Bidden is eerste roeping
Aan het begin van de studieweek voor studenten theologie, over het thema ‘Zorg voor de ziel’, onderstreepte ds. J.A.W. Verhoeven het belang van het gebed. Een deel van zijn openingswoord, bij Psalm 25:1-5 en 20-22.
Dat vreemde woord ‘ziel’ doet ouderwets aan. In lang vervlogen tijden geloofden mensen in een ziel, in de Psalmen bijvoorbeeld, bijna drieduizend jaar geleden. Wij gingen door het modernisme heen. We leven in een tijd van machines, exacte wetenschap, wiskundige berekening, hersenonderzoek. Daar past geen ‘ziel’ bij. Wij zijn ons brein. Ingenieuze stroomstootjes en interfererende chemische processen bepalen ons gedrag. Het kan gevangen worden in modules van kunstmatige intelligentie. Bijna schreef ik: het kan daardoor vérvangen worden. Tegelijk bevredigt dat toch niet. Een mens is geen robot. Er moet iets zijn. Zorg voor de ziel is nodig, al weten we niet goed wat die ‘ziel’ is. Toch vermoeden we dat een mens een binnenkant heeft. Het verschijnsel ‘mens’ bevat mysteries. Een mens heeft gevoel, emotie, verscholen angsten, bruisende levenswil. Het postmodernisme geeft weer ruimte aan de ziel. De ‘zachte’ wetenschappen doen weer mee.
Of we nu veel verder zijn? Dat is de vraag. Want het postmoderne levensklimaat denkt even immanent (binnen de waarneembare werkelijkheid; red.) als het moderne. Dat mysterieuze aan een mens, wat we het ‘ik’ noemen, of de ‘ziel’, dat is tenslotte toch alleen iets van onszelf. Als er een probleem ervaren wordt aan de ziel, gaan de mensen niet naar de pastor, maar naar de therapeut.
Reddingsboei
Ik bespeur bij mezelf dat dat iets met me doet. Het gaat mij niet voorbij. Ook mijn ziel seculariseert. Daarom spreken de psalmen mij zo aan. Ze zijn een reddingsboei, waaraan arme drenkelingen zich vastklampen. Alle eeuwen door hebben de grote theologen zich ingegraven in de psalmen. ‘Tot U, Heere, hef ik mijn ziel op.’ In het aanroepen van de heilige Naam ontdek ik dat ik een ziel heb. Een schreeuwende leegte, die roept om vervulling. De eerste roeping van elke christen is: bidden. Dat geldt nog eens te meer voor theologen. Ook wel preken, pastoraat, catechese, leidinggeven. Zeker, maar allereerst: bidden. ‘Tot U, Heere, hef ik mijn ziel op.’ Ieder christen weet hoe wáár dit is – en ook hoe zwáár het is. Er komt niet zoveel van terecht. Dat zeg ik niet om het te vergoelijken. We worden juist aangevuurd: bid zonder ophouden. Laat je niet ringeloren door de boze. Verblijd u in de hoop, wees geduldig in de verdrukking, volhard in het gebed.
De bevrijdende kracht ligt in de Naam Heere. Als Hij spreekt, breekt de ban van het immanente. Als Hij spreekt, scheurt de hemel open. En Hij spreekt. Of ik het ook hoor, is een tweede. Maar Hij spreekt. Hij zoekt contact. Hij zoekt onze verlossing. Ik ben Die Ik ben. Hij is de Heilige van Israël, Die woord houdt, Die aan Zijn verbond denkt, Die Zijn laatste woord spreekt in Christus, Die trouw houdt in eeuwigheid. (...)
Ernstig
In het aanroepen van de Naam van de Heere wordt het leven ernstig. Je bent namelijk verantwoordelijk voor je ziel. Je kunt je niet vrij pleiten met een beroep op de cultuur. Alsof de cultuur de schuld heeft. Het is ernst. Je bent een mens, je staat voor God. Hij heeft Zijn Naam over je uitgeroepen. Dat bezegelde Hij in de heilige doop. Je hebt je ziel gekregen door inblazing van de adem van God. Je ontkomt er niet aan om mens te zijn. Er bestaat geen geldige reden waarom je níét je ziel opheft tot God.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 september 2024
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 september 2024
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's