De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Grote woorden uit beeld

Bekijk het origineel

Grote woorden uit beeld

De kijkende mens – aard van media vormt probleem (1)

6 minuten leestijd Arcering uitzetten

Dat de inhoud van (media)beelden schadelijk kan zijn, is doorgaans het eerste wat aandacht vraagt. In ieder geval ouders van opgroeiende kinderen zou dat een zorg moeten zijn. Zijn we van die vergaande invloed werkelijk doordrongen of is onze houding misschien onbewust toch wat te relativerend?

Het is nuttig om onszelf op het punt van de invloed van (media)beelden van tijd tot tijd te onderzoeken. Het gedrag van mensen is namelijk niet los te zien van de beelden die ze bekijken, en de opvoeding wordt voor een groot deel bepaald door de digitale voeding.

Bioscoopfilm

Een opvallend voorbeeld als het gaat om schadelijke effecten was de constatering van de burgemeester van Eindhoven jaren geleden: jongeren vertoonden meer gewelddadig gedrag na het bekijken van een bioscoopfilm over een groep asociale hangjeugd op straat.

In veel gevallen zijn de gevolgen niet zo direct en opvallend, maar de uitwerking hoeft niet minder zorgelijk te zijn. Denk aan verhalen van jongeren die op het pad van anorexia of genderverwarring kwamen. Of aan de inmiddels breed verspreide cultuurkritiek dat een selfiecultuur tot een narcistische levenshouding kan leiden. De stelling dat het bekijken van pornografische beelden verwoestende gevolgen kan hebben in relaties, behoeft geen betoog.

Verlengde tv

Toch richt de Italiaanse denker Giovanni Sartori (zie kader) zijn pijlen niet op de inhoud van beelden; integendeel. Hij gaat er uitdrukkelijk aan voorbij en hij stelt zelfs dat de aandacht ervoor afleidt van de kern van het probleem, namelijk de aard van de media zelf. Hij noemt dat laatste een essentieel aspect, dat grotendeels aan de aandacht is ontsnapt. Voor de christelijke kring lijkt die constatering in ieder geval niet onterecht. Het afwijzen van de televisie werd bijvoorbeeld veelal gemotiveerd op grond van zorgen over de inhoud van mediabeelden – hoe terecht ook –, en kwam niet zozeer voort uit een visie op de aard van de verschillende media.

Op basis van een degelijke analyse komt Sartori tot de conclusie dat de komst van de televisie een fundamentele verandering betekende in de geschiedenis. Er gebeurde toen iets wezenlijk anders dan bijvoorbeeld bij de komst van de boekdrukkunst. Boeken, kranten, telefoons en radio zijn allemaal middelen van taalcommunicatie, waarbij mensen beelden vormen door middel van woorden. De breuk door de televisie, en ook het internet, is dat het kijken gaat domineren over het spreken. Het internet is weliswaar theoretisch gezien bruikbaar voor allerlei soorten taalcommunicatie, maar in de praktijk werkt het voor velen als een verlengde tv.

Videokind

Sartori poneert de stelling dat door de beeldmedia een nieuw type mens ontstaat: in plaats van de homo sapiens (verstandige mens) als product van een schriftelijke cultuur, ontstaat de homo videns (kijkende mens), die leeft in een wereld waarin het woord verdreven is door beelden. De noodzaak om de wereld in woorden te schetsen is overbodig, want iedereen kan alles met eigen ogen zien. Men hoeft niet langer ideeën te construeren op basis van woorden. Het primaat van het beeld, het overwicht van het zichtbare over het inzichtelijke, leidt daarom tot een proces van zien zonder begrijpen.

Op beeldende wijze stelt Sartori dat de wereld van nu rust op de fragiele schouders van het videokind, opgegroeid voor een scherm zelfs nog voordat het kan lezen en schrijven; mentaal vooral gevormd door beelden in plaats van woorden. Zijn de schouders van het mensenkind erop berekend?

Onzichtbare zaken

Tegen deze achtergrond benoemt Sartori een kernvraag in zijn essay: als alles zichtbaar lijkt geworden, wat betekent dat voor de dingen die niet zichtbaar te maken zijn? Hij laat praktisch zien wat de verarming van ons begrip inhoudt. Veel woorden uit de menselijke taal zijn symbolen van dingen die we kunnen zien, zoals tafel, vlees en auto.

Een groot deel van onze woordenschat bestaat echter uit woorden die niet goed in beelden te vertalen zijn, zoals vrijheid, soevereiniteit en rechtvaardigheid. Sommige van deze woorden zijn gedeeltelijk in beelden te vangen, maar die pogingen blijven kreupel. Zo kun je vrijheid illustreren door een persoon te laten zien die de gevangenis verlaat of geluk verbeelden door een lachend gezicht, maar dat zegt nog wezenlijk niets over de begrippen zelf. En juist die abstracte begrippen, de ‘grote woorden’, zijn voor de mens het belangrijkste.

Ons hele vermogen om de sociale, economische, politieke en natuurlijke werkelijkheid te beheren, hangt volgens Sartori af van woorden die verwijzen naar zaken die onzichtbaar zijn. Sartori concludeert dat televisie en internet ons vermogen tot abstract denken en begrijpen verslappen.

Stem van God

Voor een christen is deze analyse reden tot alertheid. Immers, zegt de schrijver van Hebreeën niet dat het geloof een bewijs is van de zaken die men niet ziet (11:1)? En leert Paulus in 2 Korinthe 4:18 niet dat onze ogen juist gericht zijn op de dingen die men niet ziet, omdat zij eeuwig zijn? Het leven van een christen hangt af van de onzichtbare grote woorden: verzoening, verlossing, heiliging, gerechtigheid, vrede, verheerlijking enzovoorts.

Denk bijvoorbeeld aan de reformatorische kernvraag: hoe ben ik als sterfelijk mens met mijn onvergankelijke ziel rechtvaardig in het oordeel van de eeuwige God? Het is van levensbelang dat zulke woorden niet wegsijpelen door de cultuur van het kijken. Het vraagt grondige bezinning op de middelen die het meest dienstbaar zijn aan de eeuwige dingen.

Sartori hecht grote waarde aan het denken, omdat daarin volgens hem de unieke waarde van de mens ligt. Schriftelijke culturen zijn voor hem daarom een hoger stadium dan mondelinge. Hoewel protestanten wellicht minder hoog opgeven van het vermogen van het menselijke verstand, zeker in geestelijke zaken, stemmen ze met Sartori opvallend overeen in hun grote waardering van het lezen.

Ook protestanten zien de rede vaak als het onderscheidende van de mens. Doen we daarmee echter voldoende recht aan de bijbelse ankerplaats dat het geloof uit het gehoor is (Rom.10:17)? Het onderscheidende lijkt toch allermeest dat de mens de stem van God kan horen. Dat noopt misschien tot meer waardering voor de mondelinge cultuur van spreken en luisteren. De horende mens dus.

Nuancering

Terecht schrijft Sartori dat het lezen tot de komst van de boekdrukkunst slechts voor een zeer kleine minderheid was weggelegd. Dat geldt ook voor de kerk van alle tijden. Als Paulus beveelt dat zijn zendbrief aan de heilige broeders voorgelezen zou worden (1 Thess.5:27), staat die praktijk symbool voor de gewone situatie van de gelovigen tot aan de moderne tijd. In dat licht is een kleine nuancering van een zwaar leesoffensief wellicht gepast.

Het zou aanmatigend zijn om onze moderne situatie als de standaard en het hoogtepunt van de geschiedenis te zien. Zou bijbels gezien niet de eerste zorg moeten zijn of mensen de stem van God horen en gehoorzamen, afgezien van de vraag of dat via de mondelinge of de schriftelijke weg gebeurt? Dat biedt ruimte om de horende vermogens van de mens meer tegemoet te komen.


Giovanni Sartori

De Italiaanse denker Giovanni Sartori schreef in 1997 een essay onder de titel Homo videns (De kijkende mens). Het essay gaat over de invloed van de televisie op het denken van de mens. Er zou een tijdperk voorbij het denken ontstaan. In 2019 verscheen een bewerking door Andreas Kinneging, met een onverminderd dreigende ondertitel De kijkende mens en de ondergang van het denken. Wat heeft dit christenen te zeggen? Kan het geloof kwijnen door veelvuldig kijken? Hoe zit het eigenlijk met horen, zien en lezen in relatie tot geloven?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 april 2024

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Grote woorden uit beeld

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 april 2024

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's