De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Hij lééft

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Hij lééft

Gods eigenschappen (1, eeuwig)

6 minuten leestijd Arcering uitzetten

Wij belijden niet een algemene, onbekende God. Wij belijden die God, Die Zich in Christus geopenbaard heeft als Vader, Zoon en Heilige Geest. Hij laat Zich ontmoeten en kennen. Tegelijk getuigt de Schrift van God als de Eeuwige. Hij is de Ene, oneindig en onvergankelijk. En dit is het eeuwige leven, dat zij U kennen, de enige waarachtige God en Jezus Christus, Die U gezonden hebt. Johannes 17:3

Dat wij God belijden als God Die Zich in Christus geopenbaard heeft als Vader, Zoon en Heilige Geest, is wezenlijk, dunkt me. Gelovig spreken over God komt op uit hartelijk vertrouwen en verwonderende liefde als antwoord op Gods openbaring. Met name de Psalmen leggen daarvan getuigenis af.

In de tempel, bij het altaar en de ark, laat God Zich ontmoeten en kennen. Die ontmoeting vindt een uitgang uit de ziel in aanbidding en lofprijzing: ‘Want déze God is ónze God – eeuwig en altijd; Híj zal ons leiden tot de dood toe.’ (Ps.48:15) Denk je daar even over na, dan begrijp je waarom Augustinus over tijd en eeuwigheid in de vorm van een gebed spreekt in zijn Confessiones (Belijdenissen). En ook dat hij dat pas doet, nadat hij eerst overdacht heeft wat het wil zeggen om God lief te hebben.

Rugzijde

In deze bijdrage denken we na over de belijdenis dat onze God de Eeuwige en de Ene is. Bij voorbaat maken we daarbij een pas op de plaats. Het spreken over Gods onmededeelbare eigenschappen kan snel iets speculatiefs krijgen. Dan redeneren wij vanuit onze beelden naar God toe, maar missen we precies het eigene van het bijbelse spreken over God. Dan maken we God een uitvergroot mens, terwijl Hij in werkelijkheid de Verhevene is.

Juist de denkende gelovige weet zich onderweg. Op die weg ontmoet God ons in het Woord. Wij hoeven ons niet bezig te houden met het onzichtbare van God, maar mogen ons met Mozes concentreren op wat hoorbaar is, Gods ‘rugzijde’ (Luther naar aanleiding van Ex.33:23).

Wat betekent dat concreet? God, Die Zijn Naam voor Mozes uitroept, is zonder meer de Eeuwige. Maar de éérste karaktertrekken die Hij van Zichzelf noemt, zijn: de barmhartige en genadige God (Ex. 34:6). Als de Heere ons Zijn Naam noemt, dan begint Hij niet bij de onmededeelbare, maar bij de mededeelbare eigenschappen. God schrijft Zijn eeuwige Naam uit in Zijn daden van barmhartigheid en genade. De Schrift laat ons duizelen: ‘Gód was ín Christus!’ (2 Kor.5:19). En Jezus verzekert ons: ‘Wie Mij gezien heeft, die heeft de Vader gezien.’ (Joh.14:9) Dat is onbevattelijk.

Lofprijzing

De Schrift getuigt in haar geheel van God als de Eeuwige. Hij is de Ene, oneindig en onvergankelijk. Daarbij valt op dat deze eigenschap mensen vooral te binnen komt wanneer zij bidden en zingen.

Vluchtige dagjesmensen vertroosten zich ermee dat hun God van eeuwigheid tot eeuwigheid God is (Ps. 90). En zij die hun eigen ijle eindigheid en vergankelijkheid inzien, vertrouwen zich in hoop toe aan de Heere, de God van Abraham, Izak en Jakob (Ps.39). Ook in het Onze Vader valt het woordje ‘eeuwig’ ons in bij de lofprijzing: ‘Want van U is het Koninkrijk, de kracht en de heerlijkheid tot in eeuwigheid.’

Paulus verging het eveneens zo. Hij overziet de weg van God met Israël – niet alleen onder het oude, maar ook onder het nieuwe verbond (Rom.9-11). De aanbidding volgt erop: ‘O diepte van rijkdom en wijsheid en kennis van God!’ Hier belijdt hij de ondoorgronde-lijkheid van Gods oordelen en dat Gods wegen onnaspeurlijk zijn. En het loopt uit op: ‘Aan Hem zij de glorie tot in de eeuwigheden.’ (Rom.11:33-36).

Dit is geen ‘leer’ van God – het is devotie, aanbidding van God. Net zoals het Nieuwe Testament ons geen ‘leer over Jezus’ geeft, maar laat zien hoe de getuigen van kruis en opstanding Christus als Heere, Verlosser en Koning aanbeden hebben. Wat wij ‘leer’ (-logie) zijn gaan noemen, is in haar oervorm verwonderde belijdenis. Díe lofzang eindigt nimmermeer (Openb.7:11-12).

Gans anders

Wanneer wij God de Eeuwige noemen, de Ene, oneindig en onvergankelijk, dan belijden we daar vooral mee dat God gans anders is dan wij.

Wij worden geboren en we sterven. We worden dagelijks geconfronteerd met de eindigheid van anderen en van onszelf. ‘Zie, Gij hebt mijn dagen een handbreed gesteld, en mijn leeftijd is als niets voor U.’ Dat is onze ‘ijdelheid’ – stof ben ik, stof word ik. Dat wij leven, is iets wat ons gegeven wordt. Het behoort niet tot ons bezit. Alleen God ‘de Vader heeft het leven in Zichzelf’. Eeuwig leven. Oneindig. Onvergankelijk. En ‘zo heeft Hij ook de Zoon gegeven het leven te hebben in Zichzelf’ (Joh.5:26). God alleen bezit onsterfelijkheid (1 Tim.6:16).

Eeuwigheid

Als mensen van de tijd en van beneden moeten we eerlijk bekennen dat we geen notie hebben wat we zeggen als we dat woord op de lippen nemen: eeuwig. We tasten naar het geheim. God heeft geen begin en geen einde, nochtans schépt Hij begin en einde. Hij is de onveranderlijke, Die nochtans in gunst op zondaren neerziet. Hij is ondoorgrondelijk, onbevattelijk, nochtans geeft Hij Zich te kennen in Jezus Christus, tot onze zaligheid.

Verschillende betekenissen zijn aangedragen.

‘Eeuwig’ kan betekenen: zonder tijd of tijdloos. Eeuwig is ook uitgelegd als ‘eindeloze tijd’. Wenden we ons tot de Schrift, dan valt op dat ‘eeuwig’ vaak verbonden wordt met ‘leven’. Van eeuwigheid tot eeuwigheid is Hij de God Die lééft. Dat Hij oneindig en onvergankelijk is, is daarmee ook gezegd. De gelovige die liefheeft, omvat dat geheimenis en hij bewaart het ook als geheimenis.

Ontvangen

In de klassieke theologie wordt deze eigenschap onmededeelbaar genoemd. Maar laten we niet vergeten: wat we belijden van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest is niet anders dan het Evangelie.

Christus zegt van Zijn schapen, die Hij kent en die Hem volgen: ‘Ik geef hun eeuwig leven; en zij zullen niet verloren gaan in der eeuwigheid en niemand zal ze uit Mijn hand rukken.’ (Joh.10:28) Hun leven is met Christus verborgen in God. Zij weten dat als Hij zal geopenbaard zijn, zij Hem gelijk zullen zijn. ‘Dit is de getuigenis: dat ons God het eeuwige leven gegeven heeft; en dit leven is in Zijn Zoon. Wie de Zoon heeft, die heeft het leven; wie de Zoon van God niet heeft, die heeft het leven niet.’ (1 Joh.5:11-12). Nu is dat nog verborgen. Maar bij de laatste bazuin zal de onvergankelijke en onsterfelijke God al de Zijnen onvergankelijkheid en onsterfelijkheid verlenen. Stof zal eeuwig leven ontvangen. Ja, dan blíjft God God en ik mens – maar niets zal me scheiden van Hem Die eeuwig leeft en Wiens liefde eeuwigheid heeft.

Laat hem die dit begrijpt U lovend belijden.

En laat ook degene die het niet begrijpt U lovend belijden.

Hoe hoog zijt Gij!

En de nederigen van hart zijn Uw huis!

Want Gij richt de terneergeslagenen weer op en degenen wier hoogheid Gij zijt, komen niet ten val.

(Augustinus, Confessiones, XI, XXXI, 41)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 juni 2020

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Hij lééft

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 juni 2020

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's