250 jaar ‘1773’
Volgens Wikipedia was 2 juli 1773 de dag dat de nieuwe psalmberijming in een openbare vergadering werd gepresenteerd aan de Staten-Generaal. De invoering in de eredienst liet trouwens nog even op zich wachten. Dat zou pas op 1 januari 1775 het geval zijn. Dus het is niet helemaal duidelijk wat nu het echte jubileumjaar is. Hoe dan ook, er is veel aandacht voor de psalmberijming die gedurende 250 jaar een grote rol gespeeld heeft in de protestantse eredienst en in het persoonlijke geloofsleven. Het RD, ND en Trouw schreven er over.
Nederlands Dagblad (1)
Het Nederlands Dagblad van 1 juli had een gesprek met kerkmusicus Arie Eikelboom (75).
Valt er wat te vieren, bij 250 jaar ‘1773’?
‘Nou...te vieren niet, te gedenken wel. Want hoe je de berijming ook waardeert, ze heeft onmiskenbaar een enorme impact gehad op het Nederlands protestantisme. Een belangrijke factor daarbij is de ontwikkeling in het christelijk onderwijs, een eeuw ná de invoering van de berijming. Op de ‘School met den Bijbel’ kregen hele generaties de versjes ingeprent.’
Waarom kwam die oude berijming er eigenlijk destijds?
‘Er was veel ontevredenheid over de gangbare berijming van Datheen. Maar pogingen om die te vervangen strandden telkens. De totstandkoming van de oude berijming verdiende geen schoonheidsprijs. De aanleiding was bizar. Koning Willem V woonde een kerkdienst bij waarin Psalm 78 werd gezongen waarin God als een dronken man werd voorgesteld.
Woedend sloeg hij het psalmboek dicht en ondernam meteen actie. De ‘oude berijming’ kwam er op last van de Staten-Generaal van de Verenigde Nederlanden. Moet je je even indenken: de stáát besloot de berijming van Datheen te vervangen. Er kwam zelfs geen synode aan te pas.’ (...)
Uit een enquête van het Reformatorisch Dagblad, eerder dit jaar, bleek ‘1773’ nog mateloos populair, zowel onder jongeren als volwassenen. Beide categorieën hadden dezelfde top-3: Psalm 25:2, 68:10, 42:5.
‘Het mag dan mateloos populair zijn, het is behoudzucht onder het motto: waar ik bij grootgebracht ben, wil ik niet kwijt. Die aanvechting ken ik niet.’
Je kunt ook zeggen: 1773 staat inmiddels voor een bepaald type bevindelijke vroomheid.
‘Natuurlijk, dat ook! (Hij spreidt zijn armen) ‘Heer, ai maak mij uwe wegen, door uw Woord en Geest bekend. Leer mij hoe die zijn gelegen en waarheen G’uw treden wendt.’ Ga naar een bejaardenhuis en je kunt het in elk pastoraal gesprek aanboren. Die tekst heeft waarde, betekenis.
Jaren geleden woonde ik in Rotterdam. Twee portieken verderop bij mij in de straat woonde een man die ‘nergens aan deed’. Hij wilde orgelles, want hij had een Riha (een elektronisch orgel) gekocht. Op een doordeweekse dag kwam hij naar het kerkgebouw, waar ik zat te oefenen. Ik speelde Psalm 42. Spontaan zette hij in. Hij was in járen niet in de kerk geweest, maar wist alle woorden nog.
Ik vraag me trouwens af of er vandaag nog gezongen wordt, op school. Afgaande op mijn kleinkinderen gebeurt het amper meer. En zéker geen Psalmen. Op kritieke momenten komen de oude verzen me in gedachten. Ik ben op de rand van de dood geweest. Met gillende sirenes moest ik van Hoofddorp naar het ziekenhuis in Amsterdam. Het was kantje boord. Dan zijn er Psalmverzen waar je op terugvalt.’
Welk couplet uit de oude berijming rekent u tot uw favorieten?
‘Psalm 25 vers 2 noemde ik al. En Psalm 139 vers 14: ‘Doorgrond m’en ken mijn hart, o Heer’! Is ’t geen ik denk niet tot uw eer? Beproef m’en zie of mijn gemoed, iets kwaads, iets onbehoorlijks voedt...’
Trouw
In Trouw komt schrijver Jan Siebelink (85) aan het woord.
Als ik uit school kwam en mijn vader op de kwekerij begroette, hoorde ik hem zingen. Zijn psalmenboek volgens de oude berijming is nog in mijn bezit. Het lag altijd op het schap bij de werktafel op de kwekerij. Je kunt aan de bladzijden zien welke psalmen hij het vaakst opsloeg. Ze zijn geel verkleurd en je ziet de zwarte afdrukken van zijn vingers. Zoals Psalm 119: ‘Welzalig zijn d’ oprechten van gemoed, Die, ongeveinsd, des Heeren wet betrachten.’
Mijn vader ‘wandelde met God’, had een verborgen, mystieke omgang met hem die zich uiteindelijk uitte in een visioen. God is aan hem verschenen. Zo’n teken wilde ik ook. Maar hoe ik ook bad en gehoorzaam luisterde naar het preeklezen, de genade van het ware geloof kwam niet bij mij.
Toen heb ik een niet zo fijnzinnig middel ingezet om mijn vader en de Heere God te behagen. Ik heb alle ruim tachtig coupletten van de langste psalm, namelijk 119, uit mijn hoofd geleerd. Tussen de bloembakken op de kwekerij heb ik ze voorgedragen. Na acht coupletten zag ik aan het angstige bezwete hoofd van mijn vader dat God dit mechanische opdreunen nooit zou welgevallen. Ik moest ermee ophouden.
Als iets mij met het oude verbondsgeloof verbindt, zijn het enkele psalmregels uit de aloude berijming. Op die ijle band stel ik mijn vertrouwen. Ook als ik schrijf, kan ik niet zonder die taal. Het is iets monumentaals. Het heeft iets archaïsch, maar het is ook duidelijk. Zo’n zinnetje als ‘Welzalig zijn d’ oprechten van gemoed’, dat is toch heel mooi. Het zijn mooie woorden en het is heel duidelijk wat er gezegd wordt.
Nederlands Dagblad (2)
Prof. Nicoline van der Sijs, hoogleraar historische taalkunde in Nijmegen, zocht uit wat de bijdrage van ‘1773’ aan de Nederlandse taal was (ND 30 juni).
‘Twee eeuwen psalmzingen heeft wel degelijk sporen nagelaten in de Nederlandse taal’, concludeert de hoogleraar. Niet zo veel als de Statenvertaling, maar die is ook veel ouder en de Psalmen zijn maar één van de 66 boeken daaruit. Voor het Instituut voor de Nederlandse taal, een kennisbank op internet, stelde ze een Gelegenheids-woordenboekje uit de jubilerende Oude Berijming samen. Deze woorden en zegswijzen zijn vandaag nog in gebruik:
schuldbesef
Het verrassendste woord waarmee ‘1773’ de Nederlandse taal heeft verrijkt, vindt Van der Sijs ‘schuldbesef’. Dat heeft ook echt ingang gevonden: het is het psalmwoord dat vandaag nog het meest wordt gebruikt. Het staat in Psalm 51. ‘Voor zover ik kan nagaan is dit de eerste maal dat het woord schuldbesef in een Nederlandse tekst optreedt.’
het klimmen der jaren
Een goede tweede is het ‘klimmen der jaren’, uit Psalm 71: ‘O God, wil mij bewaren / bij ’t klimmen mijner jaren’. ‘Dat is zo’n algemene uitdrukking dat je zou denken dat die al veel ouder is. Maar hij is vrijwel niet vóór 1773 te vinden.’ Het is een poëtische vondst, in de berijming van een vers waar de Statenvertaling het prozaïscher zegt: ‘... terwijl de ouderdom en grijsheid daar is, verlaat mij niet, o God’.
waar liefde woont
Deze verwacht je misschien ook niet: de formulering ‘waar liefde woont’ is door ‘1773’ geïntroduceerd. Het zijn dichterlijke woorden uit Psalm 133: ‘Waar liefde woont, gebiedt de Heer’ Zijn zegen’.
een wacht voor mijn lippen
Deze uitdrukking is dankzij de psalmberijming gangbaar geworden (uit Psalm 141): let op je woorden! Het is een samentrekking van de onberijmde tekst van de Statenbijbel: ‘Heere! Zet een wacht voor mijn mond, behoed de deur van mijn lippen’.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 juli 2023
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 juli 2023
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's