De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Rijk zijn is gevaarlijk

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Rijk zijn is gevaarlijk

De oude Salomo (1)

8 minuten leestijd

De een moet het doen met een AOW-uitkering, de ander geniet van een ruim pensioen. Wat doet de enorme groei van onze welvaart met ons als wij ouder worden? Wij bidden voor christenen die worden verdrukt, maar beseffen we voldoende het gevaar van rijkdom?

Veel ouderen hebben in hun leven grote veranderingen meegemaakt. Een van die veranderingen is de enorme groei van onze welvaart. Tijdens hun jeugd moest elk dubbeltje worden omgedraaid. Nu wordt er dankbaar gebruikgemaakt van de overvloed, al zijn hierin grote verschillen.

Nauwe poort

Salomo heeft als koning grote welvaart gekend. Prinselijk opgegroeid in een paleis kende hij aan het einde van zijn leven een overvloed aan rijkdom. Gaandeweg is hij daar steeds meer naar gaan leven, ten koste van zijn vertrouwen op de Heere. Van Salomo zijn de woorden: ‘De vreze des HEEREN is het begin van de wijsheid’. Maar als de vreze des HEEREN het begin is van de wijsheid, wat is dan het einde? Dit einde blijkt niet vast te liggen. Wijsheid is niet iets wat je eenmaal krijgt en dan voor altijd houdt. Ware wijsheid is leven in voortdurende afhankelijkheid van God, voor Zijn aangezicht. Het blijft ontvangen wijsheid. Je houdt die alleen tot het einde als je volhardt in de vreze des HEEREN. Van Salomo weten we dat dit niet goed is gegaan. Dan rijst de vraag: is hij behouden? Deze vraag beantwoordt de Schrift niet. In plaats daarvan geeft de Bijbel ons mee: ‘Strijd om binnen te gaan door de nauwe poort’ (Luk. 13:24). Wat kunnen wij van Salomo leren?

Geld en goed

Als jonge koning bidt Salomo om wijsheid. Naast wijsheid krijgt hij bovendien rijkdom, macht en eer. Juist daarin wordt hij bij het klimmen van de jaren beproefd. Wij zeggen wel dat ‘het sterke schouders zijn die de weelde kunnen dragen’. De schouders van Salomo blijken niet sterk genoeg. In de beproeving gaat hij onderuit. Zelfs zo dat hij de eerste slechte koning wordt genoemd (1 Kon. 11:6). Van huis uit heeft hij meegekregen wat de opdrachten en beperkingen zijn voor een koning. Dit staat beschreven in Deuteronomium 17:14-20. Zoals het volk Israël anders moet leven dan andere volken, zo moet de koning van Israël anders leven dan andere koningen. In die opdracht wordt meegegeven dat een koning de Thora (de vijf boeken van Mozes) moet overschrijven om een kopie bij de hand te hebben en er elke dag in te lezen. Met andere woorden: hij moet steeds meer vertrouwd raken met het Woord van de Heere.

De koning staat niet boven de wet van de Heere en moet, net als elke Israëliet, zich laten beperken door Gods geboden en leren leven van Zijn beloften. Want de kracht van Gods geboden zit juist in de zelfgekozen beperking. En in de beperking van macht en eer, geld en goed, schuilt de door de jaren heen toenemende afhankelijkheid van de Heere. Van Salomo staat niet geschreven dat hij een door hemzelf overgeschreven Thora had. Teerde hij op zijn kennis van vroeger? Dan ligt het vergeten van de Heere en Zijn geboden om de hoek. Dan raakt de wijsheid die gericht is op de eer van God bij het ouder worden in verval. Als ons vertrouwen op Christus net zo moet toenemen als onze welvaart, hoe staan wij er dan voor?

666

Een koning mocht zich niet verrijken met een overvloed aan paarden, vrouwen of zilver en goud. Maar wanneer is iets ‘veel’ of ‘te veel’? Het Hebreeuws laat zien dat het hier gaat om een voortdurende toename – ‘telkens meer’, ‘uitbundig veel verzamelen’. Het gaat niet om een bepaald aantal dat nog geoorloofd is, maar om de houding erachter: Salomo bleef verzamelen voor zichzelf, zonder dat zijn volk in zijn overvloed deelde.

De Koningenboeken worden binnen de Joodse traditie gelezen als profetische boeken. Het gaat niet zomaar om historische feiten, maar om de profetische blik op alles wat er gebeurde. Hoe keek de Heere naar Salomo?

Dit profetische karakter van de tekst komt in allerlei details naar voren. Een daarvan is het opvallende getal 666. In 1 Koningen 10:14 staat dat Salomo jaarlijks 666 talent goud ontving, exclusief zijn andere inkomsten. Omgerekend zou dit tegenwoordig neerkomen op zo’n 1,5 miljard euro. Hoewel die berekening niet nauwkeurig is, geeft het wel een indruk van de buitensporige rijkdom van Salomo. Hij behoorde tot de superrijken van zijn tijd.

Het getal 666 kennen we vooral uit de Openbaring van Johannes. In Openbaring 13:18 wordt dit het getal van het beest genoemd en ook het getal van een mens. Door de eeuwen heen zijn velen gaan rekenen en speculeren. Namen als keizer Nero, Hitler, de paus en ook het woord corona zijn genoemd. Maar profetie is niet bedoeld om onze fantasie op hol te laten slaan. Het is goed mogelijk dat Johannes met dit getal verwees naar keizer Nero, maar hij noemt deze naam niet. Waarschijnlijk uit voorzichtigheid, omdat hij door de Romeinen naar Patmos was verbannen.

Toch roept het getal ook vandaag een profetische vraag op: past deze schoen ons? Zijn wij net als Salomo geneigd om steeds meer te vergaren – eer, bezit, macht – zonder te beseffen dat juist dát de beproevingen van onze tijd zijn? Beproevingen die ons geloofsvertrouwen kunnen ondermijnen? Wanneer slaat de zegen van voorspoed om naar de zorgen van deze wereld en de verleiding van de rijkdom die het Woord verstikken (Matt. 13:22)? Wanneer hebben wij genoeg? Zijn wij werkelijk in Christus tevreden met wat wij hebben? Of worden we nog steeds gedreven door de honger naar meer of door de angst om iets kwijt te raken?

Nooit een 7

Johannes zegt met nadruk dat 666 het getal van een mens is. Een mens kan beestachtig tekeergaan, maar blijft een broos, zondig en sterfelijk mens. Zijn wij ons hiervan bewust? Laten we het besef levend houden dat wij aan het eind niets kunnen meenemen van alles wat wij hebben verzameld. Kunnen wij dan verantwoorden hoe we met bezit en rijkdom zijn omgegaan?

Met het getal 666 wordt de menselijke maat en beperking aangegeven. Opnieuw gaat het om de erkenning van die beperking. Waar het getal zeven staat voor de volmaaktheid van de Heere, staat het getal zes voor het onvolmaakte, het menselijke. Een mens kan veel verzamelen, zelfs zoveel dat het 666 wordt, maar het wordt nooit een 7.

Deze 666 talenten goud als jaarinkomen van Salomo staan voor zijn grootheid, macht en eer. Bij verschillende beschrijvingen van zijn roem komt het getal zes terug. De koning maakt elk schild van 600 sikkel goud. Zijn troon heeft zes treden, met aan elke kant zes leeuwen. Een wagen wordt uit Egypte ingevoerd voor 600 zilverstukken. Zijn vrouwen komen uit zes verschillende volken. Alles is zes.

Salomo is zeer groot geworden. De Heere heeft hem veel geschonken. Met eer en luister is hij gekroond. Maar hij was gericht op meer zessen. Profetisch gezien gaan daarom bij het getal 666 alle waarschuwingslampjes branden.

Brood en melk

In de tijd van Salomo werd goud vaak geassocieerd met oneerlijkheid, overmoed en afgoderij – net zoals wij vandaag met een kritisch oog kijken naar de immense rijkdom van multimiljardairs. Onbedoeld veroorzaakte Salomo met zijn overvloed een forse economische verstoring. De waarde van goud en zilver daalde sterk (1 Kon. 10:21), terwijl de prijzen voor basisbehoeften zoals brood en melk voor het gewone volk stegen. Het lijdt geen twijfel dat zijn volk hieronder heeft geleden.

Wat is de waarde van rijkdom als anderen eronder gebukt gaan? De Bijbel keurt rijkdom op zichzelf niet af, maar wél als die ten koste gaat van anderen – of dat nu rechtstreeks gebeurt of via de gevolgen van oneerlijke verdeling en verwaarlozing.

Deze verleiding treft niet alleen ouderen of rijken. Abraham had veel bezit, maar bleef de Heere dienen, terwijl de rijke jongeling afhaakte. Ook jongeren kunnen al vroeg die hunkering naar bezit in zich dragen. En wie arm is, kan zich met eenzelfde begeerte uitstrekken naar wat hij waarschijnlijk nooit zal bezitten. Toch is het een gegeven dat het vermogen doorgaans toeneemt bij het ouder worden. De deur naar de verzoeking die rijkdom met zich meebrengt, opent zich daarmee steeds wijder.

Sluipend virus

Wat zou Salomo geholpen zijn met een profeet als Nathan aan zijn zijde. Rijkdom werkt immers als een sluipend virus dat het geloof gaandeweg kan ondermijnen. Juist omdat niemand van ons er immuun voor is, hebben we geestelijke weerbaarheid nodig. Calvijn legde niet voor niets nadruk op het belang van matigheid. Het is goed om onszelf eerlijk de vraag te stellen: zijn we bereid om ons te beperken, om boven alles de vreze des HEEREN te zoeken?

De profetische boodschap over Salomo nodigt ons uit om, naarmate we ouder worden, vaker de woorden van Psalm 62:7 ter harte te nemen:

En wordt niet ijdel als ’t vermogen,

Gedurig aanwast; waakt en let,

Dat gij het hart er nooit op zet;

Zo wordt ge door geen schijn bedrogen.

Uiteindelijk komt het er niet op aan wat wij bezitten, maar of wij het eigendom zijn van onze Heere Jezus Christus. Dat bezit houdt stand, in leven en in sterven.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 6 augustus 2025

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Rijk zijn is gevaarlijk

Bekijk de hele uitgave van woensdag 6 augustus 2025

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's