De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Geestelijk huwelijk

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Geestelijk huwelijk

Pierre Viret wijst op bediening van het Woord als weg tot Jezus

7 minuten leestijd Arcering uitzetten

Pierre Viret (1511-4 mei 1571) ging tijdens zijn priesterstudie in Parijs tot de Reformatie over. In zijn geschriften gebruikt hij graag de stijlfiguur van de dialoog. Het gesprek in dit artikel gaat over de kerk en de gemeenschap der heiligen. Petrus is de leraar en Mattheüs de leerling.

In 1533 werd Pierre Viret medewerker van Guillaume Farel in Genève. Later werd hij niet alleen een collega van Calvijn, maar ook een zeer goede vriend. In de inleiding op zijn eenvoudige uitleg van de hoofdzaken van de christelijke leer geeft hij aan dat hij beseft dat je voor een dialoog wel wat meer woorden nodig hebt. Met gevoel voor humor merkt hij op dat degenen die wat meer eenvoudige woorden nodig hebben, er hun voordeel mee moeten doen, en dat degenen die zo’n eenvoudige manier van onderwijs niet meer nodig hebben, dankbaar moeten zijn dat zij al goed gevorderd zijn.

Bediening van het Evangelie

Over de gemeenschap der heiligen, en hoe de kerk daarin deelt door middel van de bediening van het Evangelie.

Mattheüs: Ik herinner me dat u me op dit punt nog geen antwoord hebt gegeven, toen we over de gemeenschap der heiligen spraken.

Petrus: Volgens wat we al gezegd hebben, verkrijgt de kerk niet alleen deze vergeving van zonden waarover we nu spreken, maar ook de overwinning over zonde, dood, hel en duivel, en eveneens het eeuwige leven, dat Jezus Christus voor haar verworven heeft, omdat zij de bruid van Hem is. En zij krijgt deel aan al Zijn goederen door middel van dit geestelijke huwelijk, waardoor zij als een reine maagd met Hem verenigd is door de kracht van het geloof in Hem.

Mattheüs: Aangezien dit zo is, is de bediening van het Evangelie dus het middel waardoor dit heilige huwelijksverbond tussen Jezus Christus en Zijn kerk wordt gesloten. Daarom is er zo’n gemeenschap tussen Jezus Christus, Die de Bruidegom is, en de kerk, die Zijn bruid is.

Petrus: Dat zegt u heel goed. Want de Heere gebruikt in dit geestelijke huwelijk dezelfde middelen als de mensen gewend zijn te gebruiken in hun gewone huwelijken.

Belofte en geschenk

Mattheüs: Wat zijn deze middelen?

Petrus: U begrijpt goed dat er geen huwelijk gesloten kan worden, tenzij de man en de vrouw elkaar de huwelijkstrouw beloven, die alles met zich meebrengt wat bij het ware huwelijk hoort.

Mattheüs: Dat moeten zij inderdaad doen. Want het ware fundament van het huwelijk ligt in de trouw die de man en de vrouw aan elkaar beloven. En toch wordt er gezegd dat zij die aldus hun trouw aan elkaar hebben toegezegd, verloofd en getrouwd zijn.

Petrus: Nu ziet u dat de man en de vrouw elkaar alleen dan hun trouw kunnen beloven, wanneer er aan beide kanten een belofte is, die alleen kan worden gedaan door woorden waarmee de man en de vrouw hun wil en instemming verklaren.

Mattheüs: Hoewel een belofte voldoende is voor de zekerheid en bevestiging van het huwelijk, is het nog steeds gebruikelijk dat de man een geschenk geeft aan de vrouw, voor een grotere zekerheid en bevestiging van hun huwelijk, en ook ter onderstreping van de wederzijdse verplichting die zij tegenover elkaar zijn aangegaan.

Petrus: Precies hetzelfde gebeurt nu ook door de bediening van het Evangelie tussen Jezus Christus en Zijn kerk. Want de belofte is er, die Jezus Christus aan haar doet; en dan is er ook de belofte, waardoor de kerk de belofte van haar Bruidegom aanvaardt, en waardoor zij zich aan Hem geeft, zoals Hij Zich aan haar gaf. Dan zijn de sacramenten als ringen en andere soortgelijke geschenken die echtgenoten gewoon zijn aan hun vrouwen te geven, voor de des te sterkere bevestiging van hun huwelijk.

Een teken geven

Mattheüs: Aangezien dit dus het geval is, zijn de dienaren van de kerk met betrekking tot dit geestelijke huwelijk bijna gelijk aan hen die de verloving tussen echtgenoten en echtgenotes sluiten, door hun de beloften voor te stellen waarmee zij zich aan elkaar moeten binden, en door hun te drinken te geven of een ander dergelijk teken te geven in naam van het huwelijk.

Petrus: U vat het niet verkeerd op. Johannes de Doper, die door God gezonden was om de kerk als bruid naar Jezus Christus te brengen door middel van zijn bediening, wordt immers de vriend van de

bruidegom genoemd. En de heilige Paulus schreef aan de Korinthiërs over hetzelfde onderwerp: Ik ben jaloers op u met jaloersheid van God, want ik heb u aan een Echtgenoot verbonden, opdat ik u als een reine maagd aan Christus zou voorstellen (Joh.3:27-29; 2 Kor.11:2).

De gelukzaligheid bereiken

Mattheüs: Aangezien de gemeenschap der heiligen alle goederen omvat die u eerder noemde, is dit dan ook de reden waarom wij, na de vergeving van de zonden, de opstanding van het vlees en het eeuwige leven belijden?

Petrus: Dat is zo. Want om die gelukzaligheid te bereiken, die onze volmaakte troost is, schenkt God ons de vergeving van onze zonden, zonder welke we dat gezegende leven niet kunnen bereiken.

Mattheüs: Aangezien dan deze gemeenschap van heiligen met Jezus Christus, Die in Zijn kerk is, zulke grote goederen met zich meebrengt, die het grootste zijn dat een mens kan wensen of verkrijgen, zijn zeker degenen gezegend die erin zijn opgenomen, en degenen zeer ongelukkig die ervan zijn uitgesloten.

Petrus: Iedereen kan dit begrijpen. Want aangezien de kerk het Koninkrijk van God is waarvan Jezus Christus de soevereine Koning is, bestaat er geen twijfel over dat allen die vreemdelingen zijn en buitengesloten van de kerk zijn, ook buitengesloten en verbannen zijn uit het gezelschap van Jezus Christus, Die er het Hoofd en de Koning van is, en bijgevolg van het eeuwige en gezegende leven.

Mattheüs: Wie is hiervan de oorzaak?

Petrus: Omdat er niemand is die deze gemeenschap kan binnengaan dan door middel van Jezus Christus. Dus Jezus Christus kan niet verenigd worden met iemand die geen lid is van Zijn kerk, net zomin als een hoofd verenigd kan worden met een ander lichaam dan het zijne en de leden ervan, en er ook niet van gescheiden kan worden, tenzij het hele lichaam sterft.

Mattheüs: Aangezien dus de bediening van het Woord van God de weg is om ons tot waarachtige bekering en waarachtig geloof te brengen, zodat we daardoor tot Jezus Christus en tot de gemeenschap van al zijn goederen kunnen komen, lijkt het mij dat we deze bediening met grote eerbied moeten bewaren en kostbaar moeten achten.

Petrus: Jesaja geeft ons een goed idee als hij zegt dat de voeten lieflijk zijn van hen die vrede verkondigen en die het goede verkondigen dat God doet en wil doen aan Zijn kerk (Jes.52:7-10; Rom.10:15).

Sacramenten

Mattheüs: U hebt tot nu toe gesproken over de toediening van het Woord, dat door dit ambt wordt toegediend, maar u hebt nog niet gesproken over de bediening van de sacramenten, en ook niet over de tucht van de kerk, die de andere delen van het ambt zijn, waarover u hebt gesproken.

Petrus: Die twee bedieningen hangen af van de eerste. Want de sacramenten zijn ondergeschikt aan de prediking van het Woord van God.

Mattheüs: En de tucht?

Petrus: De tucht betreft de orde en de regering van de kerk. Haar oogmerk is dat alles in de kerk met zo’n goede orde gebeurt dat het Woord van God en de sacramenten worden bediend, ontvangen en geëerd zoals het hoort. En dat alles wat de ware dienst van God en de opbouw van de kerk in de weg kan staan, eruit wordt verwijderd.


De vertaling uit het Frans van deze primaire bron uit de tijd van de Reformatie is gemaakt door dr. W.H.Th. Moehn. Ze is afkomstig uit: Pierre Viret, Exposition familiere des principaux poincts du catechisme et de la doctrine chrestienne faicte en forme de dialogue (1561), p. 264-273. www.doi.org/10.3931/e-rara-6088.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 oktober 2023

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Geestelijk huwelijk

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 oktober 2023

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's