Alarm na euthanasie Milou
Het begon op 29 april met een brief die veertien artsen, hoofdzakelijk psychiaters, aan het hoofd van het Openbaar Ministerie stuurden. Het was niet zomaar een brief, maar een epistel van zes A4’tjes. De briefschrijvers slaan alarm over de huidige euthanasiepraktijk. Aanleiding was het overlijden van het zeventienjarige meisje Milou als gevolg van toepassing van euthanasie, uitgevoerd door de Groningse psychiater Menno Oosterhoff. Dit riep veel reacties op. De overtuiging lijkt te groeien dat hier alweer een grens wordt overschreden. De hele zomer verschenen artikelen in dagbladen. In Trouw van 26 juni schrijft een van de opstellers van de brief, hoogleraar Jim van Os van het UMC Utrecht, – de andere opsteller is psychiater Damiaan Denys – een toelichting die ook als een verdediging gelezen kan worden. Hieronder volgt de bijna volledige tekst van zijn artikel.
Trouw (1)
Het aantal euthanasieverzoeken van mensen onder de dertig jaar nam vorig jaar met ruim de helft toe ten opzichte van het jaar daarvoor. Het gaat vooral om jonge vrouwen. Die toename roept vragen op over de ethiek van onze samenleving. Euthanasie werd aanvankelijk ingevoerd om terminale patiënten een pijnloze overgang naar de onvermijdelijke dood te bieden, maar de praktijk lijkt zich nu uit te breiden naar jongeren die de dood als oplossing zien voor psychisch lijden. Deze ontwikkeling vraagt om een kritische blik op de onderliggende dynamiek en de maatschappelijke verantwoordelijkheid. Deze toename ging gepaard met dringende oproepen aan psychiaters om vaker hierover in gesprek te gaan. De toename is alarmerend en gaat hand in hand met een forse stijging van psychische klachten binnen de groep van jonge mensen – met name jonge vrouwen. Jongeren groeien op in een samenleving waarin competitie centraal staat. Succes wordt gezien als een keuze en kwetsbaarheid als een zwakte. Dit creëert een ongunstige omgeving, waarin jonge vrouwen zich steeds eenzamer kunnen gaan voelen.
Er lijkt sprake van een vicieuze cirkel: een intolerante samenleving voedt de psychische nood onder jonge mensen, en die nood wordt vervolgens door biomedisch getrainde artsen bekeken en behandeld als een individueel medisch probleem, los van de maatschappelijke context. Euthanasie voor psychisch lijden wordt steeds meer genormaliseerd en onttrokken aan een bredere maatschappelijke discussie. Wat begon als een middel om humane stervensbegeleiding te bieden, dreigt te verworden tot een manier om jongeren die niet in de neoliberale maatschappij passen, de dood in te jagen.
Maar in hoeverre kan een 17-jarige een weloverwogen besluit nemen om het leven te beëindigen? Hun wens kan voortkomen uit een obsessieve overtuiging dat de dood de enige uitweg is, zonder de consequenties te overzien. Ik had cliënten die later met horreur terug dachten aan de allesoverheersende onverzettelijkheid waarmee ze zich hadden ‘vastgezet’ in de overtuiging dat euthanasie de enige ‘optie’ was.
Mentaal lijden is een vreselijke ervaring. Het kan onverdraaglijk zijn. Maar de paradox is dat euthanasie als ‘optie’ de psychische pijn verder kan voeden. Want naarmate de overtuiging groeit dat euthanasie de ‘oplossing’ is, neemt de pijn van het verder moeten leven toe. Ook neemt de motivatie voor verandering af. En dat kan dodelijk zijn. Want werken aan psychisch lijden betekent vaak een lange, kronkelige weg afleggen waarbij je intensieve steun van en verbinding met betrokken anderen nodig hebt. Het kan ploeteren zijn. Euthanasie als ultieme medische ‘fix’ kan dan aantrekkelijker zijn.
Psychiatrische professionals zijn getraind om het mentale te begrijpen vanuit een biomedisch perspectief. In de opleiding van psychiater is het begrip ‘lijden’ uit zicht geraakt. Lijden is vervangen door ‘diagnosen’ en ‘symptomen’. Het perspectief is gericht op het elimineren van symptomen. Mensen helpen bij lijden dat zich niet laat weg behandelen met interventies die wetenschappelijk bewezen zijn, is niet de competentie van de psychiater. Mensen in die omstandigheid krijgen in de ggz geregeld te horen dat ze zijn ‘uitbehandeld’. De vraag rijst dus of psychiaters de juiste competenties hebben om te oordelen over uitzichtloos lijden. Psychiatrie mist vaak een existentieel perspectief, dat juist cruciaal is voor het behandelen van ondraaglijke mentale pijn.
De groei van euthanasieverzoeken onder jonge vrouwen onthult een maatschappelijke crisis. Het is een wake-up call om de waarden van onze samenleving te heroverwegen en te streven naar inclusieve, empathische mentale gezondheidszorg.
In het bovenstaande klinkt vooral zorg door. Treffend is wat hij schrijft: ‘Wat begon als een middel om humane stervensbegeleiding te bieden, dreigt te verworden tot een manier om jongeren die niet in de neoliberale maatschappij passen, de dood in te jagen.’ Van Os gebruikt ook het woord uitzichtloos-
heid om aan te geven wat er aan de hand is. Kritisch is ook zijn opmerking dat psychiatrie vaak een existentieel perspectief mist, dat juist cruciaal is voor het behandelen van ondraaglijke mentale pijn. Met andere woorden: kijk verder om je heen, verbreed je blik en kijk met kritische ogen naar de manier waarop we de samenleving inrichten. Hier klinkt een maatschappijkritische toon.
Trouw (2)
Niet iedereen merkt bovenstaande op of is ervan gediend. Dat blijkt uit een uitvoerige reactie van Jeroen den Blijker in Trouw van 24 augustus. De emotie spat er vanaf.
Het lijkt dus niet zonder reden dat de briefschrijvers OM-topman Rinus Otte, die bekendstaat als een hardliner in euthanasiezaken, vragen de euthanasie van het zeventienjarige meisje Milou te onderzoeken. (...) Want, menen de verontruste artsen, die euthanasiezaak stinkt. Ze vermoeden dat de psychiater en haar ouders het meisje een doodswens hebben aangepraat. Ze schuiven daarbij het oordeel van de Regionale Toetsingscommissie Euthanasie (RTE) terzijde. Die beoordeelde de euthanasie van Milou als zorgvuldig. Dat is ook de reden waarom het OM het verzoek van de psychiaters naast zich neerlegt.
Waarschijnlijk had niemand ooit van die brandbrief geweten, afgezien van het OM en de ondertekenaars, als Damiaan Denys er niet op 19 juli melding van maakte in een lang interview in NRC. Denys vertelt in geuren en kleuren over het gesprek dat de psychiaters inmiddels met Otte hebben gehad naar aanleiding van de brief. ‘Wij vonden gehoor bij het OM, onze zorg over de euthanasiepraktijk werd gedeeld’, zegt Denys in de krant. Of dat klopt, is onbekend. Het OM wil vragen hierover niet beantwoorden. (...)
Hij (Oosterhoff) windt zich ook op over hoe zijn collega’s een karikatuur maken van de euthanasiepraktijk – ‘alsof het een kwestie is van een bonnetje trekken en morgen krijgt u het.’ En zo is hij ook woedend als hij leest dat Denys hem, in zijn ogen, eigenlijk een beroepsverbod wil opleggen.
Daarom vraagt hij de maandag daarop meteen bij het OM de brandbrief op: want wat hebben zijn collega’s precies geschreven? Een uitnodiging voor een gesprek met de hoogste baas van het OM krijg je immers niet zomaar. Hij krijgt een kopietje, waarop de namen van de afzenders zijn zwartgelakt. Met uitzondering van die van Van Os, die dat kennelijk onnodig vond.
Nieuwsgierig leest hij de kopietjes en opnieuw slaat de verbijstering toe. Daar, op pagina 5, staat een belangrijke passage, iets waar Denys in het NRC-interview geen melding van maakte en waarover het nog wekenlang zal gaan: de verontruste artsen verzoeken om een verkennend strafrechtelijk onderzoek naar de zaak- Milou. Een schande, vindt Oosterhoff. Hoe durven ze? Hebben zijn collega’s zich bijvoorbeeld helemaal niet gerealiseerd wat dat betekent voor de ouders van Milou? Of voor hun gezin?
Het is duidelijk: de euthanasiediscussie komt nu pas goed op stoom. Euthanasie lijkt een mensenrecht te worden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 september 2024
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 september 2024
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's