Digitaal overgewicht
De kijkende mens – horen en lezen, de kanalen van Gods stem (2, slot)
Bij alle vormen van consumptie moeten we waken voor ongezond, overmatig gedrag. Zo praktisch moeten we ook zijn als het gaat om de digitale voeding. Een digitaal dieet kan hard nodig zijn, en daarbij hebben opvoeders elkaar zeker nodig.
Giovanni Sartori schreef zijn essay Homo videns, over de kijkende mens, niet vanuit een nostalgisch verlangen naar een tijd zonder televisie en internet. Hij veronderstelde evenmin dat we de technische ontwikkelingen kunnen terugdraaien; deze zijn volgens hem onomkeerbaar. Wel waarschuwt Sartori voor een nutteloos leven dat alleen maar draait om het doden van de tijd. Die ernstige waarschuwing verdient het om serieus genomen te worden. Het onderstreept voluit de verantwoordelijkheid van ouders, scholen en kerken.
Verwoestende werking
Sartori wil ouders door zijn essay waarschuwen om meer verantwoordelijke ouders te worden. Dat vindt hij nodig omdat het vertrekpunt van de jongste generatie radicaal anders is dan voorheen. Voor deze kinderen geldt volgens Sartori: in den beginne was het beeld. De beelden op televisie en internet zijn de eerste school van het kind, de vermakelijke school die voorafgaat aan de saaie school.
Het grootste probleem van het kind dat gevormd is door het kijken, is volgens Sartori dat het niet leert genieten van het lezen en de kennis van de geschreven cultuur. Dat beperkt de intellectuele vorming. Ik denk dat we in bijbels licht ten minste als probleem zouden moeten toevoegen: dat de mens niet meer hoort en daardoor niet meer kan geloven.
De schets die Sartori van de kijkende mens geeft, is onrustbarend voor alle opvoeders, zowel ouders als onderwijzers en ambtsdragers. Hoe kunnen we immers op een goede wijze aan vorming (blijven) werken als dat gebeurt in een sfeer die geldt als saai ten opzichte van de vermakelijke ‘vooropleiding’ van het beeld?
Natuurlijk, de relatie tussen opvoeder en kind blijft pedagogisch gezien een krachtbron die de concurrentie van het beeld aan lijkt te kunnen, maar de resultaten van hersenonderzoek laten inmiddels ook onomstreden zien wat de verwoestende werking van te veel beelden is op het brein. De neergang van de leesvaardigheid van Nederlandse leerlingen wordt inmiddels in verband gebracht met de digitale ontwikkelingen. Zou het niet wijs zijn om te bezien hoe we deze krachten als opvoeders (gezamenlijk) zoveel mogelijk kunnen kanaliseren? Hebben we digitaal overgewicht niet te lang als noodlot gezien?
Mobielgebruik
Hoe komt het eigenlijk dat de leeftijdsgrens voor het bezit van smartphones nog steeds lijkt te zakken? Verandering blijkt wel degelijk mogelijk. Lange tijd werd bijvoorbeeld door velen meewarig gekeken bij een pleidooi voor het terugdringen van mobielgebruik in scholen. Inmiddels hebben de onderwijsorganisaties een landelijk verbod afgesproken. Iets anders: de Franse en Spaanse overheid vinden in toenemende mate dat het uit moet zijn met de tolerantie voor pornografie, nu zij zien dat kinderen op steeds jongere leeftijd met steeds meer beelden overspoeld worden.
Opvoeden is natuurlijk meer dan ‘nee’ zeggen. Naast de loffelijke poging om digitaal overgewicht te bestrijden, staat de nog belangrijker roeping van christenen, om de wereld van het geloof zichtbaar te maken, zodat we geen mensen zijn die steeds meer zien zonder inzicht. Het schrikbeeld van Sartori om als ziende zombie door het leven te gaan, bepaalt christenen bij de roeping om te wandelen met ogen van geloof. Het is dan van levensbelang dat bij al het kijken naar beelden, waar ook christenen niet onderuit komen, bij kinderen én volwassenen de geestelijke ogen steeds meer opengaan voor de werkelijkheid van het Woord. Dat gebeurt bijvoorbeeld op een drietal niveaus:
1. Persoonlijk
Te midden van alle aandacht voor het uiterlijk en wat het oog streelt, mogen we zonder schroom meer aandacht vragen voor ‘het innerlijke oog’. Zo staat er in de Dordtse Leerregels bijvoorbeeld dat de uitverkorenen de onfeilbare vruchten van de verkiezing in zichzelf met een geestelijke blijdschap en heilige ver-making waarnemen (I.12) Wordt dit voldoende geestelijk onderwezen en beoefend? En kunnen we, in eerste instantie voor onszelf, momenten en gebeurtenissen aanwijzen waarin God ons leven daadwerkelijk richting gaf?
2. Gemeenteleven
Is de prediking in de gemeente niet bij uitstek gericht op het gewicht van de eeuwige, onzichtbare dingen, boven de tijdelijke en zichtbare? Een verdergaande kanteling van prediking naar powerpoint past daar niet bij. Laten we in de gemeente, in het onderwijs en in de opleiding van predikanten sterker investeren in de kracht van de verteltraditie en manieren om het hart van de hoorder te bereiken. De goede spreker weet gerust veertig minuten te boeien zonder een beeld nodig te hebben. Laten de hoorders elkaar opwekken om aanhoudend en aandachtig te luisteren, in plaats van kort en snel te consumeren.
3. Wereldtoneel
Voorzichtigheid en schroom om Gods hand te duiden in de geschiedenis mogen niet overgaan in stomheid; anders lijken we op priester Zacharias en krijgt het volk geen zegen. Als we gebeurtenissen zoals de opkomst van het Réveil of de val van de Muur te weinig als daden van God benoemen, komt God steeds meer aan de zijlijn van de geschiedenis te staan. Wanneer we niet meer met Psalm 37 en 73 spreken over het einde dat we zien van de rechtvaardigen en de goddelozen, wordt het einde onverschillig en het geloof ten diepste irrelevant.
NPO Radio 1
In 2019 lanceerden de Onderwijsraad en de Raad voor Cultuur het pleidooi voor een leesoffensief. Deze adviesorganen constateerden dat het echte, diepe lezen bij jong en oud zorgwekkend onder druk staat door het toenemende screenen en scrollen. Dat eroderen van diep lezen is volgens de adviesraden geen onschuldige zaak. Onder andere het vermogen om je te verplaatsen in de ander en je te concentreren zijn in het geding. Het pleidooi voor een leesoffensief is daarom goed en vindt gelukkig weerklank bij de overheid en maatschappelijke organisaties. Toch is een herijking van een eenzijdig leesoffensief op zijn plaats. Vanuit bijbels perspectief schuilt namelijk veel waars in de leuze van de NPO Radio 1: ‘Wie luistert, weet meer’. Voldoende aandacht voor het horen is nodig om zoveel mogelijk mensen recht te doen en te bereiken; dat is immers het doel van het Evangelie.
Podcasts
De Bijbel laat zien dat de ene stem van God op twee manieren tot ons komt: door horen en lezen, waarbij het horen historisch gezien zelfs vooropgaat. We zouden dit de twee talen van de liefde kunnen noemen. De eerste, hartveroverende stem, horen we wel heel sprekend in de directe aanspraak van het Hooglied: ‘Sta op, Mijn vriendin, Mijn allermooiste, en kom!’ (2:10)
De tweede liefdestaal van God horen we bij het lezen van de Bijbel. Een mooie wisselwerking zien we bij de christenen van Berea: na het horen van de verkondiging van Paulus en Silas onderzochten ze dagelijks de Schriften om te zien of die dingen zo waren (Hand.17:11). Het is belangrijk om de beide kanalen van de stem van God voluit te blijven erkennen, open te houden en aan te prijzen.
Persoonlijk bijbellezen is onmisbaar, maar het mag de mogelijkheden om het Woord te horen niet in de schaduw drukken. Het beluisteren van preken, meditaties en podcasts zijn beproefde tradities. Voor beide praktijken geldt uiteindelijk dat de gestalte van Maria bepalend is: het Woord bewaren en overleggen in het hart. Niet kort en flitsend, maar volhardend en eenvoudig, als een horend mens.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 april 2024
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 april 2024
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's