‘Per ongeluk’ omgekomen
Dr. Jan Koopmans waarschuwde fel tegen Ariërverklaring
In het orthodoxe deel van de kerk is in aanloop naar de oorlogsjaren weinig verzet geweest tegen het nationaalsocialisme. De theocratie werd wel beleden. Toch ontbrak profetisch inzicht in de ontwikkelingen van de tijd. Als een witte raaf heeft dr. Koopmans commentaar geleverd bij zijn tijd.
Op zijn onderduikadres hoorde Jan Koopmans aan de Stadhouderskade te Amsterdam rumoer aan de overkant. Duitse soldaten executeerden dertig mensen op het Weteringplantsoen, als vergelding voor de moord op een SD’er. We schrijven 12 maart 1945, minder dan twee maanden voor de bevrijding. Een verdwaalde kogel raakte Koopmans in het oog. Hij overleed twaalf dagen later, op 24 maart. Hij is slechts 39 jaar oud geworden, maar heeft dan al belangrijke theologische publicaties op zijn naam staan. Helaas heeft hij zijn theologische gedachtengoed niet verder kunnen uitbouwen, waardoor hij enigszins in de schaduw van dr. K.H. Miskotte en dr. O. Noordmans terechtgekomen is. De laatste jaren is er meer aandacht voor Koopmans gekomen. Het zou goed zijn dat iemand de heruitgave van zijn werken ter hand neemt.
Ariërverklaring
Nederland dacht in 1940 neutraal te blijven. Toen Hitler in mei 1940 ons land binnenviel, was dat dan ook een schok. Het was bekend dat in Duitsland de Joden al sociaal en maatschappelijk geïsoleerd waren. Veel Joden waren in de jaren dertig naar Nederland gevlucht, hopend op een goed heenkomen. De Nederlandse regering ging er van uit dat de maatregelen, die in Duitsland tegen de Joden waren afgekondigd, in Nederland niet zouden worden doorgevoerd. Tevergeefse hoop!
Al meteen na de bezetting in mei 1940 werd het de Joden verboden ritueel te slachten. In augustus werd bij decreet bepaald dat Joden niet als ambtenaar voor de overheid mochten werken. De Nederlandse bevolking reageerde nauwelijks. Dat gaf de Duitsers hoop. Zij zagen ruimte om hun plannen door te zetten. Zij schreven hun ambtsbe‑ richten aan Hitler in ronkende taal: in Nederland blijft verzet uit, de uitroeiing van Joden zal hier zonder veel problemen verlopen. Dat bleek inderdaad zo te zijn. Reeds in september 1940 had de Duitse legerleiding een strategie klaarliggen om alle Joden uit te roeien. Systematisch is aan de realisering daarvan gewerkt. In oktober 1940 moest elke ambtenaar, hoogleraar, onderwijzer en student een formulier ondertekenen, waarin hij verklaarde of hij Arische of Joodse voorouders had, de zogenoemde ‘Ariërverklaring’. Ieder die tenminste één Joodse grootouder had, werd als Jood geregistreerd. Op deze manier kreeg de bezetter de Joodse Nederlanders administratief in de greep.
Protest
Slechts een handjevol ambtenaren weigerden te ondertekenen, onder wie N.H. de Graaf. Op 24 oktober 1940 stuurden zes protestantse kerken een brief aan rijkscommissaris Seyss-Inquart, waarin ze gezamenlijk protesteerden tegen de Ariërverklaring. Maar de toon was voorzichtig. De brief zegt: ‘Als uw loyale medewerkers wijzen wij u er op dat de invoering van de Ariërverklaring de gevoelens van de Nederlanders tegenover de bezettingsautoriteiten negatief kan beïnvloeden.’ Van een principieel verzet was dus geen sprake. Elk woord vanuit de Bijbel blijft achterwege. Samenvattend moet gezegd worden dat vrijwel niemand in opstand kwam. Christenen niet, en – merkwaardig genoeg – ook Joden niet. Er heerste allerwegen gelatenheid. En ook wel het gevoel dat het zo’n vaart niet zou lopen.
Bijna te laat!
Maar er was één tegenstem: die van Jan Koopmans. In november 1940 schreef hij in één nacht de eerste illegale brochure, onder de vlammende titel Bijna te laat! Er werden 30.000 exemplaren gedrukt en clandestien verspreid onder burgemeesters, notarissen en schoolbestuurders.
De kerken hadden wel protest aangetekend tegen de Ariërverklaring, maar hun leden geen advies gegeven. Volgens Koopmans was dat enorme vergissing. Hij kritiseerde de halfslachtigheid, de argeloosheid en de meegaande houding van het Nederlandse volk. De brochure deed een krachtige oproep om de Ariërverklaring niet te ondertekenen. Op een ‘onbehoorlijke vraag’ mag men ‘om des gewetens wil’ geen antwoord geven. ‘Volk van Nederland, het is bijna te laat – maar nog niet helemaal. Het is nog niet te laat om op te komen voor onze Joodse volksgenoten.’ Zeker voor een christen is ondertekenen onmogelijk, want Jezus Christus was een Jood. ‘Eer vergete mijn rechterhand zichzelve, dan dat ik een verklaring onderteken, dat ik niet van Joodsen bloede ben, waarbij ik dus verklaar: Gij, Here Jezus, zijt wel van Joodsen bloede geweest, maar ik gelukkig niet, en daarom kan ik mijn betrekking houden.’
Antisemitisme
In 1941 schreef Koopmans een illegale brochure met dezelfde strekking en argumentatie: Wat wij wel en wat wij niet geloven. Hardgrondig verwerpt hij het antisemitisme als ‘een van de hardnekkigste en dodelijkste vormen van verzet tegen de heilige en barmhartige God, wiens Naam wij belijden’.
Het is pijnlijk te moeten zeggen dat er in de Nederlandse kerken geen zicht was op het volk Israël als verbondsvolk van God. De uitwerking van Koopmans’ oproep is gering geweest. Weinigen hebben geluisterd. Koopmans besefte zelf ook dat het kwaad al geschied was: velen hadden de Ariërverklaring ondertekend en zo de Duitsers een troef in handen gegeven voor de uitroeiing van de Joden. Vrijwel niemand geloofde dat het zo ver zou komen. Maar Koopmans doorzag het. Wat betreft de verklaring over ‘de samenstelling van ons bloed zijn wij te laat en hebben wij de slag verloren. Maar laten we ons wapenen voor de tweede slag. Want die komt.’ De analyse van Koopmans was trefzeker: de Ariërverklaring was slechts een eerste stap op weg naar de vernietigingskampen. Koopmans voorzag het lot van de Joden: ‘Zij gaan eruit en zij gaan eraan!’
Sterilisatie
Hitler had Aus der Fünten belast met de deportatie van alle Joden uit Nederland. Op 14 mei 1943 bezocht Aus der Fünten kamp Westerbork. Hij liet de groep gemengd-gehuwden (Joden die met een Nederlander waren getrouwd) samenbrengen, en stelde hen voor de keuze: als ze zich vrijwillig lieten steriliseren, zouden ze blijven leven; anders zouden ze worden weggevoerd naar Polen. De 103 aanwezigen kregen een half uur bedenktijd. Niet dat het veel uitmaakte. Niet één van hen overleefde de oorlog. Koopmans reageerde onmiddellijk. Hij schreef een felle brief aan de Duitse bezetters, waarin hij ronduit zei dat deze handelwijze ‘goddeloos’ was. Tien kerken hebben onder deze brief hun handtekening geplaatst. Koopmans preekte in de Noorderkerk de zondag daarop. In de preek verbindt Koopmans de onvruchtbaarheid van Hanna aan de politieke ontwikkelingen. Geen enkele rassenleer of welke grootheidswaan dan ook kan gedwongen sterilisatie legitimeren. Openlijk bad Koopmans voor ‘de goddelozen’. Deze onverschrokkenheid maakte dat hij moest onderduiken.
Duidelijk is in ieder geval dat Koopmans het volksbestaan van de Joden verbonden heeft aan God Zelf. Hij is de Heere, de God van Israël. Wie Zijn oogappel aanraakt, raakt Hemzelf. God heeft Israël uitgekozen om Zijn openbaring te ontvangen. Niet op grond van enige verdienste. Het is Gods genade. Wie zich verzet tegen Israël, verzet zich tegen Gods genade. Dat heeft meteen ook politieke betekenis. Als een overheid zich tegen Israël keert, mag de kerk niet zwijgen.
Amersfoortse Stellingen
Koopmans onderhield nauw contact met de beweging van de Bekennende Kirche in Duitsland. In 1937 vertaalde hij de Barmer Thesen (1934), waarin een groep Duitse theologen zich uitsprak tegen het nationaalsocialisme. De initiator was de Zwitserse theoloog Karl Barth. Hij wilde de geestelijke ingezonkenheid van de kerk te boven komen door strikt het Woord van God voorop te stellen. De verhouding tussen Barth en Koopmans is die van een meester en een zelfstandig denkende leerling. In de zo genoemde ‘Lunterse Kring’ besprak Koopmans de Barmer Thesen met geestverwanten als mr. Paul Scholten, dr. G. Oorthuys, en de gezusters dr. Hanna Kohlbrugge en dr. Hebe Kohlbrugge. Hier zijn de ‘Amersfoortse Stellingen’ (1939) ontstaan, een Nederlandse pendant van de Barmer Thesen. Scherper dan in de Barmer Thesen wordt hierin het antisemitisme veroordeeld.
Dr. Jan Koopmans
Jan Koopmans werd op 26 mei 1905 te Sliedrecht in een getalenteerd gezin geboren. Zijn vader was hoofd van de christelijke school. In 1928 werd Koopmans predikant in de Hervormde Kerk. Hij diende de gemeenten van Elkerzee en ’s Heer Hendrikskinderen. Van 1938-1941 was hij studiesecretaris van de Nederlandse Christen Studenten Vereniging NCSV, waardoor hij een netwerk van internationale contacten opbouwde. Vanaf 1941 was hij predikant in de Amsterdamse Noorderkerk. In 1938 promoveerde hij op Het oudkerkelijk dogma in de Reformatie, bepaaldelijk bij Calvijn. Koopmans is bekend geworden dankzij zijn alerte reactie op de Duitse bezetting. Zijn verzet tegen het nationaalsocialisme vloeide direct voort uit zijn theologische opstelling.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 april 2020
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 april 2020
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's