De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Niet eens met de Bijbel

Bekijk het origineel

Niet eens met de Bijbel

Jongeren en bijbellezen – oorzaken problematisch leesgedrag (1)

7 minuten leestijd Arcering uitzetten

Nederlandse jongeren hebben de laagste leesmotivatie ter wereld. Bijna de helft van de vijftienjarigen noemt lezen tijdverspilling. Dat heeft ongetwijfeld ook consequenties voor het lezen van de Bijbel. Hoe krijg je jongeren aan het bijbellezen als ze überhaupt nauwelijks leesmotivatie hebben?

Ik wil graag beginnen met een bijzonder getuigenis dat iemand gaf over zijn liefde voor de Bijbel. Het is geschreven in de vorm van een gebed aan God.

Uw getuigenissen zijn wonderen,

Daarom zal mijn ziel die in acht nemen.

Het opengaan van Uw woorden geeft licht,

Het schenkt eenvoudigen inzicht.

Ik sper mijn mond open en hijg,

Want ik verlang naar Uw geboden.

Doe Uw aangezicht lichten over Uw dienaar,

En leer mij Uw verordeningen.

Beken vol water stromen uit mijn ogen neer,

Omdat men Uw wet niet in acht neemt.

Het is vast herkend: dit zijn woorden uit Psalm 119. Best wel aparte woorden, vooral als je ze legt naast onze eigen ervaringen. Op avonden die ik namens de HGJB houd over bijbellezen, zeg ik wel eens: ‘Velen van ons lezen de Bijbel zoals ze naar de tandarts gaan: het is nodig, maar liever doen we het niet.’ Hoe ver is dat weg van het verlangen naar Gods Woord dat de dichter van Psalm 119 heeft. Dat geldt zelfs als je in rekening brengt dat het hier gaat om poëtische overdrijving, die je niet letterlijk hoeft te nemen. Psalm 119 houdt ons hoe dan ook een spiegel voor.

Ik krijg de indruk dat het bijbellezen onder ons zo het niet in een crisis verkeert, dan toch in ieder geval onder grote druk staat. Dat is iets wat we niet maar voor lief moeten nemen.

Onderzoek

Het zijn in de eerste plaats predikanten en – met hen – andere oudere gemeenteleden die dit signaleren. Een predikant mailde een paar jaar geleden naar de HGJB: ‘De laatste jaren zie ik dat de vertrouwdheid met de Bijbel onder catechisanten, inclusief belijdeniscatechisanten, in ras tempo afneemt. Zo sterk dat ik me wel eens afvraag hoe verantwoord het nog is om belijdeniscatechisanten te laten beloven dat ze trouw de Schrift zullen lezen. De Bijbel is eigenlijk een gesloten boek voor hen.’

Ouders en grootouders van onze jongeren zeggen hetzelfde. In een workshop die ik op een studiedag van de Gereformeerde Bond hield over het verschil in geloofsbeleving tussen oud en jong, vroeg ik de aanwezigen om één ding te noemen waar ze blij mee zijn als het gaat om de geloofsbeleving van jongeren, en één ding waar ze zich zorgen om maken.

Bij de dingen waar ze zich zorgen om maken, staat met stip bovenaan: hun omgang met de Bijbel. Ze merken dat jongeren weinig bijbelkennis hebben, weinig voor zichzelf in de Bijbel lezen en ook dat het gezag van de Bijbel bij hen aan slijtage onderhevig is. Dit is natuurlijk een generalisatie die niet voor alle jongeren geldt, maar signalen hiervan vangen ouderen toch regelmatig op.

Jongeren zeggen het zelf trouwens ook. Ik wijs op het onderzoek Geloof en missie in het leven van jongeren van een paar jaar geleden, waarvoor 1500 jongeren uit de doelgroep van GZB, HGJB en IZB een enquête hebben ingevuld. 87 procent van deze jongeren zegt dat het geloof belangrijk voor hen is. Het gaat dus om een doelgroep die we bij de HGJB ‘hoog gemotiveerd’ noemen. Toch zegt maar 48 procent dat ze ‘meestal’ of ‘bijna altijd’ persoonlijk in de Bijbel lezen. 22 procent zegt dat ze het ‘nooit’ of ‘zelden’ doen.

Bijbelgebruik

Uit gesprekken met deze doelgroep blijkt dat veel van deze jongeren hun omgang met de Bijbel zélf als problematisch ervaren. Het is een onderwerp waar ze graag toerusting over zouden willen ontvangen. Een jongere zei: ‘Ik verlang ernaar dat ik meer verlang naar de omgang met God!’

Het afgelopen seizoen heb ik in Langbroek, mijn vorige gemeente, belijdeniscatechese gegeven aan een groep van tien jongeren. Ook bij deze jongeren merkte ik een verlangen om de Bijbel een grotere plaats in hun leven te geven en een behoefte aan concrete handreikingen daarvoor.

Ik wijs ten slotte nog op de bijbelleesonderzoeken die de HGJB in 2005 en 2015 heeft gehouden onder jongeren in onze achterban. In 2015 las 35 procent zelden of nooit in de Bijbel. Positief was dan wel weer dat 57 procent zei niet tevreden te zijn met de manier waarop ze nu in de Bijbel lazen. Dat zou er dan op wijzen dat ze in ieder geval streven naar verbetering, net als de jongeren van mijn belijdenisgroep. We zijn van plan dit onderzoek volgend jaar te herhalen. Als we de predikanten in ons achterland moeten geloven, zal dat geen verbetering in het bijbelgebruik aan het licht brengen. Het zou me niet verbazen als het percentage dat zelden of nooit in de Bijbel leest, richting of over de 50 procent gaat.

Ontlezing

Hoe komt dat? Ik wil twee oorzaken noemen, een die algemeen-maatschappelijk is en een die vraagt om een meer geestelijke duiding. Het lastige van beide is dat er moeilijk grip op te krijgen is. We moeten er hoe dan ook rekening mee houden, maar het is zomaar niet duidelijk hoe we daar rekening mee moeten houden en wat we eraan kunnen doen.

De eerste reden is de maatschappelijke tendens van ontlezing, die vooral onder tieners en jongeren – ik zou bijna zeggen – schrikbarend is. Uit een onderzoek van 2019 blijkt dat tieners van 13-19 jaar gemiddeld veertien minuten besteden aan lezen. Van 2013 tot 2018 geeft dat een daling te zien van 40 procent. Volgens een internationaal onderzoek hebben Nederlandse jongeren de laagste leesmotivatie ter wereld. Bijna een kwart van de jongeren leest zo slecht dat ze het risico loopt laaggeletterd te worden en niet te kunnen meekomen in de samenleving. Dat heeft ongetwijfeld ook consequenties voor het lezen van de Bijbel. Hoe krijg je jongeren aan het bijbellezen als ze überhaupt nauwelijks leesmotivatie hebben? Als HGJB lopen we daar ook tegenaan.

In 2005 heeft de HGJB de bijbelleesmethode SOLVAT ontwikkeld. Maar het lijkt er steeds meer op dat deze methode te veel leesmotivatie en leesvaardigheid veronderstelt. Als ik kijk naar materialen die we vijf tot tien jaar geleden maakten, schrik ik daar zelf wel eens van. Dan zie ik dat we veel te snel de stap naar interpretatie en reflectie maken, zonder ons af te vragen of ze de woorden begrijpen die er staan. Als HGJB willen we ons er de komende tijd in verdiepen wat we hieraan kunnen doen. We zullen meer moeten doen aan het vergroten van de leesvaardigheid. Of misschien moeten we het zelfs zoeken in luistervaardigheid.

Gezag

De tweede reden is meer geestelijk van aard: hoe kijken jongeren – en hoe kijken wij met elkaar – naar de Bijbel? Welk gezag kennen we toe aan de Bijbel? Hoe heeft de Bijbel gezag?

Dat hierin ook onder jongeren veel is veranderd, maak ikzelf de laatste jaren met enige regelmaat mee. Ik denk aan die jongeren van een catechesegroep in een gewone Gereformeerde Bondsgemeente. Ik zou een les verzorgen die te maken had met christelijke levensstijl. Toen de jongeren binnenkwamen, zei de predikant over twee van hen: ‘O, fijn dat die er ook zijn, die zijn erg gemotiveerd en doen altijd goed mee.’ Des te groter was mijn verbazing toen een van deze jongeren op een gegeven moment zei: ‘Ik weet dat de Bijbel [zus] vindt, maar ik vind zelf [zo].’ En even later zei die andere: ‘Als het zo is dat de Bijbel dat zegt, ben ik het er gewoon niet mee eens.’ Natuurlijk mogen ze dat zeggen, daar gaat het me nu niet om. Maar wat me verwarde, was dat deze twee betrokken jongeren niet eens het idee hadden dat ze iets ‘afwijkends’ zeiden. Ze probeerden beslist niet te provoceren ofzo. Als ik op dat moment had gereageerd dat ik hun reacties schokkend vond, hadden ze me waarschijnlijk oprecht vragend aangekeken: hoezo dan?

Of ik denk aan die jongere die tijdens een college dat ik op de Evangelische Hogeschool over homoseksualiteit gaf, me oprecht verbaasd vroeg: ‘Vindt u dit alleen maar omdat het in de Bijbel staat?’ Het ging haar er dus niet om dat ze het niet met me eens was, of dat ze de Bijbel anders las. Ze kon zich gewoon niet voorstellen dat iemand bij dit onderwerp de Bijbel doorslaggevend kan vinden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 mei 2024

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Niet eens met de Bijbel

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 mei 2024

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's