Oordeel en genade
Leessleutels voor het bestuderen van Jesaja (1)
Jesaja is een van de vier grote profeten. Het boek Jesaja is het grootste qua omvang en wordt het meeste geciteerd in het Nieuwe Testament. Het wordt wel het vijfde Evangelie genoemd. Een belangrijke vraag is: Hoe lees je een boek als Jesaja?
Wat is het centrale thema? In de komende periode zullen er een aantal leessleutels aangereikt worden om zelf met het boek Jesaja aan de slag te gaan, voor persoonlijke bijbelstudie of voor een bijbelkring.
De profeet en het boek
Laten we beginnen met een korte inleiding op de profeet Jesaja en het boek Jesaja. De profeet Jesaja profeteert in de tijd van Uzzia, Jotham, Achaz en Hizkia, vier koningen van Juda, van ongeveer 739 tot en met 686 voor Christus. In de betreffende periode is het tienstammenrijk Israël weggevoerd in ballingschap naar Assyrië. We lezen in het boek Jesaja over de roeping van Jesaja, over zijn vrouw die een profetes genoemd wordt en over zijn kinderen: Sear-Jasub (‘een overblijfsel zal terugkeren’) en Maher-Sjalal Chasj-Baz (‘snelle plundering, haastige buit’).
Er is veel geschreven over het auteurschap en de indeling van het boek Jesaja (zie bijvoorbeeld Studiebijbel Oude Testament). We zullen daar niet al te diep op ingaan, maar vooral op het boek zelf. Mijn voorstel is om het boek zó te lezen zoals het in de canon staat en door de kerk der eeuwen is overgeleverd. Uitgangspunt is de eenheid van het boek Jesaja.
De hoofdstukken 1-39 kunnen we het beste verstaan tegen de achtergrond van de Assyrische tijd. Hierover gaat het tweede artikel met als thema ‘God en de volken’.
De hoofdstukken 40-55 kunnen we het beste verstaan tegen de achtergrond van de Babylonische tijd. Hierover gaat het derde artikel met als thema ‘De Knecht van de Heere’.
De hoofstukken 56-66 kunnen we het beste verstaan tegen de achtergrond van de Perzische tijd. Hierover gaat het vierde artikel met als thema ‘Hoop voor de toekomst’.
Roeping
De profeet Jesaja wordt geroepen in het jaar dat koning Uzzia sterft. Koning Uzzia is een belangrijke koning, in de lijn van David en Salomo. Hij doet aanvankelijk wat goed is in de ogen van de Heere en de Heere zegent hem. Hij versterkt de havenstad Eilath, zodat de handel kan groeien en bloeien. Hij verslaat de Filistijnen en de Arabieren, zodat de handelsweg naar Egypte weer gebruikt kan worden. Hij is een liefhebber van de landbouw, laat putten graven, akkers en wijngaarden aanleggen. Hij versterkt het leger en de verdedigingswerken. De naam van koning Uzzia klinkt overal. Dan wordt hij hoogmoedig. Hij krijgt een Messias-complex en wil offeren in de tempel van de Heere. Maar hij wordt gestraft met melaatsheid.
De roeping van de profeet Jesaja is in het jaar dat koning Uzzia sterft. Dat is veelzeggend. Hij heeft ongetwijfeld grote verwachtingen gehad van koning Uzzia. Maar nu ontmoet hij dé Koning, de Heere van de legermachten. ‘Heilig, heilig, heilig is de Heere van de legermachten; heel de aarde is vol van Zijn heerlijkheid!’ (Jes.6:3)
Zonde en schuld
Wanneer de Heere Zich openbaart aan Jesaja, dan wordt Jesaja eerst geconfronteerd met zijn zonde en zijn schuld. ‘Wee mij, want ik verga!’ Dat kan ook niet anders. De Heere is heilig. De Heere is totaal anders. Hij is de Schepper van hemel en aarde. Wij zijn klein en nietig. De Heere is zuiver en rein. Wij zijn zondig en schuldig. Jesaja spreekt in het bijzonder over onreine lippen. Jesaja plaatst zichzelf op één lijn met het volk Israël, dat ook onreine lippen heeft. Wanneer de Heere Zich openbaart aan Jesaja, dan
Wanneer de Heere Zich openbaart aan Jesaja, dan worden vervolgens de zonde en de schuld van Jesaja verzoend. Een seraf die met een tang een gloeiende kool van het altaar neemt en de lippen van Jesaja aanraakt, symboliseert dit. De Heere is heilig. De Heere is totaal anders. Dat geldt niet alleen voor het oordeel van God, maar dat geldt ook voor de genade van God. Eigenlijk vinden we in het visioen het Evangelie in een notendop. We hebben het oordeel verdiend, maar we mogen de genade ontvangen. Wanneer de Heere Zich openbaart aan Jesaja, dan wordt Jesaja ten slotte geroepen als profeet. ‘Wie zal Ik zenden? Wie zal er voor Ons gaan?’ Jesaja antwoordt: ‘Zie, hier ben ik, zend mij.’ Jesaja is doordrongen van het oordeel en de genade. Zó is hij geschikt als profeet.
Boodschap
In het visioen openbaart de Heere Zichzelf ten diepste al als de Heilige van Israël én de Verlosser van Israël. In het boek Jesaja wordt de Heere maar liefst 25 keer de Heilige van Israël en vijftien keer de Verlosser van Israël genoemd. Het centrale thema in het boek Jesaja is daarom goed samen te vatten als een boodschap van oordeel en genade. De hoogspanning tussen oordeel en genade typeert niet alleen de roeping van de profeet Jesaja, maar ook de inhoud van het boek Jesaja.
Profetische kritiek
In het boek Jesaja wordt het volk Israël aangeklaagd vanwege zijn zonde en hun schuld en wordt het oordeel van God aangekondigd. Een duidelijk voorbeeld daarvan is Jesaja 1, dat verschillende uitleggers benaderen als een algehele inleiding op het boek Jesaja. De profetische kritiek in Jesaja 1 is indringend. Er wordt zelfs een vergelijking gemaakt met Sodom en Gomorra…
De aanklacht van de Heere betreft in de eerste plaats de relatie van het volk Israël ten opzichte van de Heere. ‘Een rund kent zijn bezitter en een ezel de kribbe van zijn eigenaar, maar Israël heeft geen kennis, Mijn volk heeft geen inzicht.’ De Heere heeft alles voor het volk Israël gedaan, maar het volk Israël is in opstand gekomen. Zij hebben de Heere verlaten. Zij hebben de Heilige van Israël én de Verlosser van Israël verworpen.
De aanklacht van de Heere betreft in de tweede plaats de relatie van het volk Israël ten opzichte van de ander. De godsdienst van het volk Israël is een religie geworden. Er worden wel offers gebracht. Er worden wel gebeden vermeerderd. Maar die zijn voor de Heere een gruwel. Hij doet Zijn handen voor Zijn ogen. Hij doet Zijn vingers in Zijn oren.
Waarom…? Er zit bloed aan hun handen. Dat wijst op sociale ongerechtigheid. De verdrukte wordt niet geholpen. De vreemdeling, de wees en de weduwe wordt geen recht gedaan. Daarom de indringende oproep: ‘Was u, reinig u! Doe uw slechte daden van voor Mijn ogen weg! Houd op met kwaad doen, leer goed te doen, zoek het recht! Help de verdrukte, doe de wees recht, bepleit de rechtszaak van de weduwe!’ De aanklacht van de Heere stelt de zaak op scherp. Er moet nu eerst iets gebeuren! Alleen dan is er genade. ‘Kom nu, laten wij samen een rechtszaak voeren, zegt de Heere. Al waren uw zonden als scharlaken, ze zullen wit worden als sneeuw; al waren ze rood als karmozijn, ze zullen worden als witte wol.’ Er moet nu eerst iets gebeuren! Anders komt het oordeel.
Stinkende druiven
Een ander voorbeeld van de profetische kritiek is Jesaja 5, met het beeld van een wijngaard die stinkende druiven voortbrengt. De wijngaard is een beeld voor het volk Israël. De Heere heeft alles voor het volk Israël gedaan. De Heere heeft een wijngaard geplant op een vruchtbare heuvel, met edele wijnstokken, met een muur en een toren. De Heere verwacht goede druiven, maar de wijngaard brengt stinkende druiven voort. Stank voor dank. Daarom zal de Heere de wijngaard verwoesten.
In het vervolg klinkt een zesvoudig ‘wee’ over de stinkende druiven. De zonde en de schuld van het volk Israël wordt praktisch en concreet aangewezen. De eerste stinkende druif is hebzucht. Altijd begeerte naar meer. Ten koste van de ander. De tweede stinkende druif is onmatigheid. Laten we eten en drinken. Laten we vrolijk zijn. Het leven is één groot feest. De derde stinkende druif is godslastering. De vierde stinkende druif is het verdraaien van de waarheid. De vijfde stinkende druif is hoogmoed. De zesde stinkende druif is onrechtvaardigheid. Bij de stinkende druiven kunnen we denken aan de zeven hoofdzonden: hoogmoed, hebzucht, wellust, afgunst, onmatigheid, woede, en gemakzucht. Het beeld van de wijngaard nodigt ons uit tot zelfonderzoek. Waar raakt de profetische kritiek van Jesaja ons?
‘Ik ben de Wijnstok, u de ranken; wie in Mij blijft en Ik in hem, die draagt veel vrucht, want zonder Mij kunt u niets doen.’ ( Joh.15:5)
Gespreksvragen
1. Herkent u de spanning tussen oordeel en genade in uw eigen geloofsleven?
2. Waar raakt de profetische kritiek van Jesaja u het meeste?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 mei 2020
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 mei 2020
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's