Marleen van den Berg en George Harinck (red.) Voor de geest en het moreel van de troepen: De kerken en de oorlog in Indonesië 1945-1950. Uitg. Verloren, Hilversum; 237 blz.; € 25.
Regelmatig kom ik als krijgsmachtpredikant van het Regiment Prinses Irene veteranen tegen van de vijf bataljons die onder ons vaandel dienden in Nederlands-Indië. Elk jaar worden tijdens een dodenappèl de namen van 96 daar gesneuvelde kameraden voorgelezen en wellen de tranen op in de ogen van deze oude mannen. Hun verhalen zijn hartverscheurend. Ze vertellen over jonge dienstplichtigen die voor twee of zelfs drie jaar werden ontworteld, terechtkwamen in een onbekende, vijandige en gewelddadige jungle, en voor het leven getekend en getraumatiseerd terugkwamen in een samenleving die hun strijd van meet af aan negeerde of diskwalificeerde.
Ik vond het mooi om in deze bundel historische artikelen, die de neerslag vormen van een congres over dit thema in 2016, te lezen dat de Nederlandse kerken en ook de Joodse gemeenschap veel in het werk gesteld hebben om dominees, aalmoezeniers en rabbijnen mee te sturen voor geestelijke bijstand van deze jongens. Al had de overheid daarbij, getuige de titel (een citaat uit het boek betreffende de officiële opdracht voor de Geestelijke Verzorging), vooral het belang van de gevechtskracht op het oog, terwijl de kerken vooral aan de moraal en het geloof dachten. Daarin zit een intrinsieke spanning in het werk van legerpredikanten, die tot op de dag van vandaag voortduurt.
De titel van het boek maakt verder meteen al duidelijk dat vooral ook een kritische toon aangeslagen wordt: er is geen sprake meer van ‘politionele acties’, maar ronduit van ‘oorlog in Indonesië’. In meerdere artikelen wordt ingegaan op de rol van kerken en geestelijk verzorgers rondom (vermeende) oorlogsmisdaden en andere misstanden en breder evaluatief over de laat-koloniale politiek en de inzet van het leger überhaupt. Uit de artikelen blijkt dat de Nederlandse verzuilde kerken nauwelijks een goed beeld hadden wat er gebeurde, maar vanuit een voorbarige visie óf gezagsgetrouw de overheid steunden (zie vooral over de vrijgemaakten, p. 145f.) óf vanuit politiek-kritische of pacifistische overwegingen de steun aan de eigen militairen tekort liet schieten. Terwijl er bij de Landmacht 78 legerpredikanten nodig waren voor een fatsoenlijke dekking (‘één legerpredikant per bataljon’), waren er slechts 63, die naast hun bataljon bovendien ook de zorg moesten bieden aan hospitalen, gevangenissen en KNIL-militairen (pp. 114-5). Zij waren zo druk met reizen naar de zeer verspreide buitenposten en met pastoraat en kerkdiensten dat ze aan kritische reflectie niet toekwamen. De aalmoezeniers en dominees pionierden er lustig op los ver voordat dit in Nederland in de mode kwam...
Vanuit de kerken in Nederland waren er natuurlijk niet alleen geestelijk verzorgers in Indië, maar ook veel zendelingen, die in nauw contact stonden met de plaatselijke kerken en bevolking. Zij steunden over het algemeen de wens van Indonesië naar onafhankelijkheid en trachtten dat ook voorzichtig onder de aandacht te brengen, maar wilden liever onpartijdig blijven om hun werk ongehinderd voort te kunnen blijven zetten. In slechts een enkel geval (‘de kwestie-Peniwen’, p. 91) hebben ze oorlogsmisdaden aan de kaak gesteld. De legerpredikanten op hun beurt mengen zich om dezelfde reden ook weinig in het politieke debat, omdat een kritische houding hun werk praktisch bemoeilijkt zou hebben. Voor het grote geheel had dat misschien iets goeds betekend, maar voor de concrete jongens met wie ze te maken hadden, hadden ze er dan niet kunnen zijn.
Als de kerken niet vanuit vooropgezette en verzuilde idealen gewerkt hadden, maar oprecht geluisterd hadden naar én hun zendelingen én hun legerpredikanten, dan hadden ze een uniek en genuanceerd beeld van de oorlog in Indonesië kunnen hebben en zo tijdens en na de oorlog een belangrijke brugfunctie kunnen vervullen. Ik denk dat dat wel een les is, die we ook vandaag ter harte kunnen nemen.
Enige kritiekpunt op het boek is dat de artikelen wat ongelijksoortig zijn, waarbij soms écht vernieuwend of grondig onderzoek ontbreekt. Verder is het geen lekker leesboek, maar een studieboek vanwege de enorme hoeveelheid namen van personen en instanties en de gecompliceerde thematiek.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 28 december 2019
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 28 december 2019
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's