Kostbaar geschenk
Redactieleden vertellen over ‘hun’ belijdenisteksten
Wie belijdenis doet, krijgt een bijbeltekst mee. Na een seizoen belijdeniscatechisatie maakt de predikant een inschatting van welke tekst bij wie past. Zo’n vers kan veel in je leven gaan betekenen. Hoe is dat voor de redactieleden van De Waarheidsvriend?
‘Ik geloof niet in mijn geloof’
Ik heb in 1980 belijdenis gedaan, nu veertig jaar geleden. Mijn wijkpredikant was ds. J. Vos, die later mijn schoonvader werd. Ik kreeg als belijdenistekst Hebreeën 10:23 mee: ‘Laten wij de belijdenis van de hoop onwankelbaar vasthouden, want Hij Die het beloofd heeft, is getrouw.’ Ik was onzeker, zoekende. Kan ik geloven? Mag ik geloven? De belijdenistekst verschuift de aandacht naar de Heere, naar de zoekende God: Hij vindt verlorenen. De genadige God: Hij zet hopeloos ontspoorde mensen op de weg naar Christus’ toekomst. God is getrouw. De belovende God: hoe langer hoe meer heb ik ontdekt dat dat grond onder de voeten geeft. Het doorslaggevende ligt buiten mij. De hoop is onwankelbaar, omdat God trouw is. Dat heb ik ervaren in momenten van aanvechting en in perioden van verslapping. Ik geloof niet in mijn geloof. Dat hoeft gelukkig ook niet. Ik klamp me vast aan God. Hij houdt woord, dat is onwankelbaar zeker.
Overigens moet ik eerlijk zeggen: ik leef niet zozeer bij bepaalde teksten die mij op cruciale momenten in mijn leven zijn aangereikt. Bij mij werkt het meer zo dat ik elke dag nieuwe woorden uit de Schrift nodig heb. Elke week ook (Hebr.10:25!). Maar natuurlijk: Hebreeën 10:23 reist als een kostbaar geschenk met mij mee.
Ds. J.A.W. Verhoeven is sinds 2019 lid van de redactie.
‘Onderzoeken, dát wilde ik!’
Op zondag 30 maart 1997 (eerste paasdag) deed ik belijdenis van het geloof in de hervormde gemeente van Stolwijk. Ds. J. van het Goor gaf me de tekst mee uit Psalm 27:4: ‘Eén ding heb ik van de Heere begeerd, dat zal ik zoeken: dat ik al de dagen mijns levens mocht wonen in het huis des Heeren, om de lieflijkheid des Heeren te aanschouwen en te onderzoeken in Zijn tempel.’
Ik studeerde toen nog maar kort theologie, wist nog niet of ik predikant mocht worden. De tekst liet me niet meer los en bleef dicht bij me toen de Heere de weg naar de kansel wees. Aanvankelijk, en nóg, werd mijn hart getrokken door het woordje ‘onderzoeken’ aan het slot van de tekst. Onderzoeken, dát wil(de) ik! Diep graven in de Schrift om nieuwe en oude schatten op te halen. Soms op het verbetene af. Er staat echter, heilzaam, iets vóór – wat ook, zo leerde ik, voorop dient te gaan: Zijn lieflijkheid te aanschouwen. In Christus, want in Hem licht het gelaat van de Heere op. Opvallend dat in ‘mijn’ belijdenistekst precies drie keer de Naam Heere valt, de God van het Verbond: Vader, Zoon en Heilige Geest, in Wie ik gedoopt ben.
Ds. C.H. Hogendoorn is sinds 2009 lid van de redactie.
‘Een hemels uitroepteken’
Zonder twijfel is de tekst die ik op Pinksteren 1996 meekreeg een vers met diepe inhoud: ‘Want de Heere geeft wijsheid; uit Zijn mond komt kennis en verstand.’ (Spr.2:6) Toch dacht ik destijds dat de keus vooral illustreerde hoe de predikant mij zag: het meisje uit de groep dat in Leiden studeerde. Een predikant doet zijn best een bij de catechisant passende tekst te vinden. Dat in mijn geval allereerst ‘kennis en verstand’ bovenkwamen, vond ik teleurstellend. Deze woorden raakten mijn buitenkant, terwijl ik juist behoefte had aan houvast voor mijn binnenkant. Ik hoopte op een woord dat me geestelijk richting zou geven.
Een belijdenistekst kun je als een zegen ervaren. Toch ontdekte ik dat de Heere God in het leven met Hem voortdurend woorden geeft die alles met mijn leven te maken hebben. Kan het persoonlijker? Soms licht een tekst zelfs zo helder op dat deze bijna tastbaar voor je wordt. Zo’n vers komt telkens op een moment dat ik zoekend ben – een hemels uitroepteken in een tijd van tasten en vragen. Het zijn verzen die in je hart gebeiteld lijken te worden.
Tineke van der Waal is sinds 2007 lid van de redactie.
'Het oog gericht houden op Jezus'
Meer dan veertig jaar geleden inmiddels, de zondag waarop ik belijdenis deed. Als achttienjarige zat ik in een groepje van tien, waarbij zeker de helft veertigplussers waren. Dat vond ik tijdens de catechisaties jammer. De preek ging over Mattheüs 24:13: ‘Maar wie volharden zal tot het einde, die zal zalig worden.’ Waarom het draaide in de preek, dat is me bijgebleven, namelijk dat als God een opdracht (te volharden) geeft, Hij tegelijk een belofte schenkt (de zaligheid).
Die volharding kwam terug in mijn persoonlijke tekst, Hebreeën 12:1b en 2: ‘Laten wij met volharding de wedloop lopen die voor ons ligt, terwijl wij het oog gericht houden op Jezus, de Leidsman en Voleinder van het geloof...’ Mijn wijkpredikant was tegelijk m’n vader. Waarom gaf hij zijn zoon déze tekst? Ik heb het nooit gevraagd en denk nu dat hij, wat hij voor zijn eigen geloofsleven zo wezenlijk vond, wilde doorgeven: volharden, ook als je hart onrustig is; die loopbaan blijven lopen als er in de wereld en in de kerk veel beweegt en verandert, het oog op de Heere Jezus. Dat laatste vooral. Om die reden ben ik blij met deze woorden en is Hebreeën 12 ‘mijn tekst’ geworden: de Heere Jezus verhogen, Hij Die álles volbracht.
P.J. Vergunst sinds 1995 lid van de redactie en sinds 2002 hoofdredacteur.
‘God werpt ons echt alles toe’
Net twintig was ik toen ik belijdenis deed. Destijds was ik lid van de gereformeerde gemeente te Moerkapelle. Ik bewaar goede herinneringen aan de belijdeniscatechisatie bij ds. D. Rietdijk. Wat me altijd is bijgebleven, is een uitspraak van hem tijdens de laatste bijeenkomst voor de belijdenisdienst: 'Over twee weken vieren we heilig avondmaal. Ik verwacht jullie allemaal aan de tafel.'
Ik kreeg het vers uit Mattheüs 6:33 mee: ‘Maar zoekt eerst het Koninkrijk Gods en Zijn gerechtigheid, en al deze dingen zullen u toegeworpen worden.’ Deze tekst is als een rode draad door mijn leven gaan functioneren. ‘Al deze dingen’, daarmee bedoelt Jezus voedsel, kleding en onderdak. Wanneer Gods Koninkrijk actief zoeken, hoeven we ons niet zo druk te maken om de dagelijkse dingen. Zo heb ik het al die jaren in de zending in Thailand ervaren, zo ervaar ik het nog steeds. God werpt ons echt alles toe. Door Zijn genade zijn we al die jaren in Thailand en daarna nooit een rijstkorrel of broodkruimel te kort gekomen en hebben we altijd mooie daken boven ons hoofd gehad. Ik ben ds. Rietdijk nog altijd dankbaar voor zijn keuze.
Esther Visser is sinds 2016 eindredacteur.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 maart 2020
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 maart 2020
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's