De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Twintigers en dertigers

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Twintigers en dertigers

Twee theologen vragen terecht aandacht van de kerk voor jongere generaties

6 minuten leestijd Arcering uitzetten

Tabitha van Krimpen en David van der Meulen schreven beiden een boek over jonge generaties en de kerk. Of het nu gaat om twintigers, om dertigers of om beide groepen: er is iets aan de hand met deze generaties. Het is daarom goed dat hiervoor blijvend aandacht wordt gevraagd.

Jongere generaties in de kerk is blijkbaar een actueel thema, ook binnen de kring van de Gereformeerde Bond, want in 2016 verscheen in de Artiosreeks al een boekje van ds. J. van ’t Goor met de titel Zien we de dertigers?. Veel kerkenraden maken zich zorgen over de verbinding tussen jongeren en de gemeente, terwijl in sommige andere gemeenten überhaupt al jaren geen jongeren meer zijn.

Groot probleem

Beide boeken hebben wel een verschillende scope. Van Krimpen vraagt in Bottom-up kerk vooral aandacht voor in meer of mindere mate kerkelijk betrokken twintigers die door de huidige structuren de aansluiting met de kerk dreigen te verliezen. Ds. Van der Meulen richt zich in Welkom in de voorhof op hedendaagse twintigers en dertigers, die over het algemeen totaal onbekend zijn met kerk en geloof.

Tabitha van Krimpen, voormalig Jonge Theoloog des Vaderlands, pleit in reactie op de kloof tussen twintigers en de kerk voor een ‘bottom-up kerk’. Ze ziet een groot probleem in de structuur van de gevestigde kerk. Die is volgens haar log en van bovenaf georganiseerd (top-down), terwijl dat helemaal niet past bij de voorkeuren en belevingswereld van jongeren. Het gaat er volgens haar juist om om aan te sluiten bij wat twintigers vandaag nodig hebben. Vandaar de ondertitel Zijn waar twintigers zijn.

Te bedrijfsmatig

Van Krimpen durft kritisch te kijken naar het vanzelfsprekende en houdt de kerk zo een spiegel voor. Kan het ook anders? Hoe komt het dat de jonge generaties weinig aansluiting vinden bij de kerk? En: ‘Waarom lukt het ons niet voldoende om onderdak te bieden aan mensen met zingevingsvragen die niet bekend zijn met het geloof?’ Dat is de taak van een Jonge Theoloog des Vaderlands, lijkt me: ongemakkelijke, maar belangrijke vragen stellen.

Tegelijk is het boek – wat mij betreft, maar ik ben dan ook theoloog – te bedrijfsmatig en te weinig theologisch. Van Krimpen heeft eerst bedrijfskunde gestudeerd en die insteek komt in haar boek nadrukkelijk terug. Pas na een heel bedrijfskundig pleidooi voor een andere structuur (bottom-up in plaats van topdown), volgt de theologische rechtvaardiging, achter-af dus. Mijns inziens moet het in de kerk andersom zijn. Deze opzet maakt dat er best goede handreikingen in het boek staan, maar je van het geheel toch niet echt ‘warm’ wordt.

Bloedarmoede

De schrijfster is gedreven om haar bijdrage aan de kerk van de toekomst te leveren. ‘Mijn eigen liefde voor de kerk ligt aan de basis van dit boek. Het is een liefde met een diep verlangen om de kerk te herontdekken in haar kern.’ Maar wat ís nu die kern? Wat heeft de kerk te bieden? Wie is haar Heere en waarom is Hij het waard om door twintigers gevolgd te worden? Daar komt geen antwoord op en daarom leidt dit boek inhoudelijk toch aan bloedarmoede. Wat onverlet laat dat het goed is om ons erdoor te laten bevragen.

Masterclasses

Wat bij Van Krimpen mist maar wel nadrukkelijk naar voren komt in het boek van ds. David van der Meulen, is het besef dat alleen God mensen veranderen kan. Van der Meulen is missionair predikant in Amsterdam-Zuid en verbonden aan het project Licht op Zingeving (LoZ). Hij woont en werkt te midden van hoogopgeleide twintigers en dertigers, en probeert hen te bereiken met het Evangelie. Van der Meulen stelt een belangrijke vraag waar elke gemeente over na moet denken: ‘Wat is de meerwaarde van het Evangelie voor wie alles al heeft?’ Om daarachter te komen heeft men in LoZ mini-interviews gehouden met de doelgroep. Het gaat er volgens Van der Meulen immers allereerst om de doelgroep te dienen, door aan te sluiten bij hun behoeften. Dat is diaconaat: dienstbaar zijn, zoals Jezus dienstbaar was. Van der Meulen haalt het voorbeeld aan van de genezing van de tien melaatsen in Lukas 17: Jezus genas hen allen, al wist Hij dat het voor slechts één tot een echte verandering zou komen.

In de context van LoZ is dit dienen in de vorm gegoten van masterclasses: avonden waarop inspirerende sprekers onderwerpen behandelen waar jongeren vandaag mee zitten. De sprekers verbinden dit onderwerp op een natuurlijke wijze met het christelijk geloof, zonder dat het een evangelisatietoespraak wordt.

Hapsnap

Waar het volgens Van der Meulen om gaat, is een ‘voorhof’ te creëren. De voorhof was in Israël de tussenruimte tussen tempel en stad. Heidenen mochten er komen, maar vrome Israëlieten waren er ook te vinden. Het was de weg naar de tempel, maar er werd ook gehandeld. Zo moet de kerk voorhoven creëren: plaatsen waar ‘heidenen’ (zoekers, belangstellenden) en overtuigde christenen samen kunnen leven, nadenken en spreken. Zo’n voorhof kan er op verschillende plaatsen heel verschillend uitzien.

Het theologisch concept van de voorhof (aanverwante begrippen zijn narthex en ‘liminale ruimte’) is waardevol en vraagt erom meer uitgewerkt te worden. In Van der Meulens dunne boek gebeurt dit niet echt, maar het is dan ook bedoeld als werkboek, inclusief gespreksvragen en gericht op de eigen kerkelijke praktijk. Toch had het boek aan diepte kunnen winnen. Door de zeer korte hoofdstukken wordt het geheel wat ‘hapsnap’. In heel het boek klinkt de passie van Van der Meulen voor het Evangelie van Christus, waar hij zich met hart en ziel voor inzet.

Rijper

De toon van beide boeken is erg verschillend. Het boek van Van der Meulen is mijns inziens rijper: hij is open over de worstelingen van het missionair-zijn, zijn eigen falen en tekortschieten. Van Krimpen schrijft voor je gevoel wat meer vanuit de positie van iemand die weet hoe het anders moet en beter kan. Hoewel ze dit ongetwijfeld niet zo bedoelt, komt dit, zeker richting de oudere generaties die voor de kerk van nu van grote betekenis zijn (geweest), wat betweterig over.

Onze taak

De vraag die beide boeken opwerpen, blijft ondertussen staan: Hoe kunnen we als kerk de jongere generaties bereiken dan wel vasthouden? Het gelijk van Van Krimpen is dat de logge kerkstructuren bij deze missie soms meer remmend dan helpend zijn. Het gelijk van Van der Meulen is dat dit begint bij luisteren en dienen. Uiteindelijk is het toch zaak dat ook de jongere generaties door God Zelf aangeraakt worden.

Dat ontslaat ons niet van onze taak, maar intensiveert juist de roeping: met deze generaties oprecht belangstellend oplopen, hun leefwereld en cultuur diepgaand proberen te doorgronden en tegelijk de kernen van het Evangelie opnieuw en biddend doordenken om die ‘als nieuw’ te kunnen delen met mensen van deze tijd. Dat Evangelie schuurt, maar brengt ook zegen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 november 2023

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Twintigers en dertigers

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 november 2023

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's