Een onmogelijke opgave
Omgaan met het lijden (3, pastorale zorg)
Omgaan met verlies is een van de moeilijkste dingen in een mensenleven. Je bent iemand of iets kwijt, iets wat niet meer terugkomt: je echtgenoot, je gezondheid, je baan, je toekomst. Vanaf dat moment is er een hiervoor en een hierna.
Met dat feit moet je leren omgaan; tenminste, dat wordt van je gevraagd. Omgaan met verlies is echter een bijna onmogelijke opgave.
Nieuwe fase
In die nieuwe fase van het leven ontmoet je mensen. Je komt mensen tegen met inlevingsvermogen, maar ook mensen die daar niet rijk mee bedeeld zijn, of mensen die gewoon niet weten hoe ze moeten reageren. Daarbij komt dat je jezelf als een Rachel kunt voelen: Je wilt niet getroost worden of in ieder geval niet op de (christelijke) manier zoals het gebeurt. We lezen erover in Jeremia 31:15: ‘Zo zegt de Heere: Er is een stem gehoord in Rama, een rouwklacht, een zeer bitter geween: Rachel weent over haar kinderen. Zij weigert zich te laten troosten over haar kinderen, want zij zijn er niet meer.’
Achtergrondinformatie
Even een stuk bijbelse achtergrondinformatie bij dit vers: Rachel, de stammoeder van Israël, wordt voor Israël het prototype van verdriet en tranen. Drie keer is er sprake van tranen: bij de geboorte van Benjamin (Gen.35), bij de wegvoering naar Babel (Jer.31) en bij de kindermoord in Bethlehem (Matt.2). Het is opvallend dat de tekst uit Jeremia in het ‘troostboek van Jeremia’ staat, de hoofdstukken 30-33.
Te midden van alle ellende en ongehoorzaamheid van het tweestammenrijk – en al eerder het tienstammenrijk – wordt er geprofeteerd dat de Heere gaat afrekenen met de vijanden, dat de stammen terug zullen keren en dat er een nieuw verbond en een periode van herstel zullen komen. Binnen deze context, de komst van de Messias en Gods Rijk, staat ook Mattheüs 2. Misschien is dit al een bemoediging voor allen die zich herkennen in Rachel: de Heere kent je, Hij kent je verdriet. Hij laat je niet omkomen, maar zal je vasthouden.
In de Bijbel wordt expliciet aandacht besteed aan reacties van personen rond verliessituaties: bij Rachel, bij Jakob na het bericht van het vermeende overlijden van Jozef (Gen.37:32-35), bij David na de dood van Absalom (2 Sam.18:33-19:4), bij Hizkia (2 Kon.20:1-3), bij Job (Job 1:20-22) en bij Maria na de dood van Lazarus (Joh.11:32-33).
Ervaringen met pastorale zorg
In het Reformatorisch Dagblad van 24 juni 2022 wordt melding gemaakt van een enquête onder 260 kerkmensen uit de gereformeerde gezindte. Zij hebben een vragenlijst over pastoraat na verlies ingevuld. Enkele opvallende zaken die genoemd of geadviseerd worden: Niemand vindt dat de pastorale zorg te veel was. 38 procent geeft aan geen of te weinig pastorale hulp te hebben ontvangen. Van de ondervraagden antwoordt 16 procent dat zij zich minder betrokken weet bij de kerkelijke gemeente dan voorheen, ze voelen zich niet gezien in hun verdriet.
Ambtsdragers gaan met een opdracht op bezoek, het Woord moet opengaan. Maar op bezoek treffen ze iemand aan bij wie het op dat moment een emotionele puinhoop is. Pas als iemand zich gezien en gehoord weet, kan hij openstaan voor het Woord, zo blijkt. Luisteren is van levensbelang. Verder zijn ambtsdragers in de gereformeerde gezindte meestal man. Mannen gebruiken over het algemeen toch minder woorden en denken sneller in oplossingen dan vrouwen. Wat een enorm verschil maakt, is of de ambtsdrager zelf ook zijn hart durft open te leggen. Ook komt uit de enquête naar voren dat het verstandig kan zijn een pastorale commissie in te stellen. Zo kunnen pastoraal vaardige mensen ingezet worden. Tot slot een advies: ouderlingen zouden bij ‘moeilijke’ bezoeken elkaars hulp kunnen vragen of bijvoorbeeld hun vrouw kunnen meenemen.
Stem echt af op de persoon
De vraag is natuurlijk hoe het pastoraat na verlies op een goede manier ingevuld kan worden. Graag geef ik enkele suggesties door, eerst voor de bezoeker:
1) wees echt betrokken: kom met je hart!
2) Is er ruimte voor geestelijke gesprekken? Vraag daar expliciet naar.
3) Stem echt af op de persoon, op zijn of haar leefsituatie, beleven, karakter, situatie enz.
4) Heb je zicht op de rouwfase waarin degene die je bezoekt, verkeert?
5) Kom niet met geestelijke gemeenplaatsen.
6) Stel andere mensen en hun ‘succesvolle’ wijze van verwerken niet tot voorbeeld. Iedereen is anders.
7) Zoek bijbelse identificatiefiguren en breng die ter sprake. Mogelijk roepen die herkenning op.
8) Stel mooie, open vragen: ‘Was God erbij in jouw beleven?’, of: ‘Welke rol speelt je geloof nu?’, of: ‘Waar heeft Hij je weg gekruist?’
9) Luister, luister en luister! We hebben twee oren en maar één mond.
10) Stiltes mogen.
11) Vraag waar om gebeden kan of moet worden.
12) Bedank iemand voor het delen van gevoelens.
Huilen mag
En wat kun je zelf, als degene die een verlies heeft geleden, inbrengen bij een pastoraal gesprek?
1) Wees open over hoe je je voelt. Zo geef je de ander de gelegenheid daarop af te stemmen.
2) Het is mooi als je zelf dingen wilt delen, bijvoorbeeld over bepaalde ervaringen die je hebt opgedaan.
3) Geef aan wanneer het gesprek een richting opgaat die je niet prettig vindt.
4) Huilen mag, dat hoort erbij. Je hoeft je niet groot te houden.
5) Samen een psalm of lied zingen, kan ruimte geven.
6) Geef gebedspunten op.
7) Bedank de ander voor zijn bezoek. Misschien zag hij er heel erg tegenop.
Troost
‘Ik weiger me te laten troosten.’ En toch..., toch is er troost bij Jezus Christus, bij Hem Die alle lijden, pijn, verdriet en schuld aan het kruis gedragen heeft. In de overgave aan Hem is er heling. Jeremia gaf er al iets van door. Wij, christenen na Pasen, mogen het zingen: ‘Verborgen aanwezig deelt U mijn bestaan.’ Of met de woorden van Psalm 62 (NPB 2021): ‘Bij God alleen kom ik tot rust. Stil word ik mij ervan bewust dat Hij, mijn redder, mij zal sparen. Hij is de rots van mijn bestaan, de burcht die ik mag binnengaan. Voor vallen zal Hij mij bewaren.’
Verliesfases
Psychiater Elisabeth Kübler-Ross heeft vijf rouw-/verliesfases beschreven. Hoewel zij deze fases in een bepaalde volgorde omschrijft, hoeft deze volgorde niet strikt gevolgd te worden. Rouw is te allen tijde een individueel proces. De fases:
1 Ontkenning: de waarheid is te erg om te bevatten, dus ontkennen we deze geheel of gedeeltelijk.
2 Boosheid: juist bij rouwenden zie je vaak boosheid. Boosheid op het lot, de artsen, God, de omgeving.
3 Het gevecht aangaan: veel mensen proberen hun verlies te verwerken door het gevecht aan te gaan of door zichzelf doelen op te leggen (bijvoorbeeld een marathon lopen, wereldreis maken of stoppen met roken).
4 Depressie: als ontkennen, boos worden en/ of het gevecht aangaan niet helpen om het verlies te verwerken, volgt vaak een depressieve fase. Deze wordt grotendeels veroorzaakt door de machteloosheid die je als rouwende voelt: er is niets, maar dan ook niets, wat je aan het gebeurde kunt veranderen.
5 Aanvaarding: hoeveel verdriet en pijn je als nabestaande ook hebt, er komt een dag dat je gaat proberen om het verlies een plaatsje te geven, al vergeet je de overledene niet.
Meer adviezen rond rouwverwerking zijn te vinden op rouwbehandeling.nl, een initiatief van Stichting Fonds Slachtofferhulp.
Volgende keer, in het slot van deze serie, lessen van vervolgde christenen over lijden, door Richard Groenenboom.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 augustus 2023
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 augustus 2023
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's