Een machteloos gevoel
In Nader Bekeken (uitgegeven door de stichting Woord en wereld) trof ik een beschouwing aan over coronatijd van de hand van ds. Anne van der Sloot.
Nader Bekeken
In deze tijden van coronanood zijn velen letterlijk tot stilstand gebracht. Je zit thuis en wacht op betere tijden. Het leidt soms tot verveling, maar ook tot bezinning. Een vraag die dan opkomt, is: wat hebben al die gevolgen van het virus, ook het feit dat we niet fysiek als gemeente op de rustdag kunnen samenkomen, ons te zeggen? Hébben ze ons iets te zeggen?
Mij deed die bezinning grijpen naar het kerkboekje van mijn vader. De psalmen in de berijming van 1773 staan erin en de gezangen die vastgesteld zijn op de GKNsynode van Middelburg 1933. En verder: de drie formulieren van enigheid, de drie oude geloofsbelijdenissen, de liturgie, het kort begrip en de ziekentroost. Het is het kerkboekje uit mijn jeugd. Het werd door ons gebruikt in de jaren vijftig en zestig. De ellende van de Tweede Wereldoorlog was voorbij, maar lag nog vers in het geheugen van mijn ouders, net als de armoede van de jaren dertig die mijn vader had genoodzaakt om ‘heide te plaggen’ in ruil voor steun van de overheid.
Bladerend door het deel over de liturgie werd ik getroffen door het ‘gebed voor kranke en aangevochten mensen’. De taal is verouderd, maar de inhoud is diepgaand. Het opschrift ook: ‘Nadat men de kranke vermaand heeft van wie de krankheden en allerhande ellendigheden komen, namelijk van God; en dat haar eerste oorzaak is de zonde, die door Christus wederom weggenomen wordt voor degenen die in Hem geloven, en dat hem daarom alles ten beste moet dienen; zo moet men ook voor hem bidden, naar de lering van Jacobus’.
Ik kende deze woorden wel. Maar opeens raakten ze me en gingen ze voor mij spreken: de eerste, voor mensen onzichtbare oorzaak van onze ellendigheden is volgens Gods Woord de zonde! Niet het virus dat als een noodlot toeslaat! Niet moeder natuur die terugslaat. Ook niet China, dat nalatig is geweest, noch de Nederlandse overheid met haar ‘strenge’ maatregelen, maar het is... de zonde. Waarom werd ik nu pas zo sterk hierdoor getroffen? Waarom waren deze woorden bij mij zo lang onder de radar gebleven? Komt het doordat ik hoor bij de vredesgeneratie die vooral ‘een opgaande tijd’ heeft gekend? Oorlog, armoede, vreselijke volksziekten zoals de Spaanse griep en de pest ken ik niet uit eigen ervaring. Wel heb ik weet van uitbraken van ziekten bij dieren, zoals mond-en-klauwzeer, en als predikant heb ik nog de autoloze zondagen meegemaakt. Maar nu is er het coronavirus. De ellende die het teweegbrengt raakt mij dieper en breder dan allerlei andere dingen uit mijn leven. Het heeft mij geweldig aangegrepen dat mijn kinderen en kleinkinderen ons enkel een raam- of tuinvisite konden brengen! En dat je een geliefde die ernstig ziek werd geen bezoek kunt bengen. En je kleinkind niet eens kunt knuffelen. En dat je nu zelfs ’s zondags niet naar de kerk kunt! Mijn ouders hebben de Tweede Wereldoorlog meegemaakt, maar niet zoiets als dit.
De zonde is de oorzaak van onze ‘eeuwige honger en kommer’(nog zo’n oude uitdrukking, uit het avondmaalsformulier), dát zeggen de woorden van het ‘gebed voor kranke en aangevochten mensen’. Ze maken me stil. Het voelt niet gemakkelijk. Want het is confronterend. Is dat soms de reden dat moderne versies van het kerkboek dit gebed niet meer kennen? (...) De nood van de coronacrisis bepaalde mij bij onze diepste nood en dáárdoor bij het grote belang van de wekelijkse prediking. Ik begreep nu beter waarom Luther zo benadrukt dat predikanten hun gehoor de toe-eigening op het hart moeten binden: ‘Het Woord, het Woord, het Woord! Hoor je dat goed (...)! Het Woord moet het doen en doet het! Want of Christus duizendmaal voor ons gegeven of gekruisigd zou zijn, dan was het alles tevergeefs als het Woord niet zou komen en het mij verkondigde en schonk en tot mij sprak: ‘Dit is voor jou, neem het en heb het voor jezelf’.
Nederlands Dagblad
Van een beschouwing over corona ga ik naar een ervaringsverhaal over Parkinson. Onder de titel ‘De dreiging van zelfbeschikking’ schreef mevrouw Marjet Bosma over haar man die de ziekte van Parkinson heeft. Wat haar schokte, is de druk die uitgeoefend wordt om over te gaan tot euthanasie (Nederlands Dagblad 23-07).
De diagnose ‘ziekte van Parkinson’ is 22 jaar geleden gesteld en woekerde zeer waarschijnlijk al lang van tevoren in zijn hersenen, want mijn man is geen klager. Hij is een bikkel. En een vechter. Al die jaren heeft zijn vechtersmentaliteit ervoor gezorgd dat er nauwelijks maatregelen nodig waren – of: leken – om zijn lijf en leden veilig te stellen. Overigens is dat parkinson-eigen: dat het inzicht in het eigen ziektebeeld ontbreekt. Als er dan, soms na jaren, maatregelen moesten worden getroffen – driewieler, rolstoel, incontinentiemateriaal, etcetera – dan had hij het er moeilijk mee, omdat dan duidelijk voor hem werd hoe ziek hij eigenlijk was/is. Maar uiteindelijk zag hij er de positieve kanten van in, want die maatregelen gaven weer perspectief om aan alles mee te kunnen blijven doen. Drie jaar geleden verhuisde hij naar een verpleeghuis, na een opname van drie weken in het ziekenhuis. Het intakegesprek met de afdelingsarts kwam – op haar initiatief – binnen vijf minuten op de wilsbeschikking. Wat we wilden doen: wel of niet reanimeren, wel of niet doorbehandelen etcetera. (...)
We zijn drie jaar verder (...) mijn mantelzorg heeft zich verplaatst van praktische zorg thuis naar vechten voor kwaliteit van leven. En ik vecht niet tegen mijn man, maar tegen een instituut dat ‘zelfbeschikking’ propageert. Die ‘zelfbeschikking’ is ronduit bedreigend voor zijn fysieke en mentale welbevinden. ‘Laat maar gaan...’ vindt de arts. Als hij uit zijn bed valt en hij breekt wat, heeft hij dertig procent kans op overlijden. Het is niet het overlijden dat ik vrees, maar het lijden voor het overlijden. De pijn van een botbreuk, pijnstillers die bij parkinson-mensen vervelende bijeffecten kunnen hebben, het acute delier (een psychose) dat onherroepelijk zal volgen... (...)
Een paar weken voor het begin van de coronacrisis wilde de arts weer met ons praten. En weer ging het over die beslissing die we weken geleden hadden genomen, de trippelrolstoel en het bed waar hij niet uit kan zonder de verpleging te bellen – om te voorkomen dat hij valt als hij impulsief uit zijn stoel of bed opstaat. Tijdens dat laatste gesprek legde de arts de nadruk op de onmogelijkheden die het bed en de stoel meebrengen. Of het nog waard was daarmee te leven... Dat soort gesprekken zijn voor mijn man enorm verwarrend (vanwege zijn dementie) en veroorzaken onnodig leed. Ik weet dat de beperkingen van zo’n rolstoel en bed niet leuk zijn, maar in feite is het de ziekte die hem beperkt. Zolang mijn man nog kan genieten, zie ik geen enkele reden om hem risico’s te laten lopen om te vallen, weer heel veel pijn te moeten doormaken en/ of aan de gevolgen daarvan te overlijden. (...)
Het bleef in dat laatste gesprek stil bij mijn man. Totdat hij een paar dagen later zei: ‘Ze praten voortdurend over euthanasie.’ Met andere woorden: ze willen me dood hebben. Met andere woorden: ik ben het niet meer waard om te leven. Woedend was ik.
Commentaar lijkt me overbodig. Corona kan een machteloos gevoel geven, Parkinson niet minder, vooral als er dan nog druk uitgeoefend wordt om uit het leven te stappen. Vanaf de randen van het leven (abortus, euthanasie) rukt de dood op in onze samenleving. En dat alles omdat zelfbeschikking maar één keuze kent: de keuze voor de dood.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 augustus 2020
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 augustus 2020
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's