De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Zullen we ruilen?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Zullen we ruilen?

Kerstverhaal

10 minuten leestijd Arcering uitzetten

Ze wil geen Kerst vieren. Ze kan het niet. Zwijgend loopt Gea naar de kerk. Haar zoon is vooruit gerend. Haar dochter houdt haar hand stevig vast.

‘Ik ben zo blij met mijn nieuwe jurk,’ zegt ze.

Haar gezicht straalt en ze begint weer zachtjes te zingen. Eer zij God in onze dagen. Het is haar lievelingslied.

De zin: ‘Roept op aarde vrede uit’ schuurt.

Inmiddels is er vrede in het land, maar niet in Gea’s hart. Ze kan niet anders dan denken in haat. ‘Mama, je knijpt in mijn hand!’

Vlug laat Gea de hand van haar dochter los. Ze moet stoppen met piekeren. Als ze gaat denken, wordt ze boos en dat mag niet, ze moet sterk zijn voor de kinderen. Gelukkig kan ze na de kerstdagen weer aan het werk. Hard werken lijkt het enige wat helpt tegen al dat gepieker.

‘Zullen we weer op onze eigen plek gaan zitten?’ Evert kijkt zijn moeder vragend aan.

Snel schudt Gea haar hoofd. ‘Achter in de kerk is onze nieuwe plek,’ zegt ze streng, ‘dat weet je best.’ ‘Maar ik wil zo graag op de galerij zitten,’ probeert Evert.

Gea trekt hem aan zijn arm mee naar binnen. Ze gaat niet meer op de galerij zitten, nooit meer. Als ze aan de galerij denkt, dan ziet ze de soldaten weer voor zich. Die Duitsers die ze zo haat. Met mitrailleurs stonden ze daar, terwijl zij met vele andere vrouwen en kinderen in de kerk zat. Opgesloten!

Ze gaat met haar kinderen op de achterste bank van het zijschip zitten. Als er iets gebeurt, kan ze zo weg. Nu rustig ademen. Het komt door de geur van de kerk. Het komt door de bank waarop ze zit. Elke keer krijgt ze weer die nare flashbacks. Ze wil het niet, al helemaal niet met Kerst, maar het gebeurt. De Duitse soldaat begint weer te praten:

‘Er is vannacht een aanslag gepleegd bij de Oldenallerbrug. Wie iets weet, moet naar voren komen. De straf zal voor Putten minder erg zijn wanneer de daders zich melden.’

De flashbacks gaan altijd gepaard met boosheid. Ze is boos op de soldaten. Hoe konden ze de mensen vastzetten in de kerk? In Gods huis nota bene. De plek waar ze zich veilig en vredig voelde, werd een plek van angst.

Maar het meest boos is ze op zichzelf. Die ochtend had de ouderling nog gewaarschuwd: ‘Er is onraad in het dorp. Daarom adviseer ik alle mannen tussen de achttien en vijftig jaar weg te gaan. Verstop je zo snel mogelijk.’ Cees had zich verstopt. Maar toen ze hoorden dat iedereen die zich niet zou melden zou worden doodgeschoten, zijn ze toch gegaan. Met z’n vieren. Ze kan het zichzelf niet vergeven dat ze die keuze heeft gemaakt.

‘Mama, bent u boos?’ Gea slaat een arm om Elsje heen.

‘Nee hoor,’ zegt ze en ze geeft haar dochter een kus. Ze moet haar gevoelens beter onder controle houden. Ze pakt haar Bijbel om de teksten op te zoeken. Dat helpt vast. Afleiding heeft ze nodig, hoe meer hoe beter. Haar ogen gaan naar het bord. Geen schriftlezing uit Lukas 2, maar uit Samuël en Korinthe, ziet ze.

Evert komt dicht tegen haar aan zitten. ‘Sorry mam, dat ik weer over de galerij begon,’ fluistert hij zachtjes. ‘Is al goed,’ antwoordt ze. Ze heeft spijt dat ze hem net zo hard bij zijn arm pakte. Hij houdt van vaste dingen. Klokslag 7 uur zit hij aan het ontbijt. Altijd zit hij op dezelfde plek aan tafel, zijn deur staat iedere avond op een kier. Precies een hand breed. Zachtjes buigt ze zich naar haar zoon. ‘Mama zal nog wel een keer nadenken over het zitten op de galerij.’ Evert knikt opgelucht. Ze krijgt er een brok van in haar keel. Wat lijkt hij toch op Cees. Arme Evert, juist hij, die zo slecht tegen veranderingen kan, krijgt er zo veel voor zijn kiezen. Zijn vader weg, het huis afgebrand… niets is meer hetzelfde. Ze voelt zich opeens schuldig dat ze hem zijn vaste plek in de kerk ook nog ontneemt.

‘Laten we Psalm 138 vers 1 zingen.’ De dienst is begonnen. Gedachteloos zingt Gea mee. Ze probeert zich te focussen op de woorden, maar het lukt haar niet. Opnieuw krijgt ze een flashback en ziet ze de Duitser staan – voor in de kerk. En ze hoort zijn woorden als hij de straf voor het dorp uitspreekt:

‘Alle mannen tussen de achttien en vijftig jaar zullen worden weggevoerd naar kamp Amersfoort. Putten zal worden platgebrand. Het dorp moet binnen twee uur ontruimd zijn. U krijgt nog de gelegenheid om kleren voor de mannen naar het station te brengen.’

Niet je vuisten ballen, Gea, Els heeft dat door. Rustig blijven ademen, Gea. Focus je op de kerkdienst. Je kinderen hebben je nodig. Het lukt, de woorden

komen weer binnen:

En, om Uw gunst en waarheid saâm,

Uw grote naam, eerbiedig loven.

Daarvoor is ze in de kerk. Om Gods grote naam te loven.

Vorig jaar was het ook moeilijk om Kerst te vieren. Ze had toen net te horen gekregen dat de mannen vanuit Amersfoort naar een concentratiekamp in Duitsland waren gebracht. Elke keer gingen haar gedachten die eerste kerstdag naar Cees. Zou hij nog leven? Zou hij ook Kerst vieren? Er was toen meer vrede in haar hart dan nu. Sinds ze hoorde dat Cees er niet meer was, is er iets veranderd. Vanaf die dag kan ze alleen nog maar denken in haat. De dominee had de deuren van de kerk geopend en had verteld dat er nieuws was. Het duurde eindeloos, voordat iedereen zat en hij eindelijk begon te spreken:

‘De kapitein is in kamp Sandbostel geweest. Daar heeft hij een aantal Puttenaren gesproken. Deze mannen hebben een lijst gemaakt van mannen die zijn overleden. Ik zal eerst de namen voorlezen van de mannen die de lijst hebben gemaakt.’ De naam van Cees zat er niet bij.

‘Ik zal nu de lijst voorlezen van mannen die in het kamp zijn overleden,’ zei de dominee toen. Ze had kippenvel op haar armen staan. De ene na de andere naam klonk.

Gea had moeite om zich op de stem van de dominee te concentreren. Vrouwen en kinderen schreeuwden het uit van verdriet. En toen was daar opeens die ene naam. De naam van de man van wie ze zo intens veel hield. Hij was er niet meer.

Evert en Els huilden, maar zelf kon ze dat niet. Ze kon maar één ding denken: ik haat de Duitsers. Alleen dat. En dat nu al maandenlang.

‘Het tekstgedeelte voor vanochtend is: Want gij weet de genade van onze Heere Jezus Christus, dat Hij om uwentwil is arm geworden, daar Hij rijk was, opdat gij door Zijn armoede zou rijk worden.’ Gea gaat snel rechtop zitten. Ze moet opletten. Thuis zal ze het schriftgedeelte nog een keer lezen en dan aan de kinderen vragen wat de drie punten waren. Net als Cees altijd deed. Speciaal voor Evert. ‘Ik noem u de drie punten,’ zegt de dominee. ‘Het eerste punt is de vrijwillige armoede. Het tweede de verkregen rijkdom en het laatste punt de bekende genade – de genade van Jezus Christus, die u kent.' Gea ziet dat Evert de punten zachtjes herhaalt.

‘Geen plek had Hij om te wonen,’ begint de dominee. Sinds vorig jaar weet Gea een beetje hoe dat is. Nooit zal ze het moment vergeten dat ze de straat inliep en haar woning zag. Tot de grond toe afgebrand. Niets was ervan over.

Het huis van de buren was ook weg. ‘Ik weet niet waar ik naartoe moet,’ had de buurvrouw gejammerd. Gea wist het wel. Ze ging naar haar ouders. Tot haar grote opluchting stond haar ouderlijk huis er nog. Haar moeder was gelijk bedden op gaan maken.

‘Ook met pijnlijk verdriet, smartelijke armoede kun je rijk zijn in God.’ De dominee is aan zijn tweede punt begonnen. Zou het waar zijn? De pijn is zo heftig. De dominee heeft makkelijk praten, hij heeft niemand verloren.

Ze heeft wel gemerkt dat andere vrouwen er ook mee worstelen. Onlangs had een vrouw het zelfs op huisbezoek gezegd. ‘U begrijpt er niets van, u bent nog zo jong.’ De ouderling, die ook bij het bezoek was, had zich wat voorovergebogen. ‘Vrouw, heb ik ook niets meegemaakt?’ ‘Ja, jij wel,’ had de vrouw geantwoord. ‘Jij bent net als ik ook een zoon door de razzia kwijtgeraakt.’

‘Twee,’ had hij gezucht.

‘Dat is haast nog erger,’ zei de vrouw. ‘Twee jongens en twee kwijt, kun je dat begrijpen?’

De ouderling was even stil geweest en had toen gezegd: ‘God had één Jongen en Hij wilde Hem kwijt voor jou en mij; kun je dat begrijpen?’

Het lijkt wel of dominee aansluit op haar gedachten. ‘Het was een wonderlijke ruil. Hij is om onze overtredingen verwond, om onze ongerechtigheden is Hij verbrijzeld; de straf, die ons de vrede aanbrengt, was op Hem, en door Zijn striemen is er voor ons genezing gekomen.’ Gea gaat even verzitten. Ze zou graag rijk willen zijn in God, maar hoe zou ze dat kunnen worden? Ze bladert naar Jesaja 53. Wonderlijke ruil.

Els had van de week ook geruild. Knikkers voor een pop. Want als ze iets mist sinds de brand, dan was het haar pop.

Bij kinderen gaat dat zo heerlijk simpel.

‘Zullen we ruilen?’ had Els gevraagd aan haar nicht die nooit meer met haar pop speelde, maar wel graag knikkerde. De knikkerzak die nog bij oma lag, had ze opgezocht en geruild voor de pop.

Zoals Els de pop miste, mist Gea de vrede in haar hart die ze had voor de razzia.

Het laatste lied wordt ingezet. De dienst is bijna afgelopen.

Wonderlijke ruil. Zullen we ruilen? Jouw haatgevoelens voor Mijn vrede. Ook op weg naar huis houdt de vraag haar bezig. Zou het kunnen dat haar haatgevoelens op een dag weg zijn?

Voor God is niets onmogelijk. Dat zegt Hijzelf in Zijn Woord. Hij is machtig genoeg om haatgevoelens weg te nemen en Zijn vrede ervoor terug te geven. Ze verlangt ernaar, dat gevoel is nog nooit zo sterk geweest als deze Kerst.

Ze voelt de hand van Els, ze voelt de hand van Evert. Opnieuw begint Els haar lievelingslied te zingen. Het schuurt minder dan op de heenweg. In haar hoofd zingt ze zelfs zachtjes mee.

Lam van God, Gij hebt gedragen,

alle schuld tot elke prijs,

geef in onze levensdagen,

peis en vreê, kyrieleis.

Willemijn de Weerd is kinderboekenschrijfster en spreekster. Dit najaar verscheen van haar hand het boek Papa, waar blijf je?, een boek over de razzia van Putten voor de leeftijd 8-12 jaar. Ook dit verhaal is gebaseerd op de gebeurtenissen zoals die in 1944/1945 plaatsvonden in Putten.

Voor het schrijven van dit kerstverhaal wilde ze graag weten waar er eerste kerstdag over gepreekt was in de Oude kerk. Uiteindelijk kreeg ze een schrift met de handgeschreven preek van ds. L. Kievit, die van 1945 tot 1952 zijn eerste periode in Putten doorbracht. Ds. M. Verduin speelde een belangrijke rol in deze zoektocht. Waarvoor veel dank!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 december 2019

De Waarheidsvriend | 28 Pagina's

Zullen we ruilen?

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 december 2019

De Waarheidsvriend | 28 Pagina's