Waar is jullie God?
Drie psalmen geven serieuze reactie op spottende vraag
Waar is de Heere ten tijde van deze coronacrisis? Deze vraag komt regelmatig bij mij naar boven en anderen stellen die ook aan mij. Het is een serieuze vraag: Waar is God in dit alles?
Presentator en cabaretier Arjen Lubach maakte er een grapje van. Hij hield een stemming en vroeg naar aanleiding van de coronacrisis op Twitter: ‘Waarom doet God dit eigenlijk?’ De antwoorden waarop gestemd mocht worden, luidden: ‘Grapje, foutje, test, straf.’ Tijs van den Brink en Gert- Jan Segers werden opgeroepen om te reageren. Het feit echter dat de eerste twee antwoorden ‘grapje’ en ‘foutje’ waren, geven wel aan dat deze stemming niet serieus bedoeld was.
Bijbelse vraag
Intussen kan het indringend op ons afkomen: Waar is onze God, nu deze pandemie de wereld treft? Juist met het oog daarop trof het mij dat deze vraag verschillende keren terugkomt in de Psalmen. Namelijk in Psalm 42 (twee keer), 79 en 115. In drie verschillende psalmen klinkt min of meer dezelfde vraag, namelijk: ‘Waar is jullie God?’
Opvallend genoeg is de achtergrond van deze vraag telkens anders. Juist die verschillende achtergronden zouden ons vandaag de dag kunnen helpen om in deze situatie van de coronacrisis antwoorden te geven op deze vraag. Blijkbaar zijn we niet de eersten en enigen met die vraag, maar mogen we dankbaar putten uit de aanwijzingen van Gods Woord.
Onzichtbaar
In Psalm 115 wordt de vraag gesteld vanwege de onzichtbaarheid van God. Tegenover de afgodendienst is het de Heere God, Die niet afgebeeld mag worden. Sarcastisch schrijft de psalmdichter daarbij dat de afgoden weliswaar een mond hebben, maar niet spreken. Dat ze weliswaar ogen hebben, maar niet zien. Daartegenover zet de dichter de onzichtbaarheid van de Heere God. Omdat de heidenen met hun afgoden de Joodse God niet kunnen zien, klinkt dan inderdaad de vraag ‘Waar is toch hun God?’ De dichter antwoordt: ‘Onze God is immers in de hemel, Hij doet al wat Hem behaagt.’ De Heere God is niet in een beeld te vangen. Hij overtreft alle beelden die door mensenhanden gemaakt zijn.
Laten we vandaag de dag oppassen dat we op de een of andere manier alsnog een beeld gaan maken, bijvoorbeeld door onze eigen denkbeelden over God op deze situatie van crisis toe te passen. De Heere God overtreft namelijk al die beelden en waarschuwt ons daar nadrukkelijk voor in het tweede gebod. Arjen Lubach is juist afgeknapt op het christelijk geloof door beelden van God die hem werden aangepraat. Toen hij twaalf jaar was, overleed zijn moeder aan borstkanker. Arjen worstelde in deze situatie met het beeld van God en één antwoord bleef hangen: ‘Omdat God haar graag bij Zich wilde hebben.’ Arjen kon niets met dit antwoord. Het riep bij hem boosheid op, want hoe zat het dan met hemzelf en de rest van het gezin, als achtergeblevenen? Dit beeld van God bood geen troost en begrip. In plaats daarvan zorgde het voor verbittering en vertwijfeling. Deze karikatuur van God werd tot een spotprent, zoals hierboven.
Overwonnen
In Psalm 79 wordt de vraag gesteld vanwege de verwoesting van Jeruzalem en de verontreiniging van de tempel. Door de zonden van het volk zijn de heidenvolken gekomen; ze hebben Jeruzalem overwonnen. Vele inwoners zijn gedood en gevangengenomen. De inwoners van Jeruzalem worden bespot en gesmaad. De dichter vraagt zich af hoe lang dit nog moet duren, hoe lang laat God dit nog gebeuren? De dichter bidt om hulp, redding en verzoening. Waarom? Omwille van Gods eer.
Verschrikkelijk vindt hij het dat Gods Naam nu wordt gelasterd. Want het zijn de heidenvolken die op dit moment schamper zeggen: ‘Waar is toch hun God?’ Met de overwinning op het Joodse volk denken de heidenvolken dat ze de Heere overwonnen hebben. Vandaag horen we over ziekte en dood. De berichten en ervaringen kunnen ons beangstigen en doen twijfelen. Nu moeten we echter oppassen om het voor anderen een straf van God te noemen, nee, de dichter van Psalm 79 trekt het in het persoonlijke.
Hoe hebben wij in de afgelopen tijd geleefd uit Gods leiding, uit Gods zorg en bovenal tot Gods eer?
Houdt deze tijd ons niet allemaal een spiegel voor, omdat we ontdekken waarin we tekortgeschoten zijn of omdat we geconfronteerd worden met onze tekorten nu? De Heere wil ons op Hem richten.
Daarvoor leert Hij ons bidden om verzoening. Waar is de Heere God? Daar aan de voet van het kruis mag ik Hem vinden en hervinden. Juist deze tijd doet ons beseffen dat we verzoening nodig hebben en zullen verlangen naar een leven tot Gods eer.
Ver weg
In Psalm 42 wordt de vraag gesteld, omdat de dichter ergens ver weg in het noorden van Israël is. Hij is op grote afstand van Jeruzalem. Vol verlangen denkt de dichter terug aan de tijd dat hij optrok naar Gods huis, onder luide vreugdezang en lofliederen: een feestvierende menigte. Spottend zijn het daarbij echter zijn tegenstanders die hem de vraag stellen waar zijn God nu is. Het is alsof de tegenstanders van mening zijn dat de God van de dichter aan een bepaalde plek gebonden is en de dichter nu dus ver weg is van deze God. Maar de dichter spreekt zichzelf ook op die plek aan in de hoop en het vertrouwen op God.
Treffend sluit dit aspect aan op de tijd waarin wij leven, nu wij niet meer naar de kerk kunnen. In plaats daarvan moeten we veelal thuis meeluisteren. Het doet ons verdriet en toch… Juist nu mogen we weten en ervaren dat God niet aan een bepaalde plaats gebonden is. Hij werkt met Zijn Geest in de huiskamers.
Persoonlijk word ik, tot slot, zeer aangesproken door het terugkerende refrein in Psalm 42, namelijk: ‘Wat buigt u zich neer, mijn ziel, en bent u onrustig in mij? Hoop op God, want ik zal Hem weer loven voor de volkomen verlossing van Zijn aangezicht.’ Wat een bemoediging, wat een verwachting, wat een vertrouwen is er ook te midden van deze coronacrisis te vinden in dat hopen op God. Op welke God? De Drieenige God, Die door Zijn Geest niet aan een bepaalde plaats is gebonden. Die door Zijn Zoon verzoening heeft gebracht. En Die als Vader alle aardse (vader) beelden overtreft.
Waarom zouden de heidenvolken zeggen:
Waar is toch hun God?
Onze God is immers in de hemel,
Hij doet al wat Hem behaagt.
Psalm 115:2,3
Help ons, o God van ons heil,
omwille van de eer van Uw Naam;
red ons en doe verzoening over onze zonden,
omwille van Uw Naam.
Waarom zouden de heidenvolken zeggen:
Waar is hun God?
Psalm 79:9,10a
Mijn tranen zijn mij tot voedsel, dag en nacht,
omdat zij de hele dag tegen mij zeggen:
Waar is uw God?
Hieraan denk ik en ik stort mijn ziel in mij uit:
hoe ik meeging in de stoet en met hen optrok naar Gods
huis, onder luide vreugdezang en lofliederen:
een feestvierende menigte.
Psalm 42:4,5
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 april 2020
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 april 2020
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's