoord is het gebed waarin we de trits uit 1 Korinthe 13 herkennen: Om Hem toegewijd te zijn met waarachtig geloof, vaste hoop en vurige liefde. Er is gebeden dat we dit leven getroost mogen verlaten (zondag 1) en dat we op de jongste dag voor de rechterstoel van Christus onbevreesd mogen verschijnen om de drie-enige God eeuwig te loven en te prijzen.
Bijzonder dat die diepe woorden uit het doopformulier nu met het afleggen van geloofsbelijdenis een diepere vervulling krijgen. Want het jawoord dat we overnemen, is niet als een belijdenis van ‘Ik kan nu op eigen benen staan’, maar veel meer een belijdenis van afhankelijkheid: ‘Mijn hoop is op de Heere. Met Hem wil ik verder, met Hem willen wij verder.’
Hoop op God
In wat er achter ons ligt en wat geweest is, hebben we zoveel ontdekt over Wie God is dat we met Hem de onbekende toekomst in willen en durven gaan. Toch is dat vaak een aangevochten verlangen. Want in een tijd van bindingsangst, waarbij mensen zich niet voor al te lange tijd willen (laten) binden, kan dat onzekerheid geven: Wil ik het echt? Kan ik het echt? Houd ik het in die onzekere toekomst vol? Maar belijden is het verwachten van de drie-enige God, Vader, Zoon en Heilige Geest. Hopen op Hem is geen slag in de lucht, maar gefundeerd in wat Hij deed, wat Hij doet en wat Hij belooft te doen. Het gaat samen op in het groeien in kennen en vertrouwen van deze God. Velen zijn op die weg reeds voorgegaan. Het is mooi om het formulier van openbare geloofsbelijdenis zo door te spitten op het thema van de christelijke hoop. Er gaat dan heel wat open. In het formulier staat onder andere dit: Wij loven U om onze schepping en bewaring, maar bovenal om Uw onschatbare liefde en de hoop op Uw heerlijkheid. Hier zien we iets van het werk van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest oplichten.
Blijvend belijden
Het belijden wordt hierin niet gezien als een eenmalig gebeuren. Want ‘zo verenigd met Christus, zijn wij geroepen met woord en daad Hem te belijden als Heere en Heiland, en Gods Koninkrijk te verkondigen en te verwachten’.
Elke keer worden we in ons leven geroepen op verschillende wijze Hem te belijden en zo Gods Koninkrijk te verkondigen. Dat laatste is nogal wat, we reserveren de verkondiging toch vaak voor de voorganger. Belijden is ook verkondigen, bekendmaken. Wie ben ik, denken we wellicht… En toch: Belijden is zeggen dat er een Herder is, het is getuigen van Zijn liefde en genade in ons eigen leven.
Vandaag belijden immers velen hun ongeloof. Ze schamen zich er niet voor om er allerlei ideeën op na te houden wat betreft reïncarnatie of dood-is-dooddus-ik-leef-voor-mijzelf. Als zovelen geen hoop hebben en de zinloosheid ons aangrijnst, zijn we juist geroepen te getuigen van Hem: Jezus Christus, onze Hoop! Met Zijn leven door de dood heen heeft Hij de zinloosheid doorbroken (Rom.8:18-20).
Aangevochten hoop
Het is niet zo dat wij alles in de binnenzak hebben. Te midden van de gebrokenheid die we om ons heen zien en soms aan den lijve ervaren, kunnen de Godsvraag en de waaromvraag krachtig binnenkomen. In het machtige hoofdstuk over de opstanding (1 Kor.15) doet Paulus uit de doeken waar de christelijke hoop op gestoeld is, op de Gekruisigde, Die verrezen is en eeuwig leeft. De dood heeft geen vat op Hem. Wie kent niet de bekende tekst uit Romeinen 10 waar Pasen en het belijden van de hoop aan elkaar gekoppeld zijn: ‘Als u met uw mond de Heere Jezus belijdt en met uw hart gelooft dat God Hem uit de doden heeft opgewekt, zult u zalig worden’. In Romeinen 8 horen we van het zuchten van de schepping en tegelijkertijd van de vaste hoop: niets en niemand kan ons scheiden van de liefde van Christus.
Vaste hoop
Wat een belofte is dat. Wat een zekerheid geeft dat. De hoop is geen misschientje, maar vaste hoop gefundeerd in Jezus Christus Zelf. Het belijden van de hoop betekent door het geloof zo aan Hem verbonden zijn dat wat Hij heeft gedaan, ons wordt toegerekend. Zo delen we in wat Hij deed voor ons. De gang van Hem via Pasen en Hemelvaart laat de route zien die weggelegd is voor al de Zijnen. Wat een hoop dat de dood is overwonnen. Wat een hoop dat Hij de hemelen geopend heeft. Wat een hoop dat Hij zit aan de rechterhand van God, van waar Hij zal terugkomen om te oordelen.
Inhoud van de hoop
Waar alle hoop in het paradijs verdween na de zonde van onze voorouders tegenover de Heere en elkaar en waar deuren dichtgingen, daar worden ze door Christus één voor één geopend. In de Twaalf Artikelen belijden wij immers wat de drie-enige God in Christus heeft gedaan. Het loopt uit op de laatste drie artikelen:
De vergeving van de zonden: Onze grote nood waarmee wij de schuld dagelijks groter maken, maakt Christus goed door Zelf de hoge prijs te betalen. Door het geloof in Hem is er verzoening en is de kloof tussen God en mens overbrugd.
Wederopstanding van het lichaam: Als gevolg van de zonde ontvangen wij als loon op de zonde de dood in al zijn verschrikkingen. De dood als onverbiddelijk einde, maar ook het oordeel van God. Het Woord is vlees geworden en zo is Hij ons voorgegaan: Hij heeft de dood overwonnen, het graf opengebroken. Nu al zijn we in Christus een nieuwe schepping, de Geest vernieuwt ons naar het beeld van Christus, straks zullen we Hem gelijk zijn.
En een eeuwig leven: Niet de eeuwige dood zonder hoop, zonder toekomst en zonder uitzicht blijft over. Dat hebben we wel verdiend, maar we ontvangen met en in Christus eeuwig leven. Dat is een hoopvolle wetenschap: het beste komt nog. Ook al kan ik me dat nauwelijks voorstellen, de toekomst is in de beste handen, Hij komt terug en zal het goed maken. Hij bewaart het beste voor het laatst.
Anker
Niet voor niets is het symbool van de hoop een anker (Hebr.6:19). De hoop ligt niet in het eigen levensschip, maar de vastheid ligt buiten ons in Hem, in wat Christus bevrijdend heeft gedaan. Bijna geen andere brief benadrukt dat sterker dan de Hebreeënbrief: Hij gaf Zichzelf als het volmaakte offer. In Hem ligt het vast.
Dat betekent niet dat het niet stormt in het leven. Het is net zoals bij een schip dat voor anker ligt. Het kan op de grote golven heen en weer geslingerd worden, toch zal het niet te pletter slaan, omdat ze verbonden is aan de Rots der eeuwen, de vaste Rots van het behoud.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 maart 2020
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 maart 2020
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's