De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Globaal bekeken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Globaal bekeken

4 minuten leestijd Arcering uitzetten

In OnderWeg (orgaan van de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt en de Nederlands Gereformeerde Kerken) stond een interview met Samuel Lee, ‘pinkstervoorganger en kersverse theoloog des vaderlands’. Het slot:

Kun je zeggen dat migrantenkerken in het algemeen dichter bij de samenleving staan dan een doorsnee autochtone gemeente?

‘Ja ik denk dat dit voor een gemiddelde migrantenkerk inderdaad zo is. Dat komt vooral doordat mensen van zo’n kerk, van onze gemeente bijvoorbeeld, zelf behoren tot wat ik maar even de lagere sociale klasse noem. De drempel naar anderen toe is dan laag. Ook onze mensen komen maar net of net niet rond. Ze kennen het verschijnsel om als gezin in een tweekamerflat te wonen. Voor hen is de Bijlmer in zekere zin de wereld; de stad Utrecht, of zelfs Amsterdam, staat mijlenver bij hen vandaan.

Kortgeleden werd dit aspect binnen onze gemeente concreet genoemd. We wilden met een poster bekendheid geven aan een activiteit binnen de gemeente die tegelijk bedoeld is voor allerlei mensen eromheen. De vraag was hoe groot die poster moest zijn: A2, dat is een groot formaat poster of A3, de helft kleiner. Een broeder zei toen: “Laten we voor het kleine formaat gaan. Wij wonen in huizen met een kleine kamer; er is te weinig ruimte om zomaar een grote poster op te hangen.”’

En dat wordt ’m dan, een A3 poster?

‘Ja! En die gaat werken, voor onze gemeenteleden en ook voor anderen, bijvoorbeeld voor mensen die hier zijn en geen officiële papieren hebben. Immigranten die weinig rechten hebben. Velen van hen wonen hier, in de Bijlmer. Wij willen er ook voor hen zijn, hen helpen; ook onze naasten willen we liefhebben.’ •••

Geschriften uit de oude doos zijn soms, als we ze vandaag nog lezen, heel serieus. Zo stuurde een lezer mij een boekje van A. Geschiere, rustend landbouwer te Grijpskerke, Het leven van den Walchersen boer gedurende de laatste twee eeuwen (uitgave J.P. van den Tol, Nieuw-Beijerland, zonder jaartal). Over ‘het godsdienstige en kerkelijk leven’:

Op vele dorpen was het maar éénmaal kerk, omdat er voor de tweede maal toch bijna niemand kwam.

Velen van degenen, die nog eenmaal ter kerke kwamen, gingen na afloop, soms met hun vrouwen, in de herberg nog een glaasje bier of brandewijn gebruiken. Met de Dienaren des Woords was het ook intreurig gesteld. Enkele dorpen zochten zoo mogelijk een orthodoxen predikant, o.a. Veere en Arnemuiden en ook in Vlissingen bleek er nog een overblijfsel naar de verkiezing der genade te zijn (…) Hoe het er soms aan toeging, een enkel staaltje: van het jaar 1820 tot 1832 stond te Grijpskerke een zekere ds. Storij. (…) Dit was al een zeer rare klant. In den winter schoof hij de gordijntjes, die aan weerszijden met koperen roedjes aan het klankbord van den kansel gehecht waren, geheel, tenminste bijna geheel tot elkander, zóó, dat hij zelf maar even de kerk in zien kon, maar niet gezien werd, behalve door degenen die vlak voor hem zaten. (…) Eens had hij op een Zondag iets onaangenaams met de broederen in de consistoriekamer. Onder het zingen van den voorzang kwam het college van ambtsdragers in de kerk. De ouderling, die hem voorging, drukte hem de hand en ging naar zijn plaats. Z.Eerw. liet de overige broeders passeeren, sloeg toen linksom, ging enkele stappen terug om rechtsomkeert de deur der consistoriekamer weer binnen te gaan. Weg was hij. Een der ouderlingen sloop hem voor het einde van het gezangvers nog even achterna, maar kwam hoofdschuddend naar zijn medebroeders terug, alsof hij zeggen wilde: ‘Ik zie hem nergens.’ Het vers was uitgezongen en daar zat de gemeente! (…) Eindelijk stond een der schepenen uit de schepenbocht op. Deze zeide: ‘Eer we uiteen gaan, verzoek ik de gemeente te zingen Ps.36:1: Het trotsch gedrag des boozen enz..’

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 januari 2020

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Globaal bekeken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 januari 2020

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's