Een Rots en Burcht
Gods eigenschappen (2, almachtig, alwetend, onveranderlijk)
Er is een aantal eigenschappen van God waarover in de loop van de kerkgeschiedenis veel discussie is geweest. De drie eigenschappen die in dit artikel centraal staan, zijn daarvan misschien wel de beste voorbeelden: God is almachtig, alwetend, onveranderlijk.
Wie aan het discussiëren slaat (hoe belangrijk de discussies vaak ook waren), vergeet zomaar om vooral te loven en te vertrouwen. God te loven om Wie Hij is. Op Hem te vertrouwen, troost te vinden in wat de Bijbel ons over God openbaart. Laten we met die ogen eens kijken naar de genoemde eigenschappen.
Almachtig
Als de hogepriester aan Jezus vraagt of Hij de Christus is, dan bevestigt Jezus dat. En, zo zegt Hij: ‘U zult Mij zien zitten aan de rechterhand van de Kracht.’ (Mark. 14:62) Joden wilden de naam van God niet uitspreken, en zochten daarom vaak naar aanduidingen van wie God is. (In veel Nederlandse vertalingen staat ‘kracht van God’, het cursieve ‘van God’ staat echter niet in de grondtekst.) Kennelijk is kracht dan een kernachtige manier om over God te spreken. Een God zonder macht is immers geen God? Door de hele Bijbel heen is dat een grondbelijdenis: God heeft niet alleen het heil van de mens op het oog, maar Hij is ook bij machte om Zijn reddingsplan uit te voeren. Dat staat in contrast met hoe wij als mensen vaak zijn. Wij hebben ook zo onze plannen, maar, zeggen we dan, we moeten wel realistisch blijven. Het moet haalbaar zijn. Die nuchterheid wordt in het geloof radicaal doorbroken: ‘Bij de mensen is dat onmoge-lijk, maar bij God zijn alle dingen mogelijk.’ (Matt. 19:26) Alles wat God Zich ‘om ons mensen en om onze zaligheid’ voorneemt, dat voert Hij ook uit.
Niet willekeurig
Daarmee wordt God geen willekeurige God Die kan doen wat Hij wil. Nee, in Zijn almacht is Hij trouw aan Wie Hij is. Vooral een eigenschap als Gods almacht moeten we daarom niet te geïsoleerd bespreken. Niet voor niets wordt in de Apostolische Geloofsbelijdenis die almacht verbonden aan de belijdenis van God als Vader. De Vader van Jezus Christus, en in Hem onze Vader, dát is de almachtige God. We hoeven daarom ook niet mee te gaan in allerlei wilde speculaties over wat God wel en niet zou kunnen. Zoals C.S. Lewis het eens zei: Onzin blijft onzin, ook als je er ‘God kan’ voor zet.
Opmerkelijk is in dit verband hoe in het Nieuwe Testament Gods macht verbonden wordt met de zwakheid van het Evangelie. Wil je de kracht van God zien, zo vraagt Paulus? Zoek dan niet naar al te bijzondere dingen. Nee, het Evangelie van de gekruisigde en opgestane Heere, dat is de kracht van God tot zaligheid. God gaat in Zijn macht een vaak onaanzienlijke weg door de wereld, maar juist zo volvoert Hij Zijn raad.
Alwetend
Dat God alles ziet en weet, kan zomaar een beangstigende gedachte zijn. Misschien hebben we het vroeger zelfs wel zo meegekregen: God ziet je hoor, als je… Of het is een beangstigende gedachte, omdat we concluderen dat alles al vastligt, dat Gods alwetendheid een soort noodlot betekent voor ons mensen. In de Bijbel ligt dat helemaal andersom: daar horen en zien we mensen troost putten uit de gedachte dat God van hen afweet. Dat de moeilijkheden en aanvechtingen van het leven God niet onbekend zijn. Dat zelfs de verzuchtingen van ons hart, die we niet over onze lippen kunnen krijgen, bekend zijn bij de genadige God.
God beroept Zich zelfs herhaaldelijk op Zijn alwetendheid in het geding met de afgoden. Steeds wanneer het volk geneigd is te vertrouwen op de goden van de volken, roept God hen door de profeten terug. Haast spottend klinkt het in Jesaja 41:22-23 als uitdaging aan de afgoden: ‘Laten zij naar voren brengen en ons bekendmaken de dingen die zullen gebeuren. De dingen van vroeger – wat waren ze? Maak het bekend… Of doe ons de komende dingenhoren. Maak de dingen bekend die hierna zullen komen en wij zullen weten dat u goden bent.’ Wat de afgoden niet kunnen, dat kan de God van Israël wel: Hij overziet verleden, heden en toekomst.
Geen juk
Gods alwetendheid is dus geen juk dat ons beknelt, maar een bron van troost. Johannes kan het zijn lezers zelfs voorhouden: als ons eigen hart ons veroordeelt, mogen we ons geruststellen met de gedachte dat Hij alles weet (1 Joh.3:20). Voor ons op het eerste oog een vreemde gedachte, maar Johannes kan het zeggen, omdat hij schrijft over de oneindig liefdevolle Vader (3:1). Het doet ons denken aan Petrus, die zich uiteindelijk ook maar toevertrouwt aan Jezus’ kennis van zijn hart: ‘U weet alle dingen, U weet dat ik van U houd.’
Onveranderlijk
In een tijd waarin alles snel verandert, waarin we steeds iets nieuws willen en waarin alles en iedereen ‘dynamisch’ moet zijn, klinkt het nog niet zo aantrekkelijk: God is onveranderlijk. Toch is dat een diepe belijdenis met oude papieren. Een belijdenis die we in de psalmen vaak als lofzang terughoren: ‘De hemelen zullen vergaan, maar Ú zult standhouden; zij alle zullen verslijten als een kleed. U zult ze verwisselen als een gewaad en zij zullen verdwijnen. Maar U blijft Dezelfde, aan Uw jaren zal geen einde komen.’ (Ps.102:27-28)
Trouw
Tegen Gods onveranderlijkheid wordt vaak bezwaar gemaakt. Het maakt God, zo wordt gezegd, onpersoonlijk, afstandelijk, onaanraakbaar voor het aards gewemel. Maar zo is die belijdenis van onafhanke-lijkheid nooit bedoeld, niet in de Bijbel en niet in de traditie. Gods onveranderlijkheid heeft namelijk alles te maken met Zijn trouw. Dat God niet verandert, betekent dat Hij trouw blijft aan Zijn beloften, dat Zijn plannen niet van dag tot dag veranderen. Wanneer Balak probeert Bileam tot een andere, positievere profetie te brengen, roept Bileam het hem toe: ‘God is geen man, dat Hij liegen zou, of een mensenkind, dat Hij ergens berouw over hebben zou. Zou Híj iets zeggen en het dan niet doen? Zou Hij spreken en het niet gestand doen?’ (Num.23:19)
Juist voor ontrouwe mensen met een vaak klein geloof is de onveranderlijkheid van God iets om aan vast te houden. Want zelfs onze ontrouw en ons zwakke geloof kunnen Gods trouw niet verbreken. Het gaat niet zonder crisis en er blijft maar een rest over, maar juist vanwege Zijn onveranderlijkheid liet God ook Israël niet los: ‘Want Ík de Heere, ben niet veranderd; ú, kinderen van Jakob, bent daarom niet omgekomen.’ (Mal.3:6)
Gods onveranderlijkheid is de grond onder onze zekerheid dat Hij Zijn plan volvoert en het werk van Zijn handen niet loslaat. Niet voor niets zongen de psalmdichters zo graag over God als hun rots en burcht: in Gods trouw aan Zijn beloften, Zijn trouw ten diepste aan Zichzelf, vonden ze vastigheid. Hier vonden zij een anker voor de ziel.
God leren kennen
In deze serie buigen we ons over het geloof in de levende God. We belichten negen eigenschappen van Hem.
Hij is:
1. Eeuwig
2. Almachtig, alwetend, onveranderlijk
3. Heilig
4. Liefde
5. Goed
6. Rechtvaardig
7. Barmhartig
8. Geduldig 9. Trouw
9. Trouw
Ú zult standhouden. U blijft Dezelfde.
Psalm 102:27,28
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 juli 2020
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 juli 2020
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's