De HEERE leren kennen
Onze kennis van de HEERE God is praktisch van aard. Het komt tot uiting in het geestelijke leven en onze levenshouding. Deze praktische strekking behoedt ons ervoor om al te leerstellig over God te spreken. Het geloof in God heeft echter wel degelijk een inhoudelijke kant.
Wie de Heere is, kunnen we uitdrukken in gedachten en beweringen. Anders zou het ons ook niet verkondigd en overgeleverd kunnen worden. Bovendien is de mens zo geschapen dat hij het kan overdenken en overwegen. En we kunnen er onderling over spreken.
Als een gesprek over God echter in de sfeer van leerstellige beweringen terechtkomt, dan kunnen we ons daar ongemakkelijk bij voelen. Kan dat wel? Kunnen we niet beter blijven in de sfeer van ons gemoed en onze ervaringen? ‘Zo ervaar ik het nou eenmaal.’
Bevindelijk en leerstellig Gelukkig staan we in een traditie die het bevindelijke
Gelukkig staan we in een traditie die het bevindelijke geloofsleven altijd heeft weten te verbinden met de waarheid van de confessie. Godskennis is niet alleen een kwestie van persoonlijke overgave en een ervaring in het gemoed, maar heeft alles te maken met kennis van de Heere God, met inzicht in ‘Wie Hij is’ en ‘wat Hij doet’.
Daarmee treden we buiten onszelf en spreken we over de Heere als ‘voorwerp’ van ons geloof. Deze laatste stap, dat we dan verwijzen naar iets buiten onszelf, heeft de wind niet mee in het huidige leefen denkklimaat. Vrij breed leeft namelijk deze gedachte: ‘Wie zijn wij mensen dat we iets zouden kunnen beweren over de werkelijkheid van God? We komen toch niet verder dan opvattingen, meningen, beelden van God?’
Daar komt nog bij dat we ons in de hedendaagse amusementscultuur graag laten leiden door emotie en beleving. Dat zit ons dicht op de huid. Kennis en inzicht, ach, dat leidt alleen maar tot kritische distantie en tot afstandelijke bezinning. Voordat je het in de gaten hebt, glipt het geloof je door de vingers. Het gevolg hiervan is helaas wel dat er minder nadruk is komen te liggen op de inhoud van het geloof en op het houvast dat een gelovig mens uiteindelijk vindt in de Heere God Zelf. In deze serie artikelen buigen we ons over het geloof in de lévende God. Hoe mogen we deze God kennen? (zie kader)
Ontzag en aanbidding
Bij Gods ‘eigenschappen’ gaat het om karaktertrekken die Hem groot, heerlijk en aanbiddelijk maken. Daarin komt tot uitdrukking dat we Gods wezen steeds gedenken en overdenken in ontzag en aanbidding. ‘De Heere is groot en zeer te prijzen, Zijn grootheid is niet te doorgronden.’ (Ps.145:3) In zulke bijbelverzen klinkt het besef door dat wij mensen de volle rijkdom van Gods wezen niet kunnen bevatten. Niet in die zin dat wij geen waarachtige kennis van God zouden kunnen hebben, maar meer dat het ons begrip ver te boven gaat.
Dat sluit echter niet uit dat we met volle overtuiging belijden: ‘Genadig en barmhartig is de Heere, geduldig en groot aan goedertierenheid.’ (Ps.145:8) De eigenschappen of karaktertrekken ‘genadig’ en ‘barmhartig’ zijn wezenlijk voor God. Zo mogen we Hem kennen, ja, zelfs in het hart zien. Ons spreken over Gods eigenschappen hangt dus direct samen met het heil dat wij mogen ondervinden.
Ware kennis
In de beleving van het heil zit een kenniselement opgesloten. De ware godskennis is geen vluchtig moment, maar wordt gekenmerkt door duurzaamheid en bestendigheid. We kunnen het in gedachten houden, ons erop bezinnen, het geestelijk overwegen. De godskennis is geestelijke bagage op onze levensweg. Mozes zegt tegen het volk Israël dat ze de verordeningen van God moeten ‘leren en nauwlettend in acht nemen’ (Deut.5:1). Het kenniselement staat in dienst van het praktische leven. Als er geen kennis van God in het land is, zegt de profeet Hosea, dan zal er ook geen trouw en goedertierenheid gevonden worden (Hos.4:1).
Godskennis is trouwens niet alleen van belang met het oog op het alledaagse leven, maar speelt ook een rol in de liturgische ordening van het kerkelijke leven. Bij de uittocht uit Egypte wordt het feest van het Pascha ingesteld: ‘Deze dag moet voor u een gedenkdag worden. U moet hem vieren als een feest voor de Heere .’ (Ex.12:14) Ook in het Nieuwe Testament speelt de notie van de gedachtenis een belangrijke rol. Denk maar aan de viering van het heilig avondmaal: ‘Doe dit tot Mijn gedachtenis.’
Kerkelijke feesten zijn een oefening in volhardende godskennis.
Relatie met de mens
Bij het gesprek over het wezen en karakter van God licht ik er een aspect uit dat op de achtergrond een belangrijke rol speelt. Ik bedoel het primaat dat aan de Heere toekomt in de omgang met Zijn schepping en met de mens (Hij is het belangrijkste). Het gaat hierbij om de aard van Gods bestaan in vergelijking met ons menselijk bestaan. We kunnen hiervoor ook andere woorden gebruiken: Gods soevereiniteit, onafhankelijkheid, zelfstandigheid (de gedachte dat God op‑Zich‑Zelf bestaat; het bestaan en het leven in Zichzelf vindt).
Hoewel de schepping van de mens veronderstelt dat er een betrekking is tussen God en mens, blijft de Heere daarin wel de alfa en de omega. Hij wordt niet afhankelijk van de mens. God bestaat in en door Zichzelf en Hij neemt in Zijn heilswerk als het er echt op aan komt ook ‘redenen uit Zichzelf’. De bijbelse noties van verkiezing en verbond laten dat duidelijk zien. Ook al is er dus sprake van een relatie tussen God en mens en van gemeenschap tussen God en mens, er is ook asymmetrie (ongelijkheid) tussen God en mens.
Ankerpunt
De verhevenheid, majesteit en heiligheid van de Heere zijn dus niet alleen uitdrukkingen die zijn grootheid aanduiden, maar geven aan dat het spreken en handelen van God het ankerpunt vindt in Hemzelf, in Zijn karakter en eigenschappen. De innerlijke ontferming waarmee Hij ons tegemoet treedt, komt op uit Zijn wezen. Ten opzichte van God staan wij mensen in de positie van de afhankelijkheid en ontvankelijkheid.
Dat brengt met zich mee dat gerechtigheid en liefde, ja, zelfs het geloof, gáven van God zijn. Wij hebben dat niet uit onszelf en in onszelf. In de weg van het geloof komt het wel tot wederkerigheid, want wij mogen de Heere kennen en Hem liefhebben. Maar in die omgang met God worden wij ons er steeds opnieuw van bewust dat wij het voorwerp van Zijn genade en goedheid zijn. Zoals Paulus het omschrijft: ‘nu u God kent, ja wat meer is, door God gekend bent…’ (Gal.4:9).
De levende God
Om het onderscheid tussen God en mens in de bestaanswijze weer te geven, maken we in de geloofsleer vanouds onderscheid tussen Gods mededeelbare en onmededeelbare eigenschappen. Gerechtigheid, liefde en goedheid, bijvoorbeeld, zijn eigenschappen die ook bij de mens voorkomen.
Bovendien kunnen we ons er iets bij voorstellen. Als we van God zeggen dat Hij rechtvaardig is, dan is er in zekere zin een overeenkomst tussen God en mens, ook al zeggen we dat God op volkomen wijze rechtvaardig is en de mens niet.
Bij onmededeelbare eigenschappen, zoals onveranderlijkheid en de eenvoud, is er geen overeenkomst tussen God en mens. Gods wezen en karakter komt uitsluitend voort uit Hemzelf en Hij is in Zijn wezen en Zijn daden niet afhankelijk van Zijn schepselen. De onmededeelbare eigenschappen leggen het accent op het anders-zijn van God.
Het hoeft ons niet te verwonderen dat er in de recente theologiebeoefening kritiek is uitgeoefend op deze oude onderscheiding. Het zou leiden tot een abstract godsbegrip, het zou ook meer filosofisch dan bijbels geïnspireerd zijn. God is toch vooral mensvormig? Is die nadruk op het anders‑zijn van God niet te wijten aan de kwalijke invloed van het Griekse denken? Moeten we niet terug naar het eenvoudige en beeldende spraakgebruik van de Bijbel?
Ik zou niet willen beweren dat deze scholastieke onderscheidingen altijd helder in het licht stellen dat God de Heere de levende God is Die levend maakt. Alhoewel dat wel de inzet was.
Volgens mij gaat het erom te beklemtonen dat God de bron van leven is, dat Hij het leven in Zichzelf heeft, dat Hij het leven schept en dat Hij levend maakt dwars door de zonde en de dood heen. Zegt Paulus niet dat Jezus Christus ‘met kracht is bewezen te zijn de Zoon van God, door Zijn opstanding uit de doden’ (Rom.1:4). Als een klaroenstoot klinkt Gods levendmakende werk door in het Evangelie: ‘Hij is opgewekt’ (Mark.16:6). Dat alles is het werk van de Heere, in Wie het leven is.
Van buiten naar binnen
Waarom hecht ik toch blijvende waarde aan deze klassieke noties? Omdat het heil uiteindelijk verankerd is in de werkelijkheid van de levende God. In onze tijd zijn we zo gewend geraakt aan de subjectieve beleving en de relativiteit van onze Godsbeelden dat we als het ware niet meer boven onszelf en onze eigen ervaring uitgetild worden. Het ‘Tegenover’ raakt uit beeld. In het geloof worden we echter niet alleen aangeraakt door de Heere, maar ook op Hem teruggeworpen. Ook in de geestelijke leegte en in de aanvechting komt de beweging steeds weer van buiten naar binnen. We vinden houvast in ‘Wie Hij is’ en ‘wat Hij doet’. Die godskennis vormt het geloof.
Hoe mogen we God kennen?
In deze serie artikelen buigen we ons over het geloof in de levende God. Hoe mogen we deze God kennen? In de geloofsleer komen dan meestal het wezen en de eigenschappen van God ter sprake. Op het eerste gezicht kunnen deze begrippen wat statisch overkomen. Toch gaat het in feite over de ware aard van God, over Zijn karakter, over Hemzelf. In plaats van het woord ‘eigenschappen’ gebruiken we ook wel woorden als Gods ‘deugden’ of ‘volkomenheden’. Het gaat om karaktertrekken die Hem groot, heerlijk en aanbiddelijk maken. Het heil is uiteindelijk verankerd in de werkelijkheid van de levende God.
Deze serie belicht na deze introductie in negen vervolgartikelen de volgende eigenschappen. God is:
1. Eeuwig
2. Almachtig, alwetend, onveranderlijk
3. Heilig
4. Liefde
5. Goed
6. Rechtvaardig
7. Barmhartig
8. Geduldig
9. Trouw
‘Want Ik ben God, en geen mens…’ Hosea 11:9
We zijn zo gewend geraakt aan subjectieve beleving dat we niet meer boven onszelf en onze eigen ervaring uitgetild worden
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 juni 2020
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 juni 2020
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's