De kerk moet spreken
Bijna te laat! was de titel van een brochure van dr. Jan Koopmans die in de herfst van 1940 overal in Nederland opdook. (Ds. J.A.W. Verhoeven besteedde in de nummers van 16 en 23 april van De Waarheidsvriend uitgebreide aandacht aan dr. J. Koopmans.) Het verhaal van Bijna te laat! wordt in Kontekstueel verteld door dr. Niels den Hertog. Het maartnummer van dit blad is gewijd aan de bevrijding.
Twee momenten in kerkelijk Nederland worden in Kontekstueel voor het voetlicht gehaald: de moedige brochure van Koopmans aan het begin van de oorlog en de preek van dr. K.H. Miskotte na afloop van de oorlog op 9 mei 1945 in de Nieuwe kerk te Amsterdam. Twee bijzondere momenten, twee markante theologen. Ik beperk me tot Koopmans' brochure. Daarover zegt Den Hertog het volgende.
Kontekstueel
In het najaar van 1940 begon de bezetter voorzichtig met het invoeren van anti-Joodse maatregelen. Ja, al in de zomer was de eerste stap gezet, toen Joden uitgesloten waren geworden van de luchtbeschermingsdienst, maar dat had niet zovelen geraakt. Dat werd nu anders: nadat eerst al gesteld was dat geen Joden meer in Rijksdienst aangenomen mochten worden en dat Joden die al in dienst waren geen promotie meer zouden kunnen krijgen, kregen vervolgens allen die in overheidsdienst waren de eenvoudige vraag voorgelegd of ze al dan niet Joods waren. Dus: agenten, leerkrachten, personeel op ministeries en gemeentehuizen en nog velen meer kregen een klein kaartje thuis met het verzoek te willen aangeven tot welk ras men behoorde. Het ging de geschiedenis in als de Ariërverklaring. Velen tekenden tamelijk gedachteloos. ‘Ik kan toch rustig melden dat ik niet-Joods ben?’, was dan het argument. Of: ‘Bij de volkstelling heb ik toch ook zonder mankeren mijn godsdienst genoemd?’
Wat deden de kerken? Zes protestantse kerken lieten de Rijkscommissaris weten dat zij de genomen maatregelen in strijd achtten met de christelijke barmhartigheid. Zij verzochten daarom om de voorschriften in te trekken. Seyss-Inquart had, zo schreven zij, bij zijn installatie in de Ridderzaal in Den Haag nog beloofd dat aan Nederland geen ideologie opgedrongen zou worden. Kennelijk hadden de kerken nog vertrouwen in beloften van de nazi’s, terwijl iedereen had kunnen weten hoe vanaf 1933 elke belofte door hen gebroken werd.
Koopmans was blij met deze stap van de kerken. (…) En hij was dankbaar dat aan de gemeenten bekend gemaakt was dat er een getuigenis was uitgegaan. Maar hij had ook een vraag. Want nu hadden de kerken wel aan de Rijkscommissaris laten weten wat ze vonden van de maatregelen maar voor hun eigen leden hadden ze geen advies omtrent de vraag hoe te handelen met de gevraagde Ariërverklaring.
Deze vraag stelde Koopmans expliciet in het illegale pamflet Bijna te laat! Dit was dus een vraag aan de kerken.
‘Wat is de boodschap die onze Heere u voor mij gegeven heeft? Moet ik teekenen of mag ik “uit beweegredenen van barmhartigheid en op gronden aan de Heilige Schrift ontleend” de onderteekening alleen maar weigeren?’ Nu de kerken nagelaten hadden om werkelijk leiding te geven aan het Nederlandse volk nam Koopmans die taak op zich en zijn advies was onomwonden: deze verklaring mag niemand ondertekenen. Wie christen is niet (…) maar ook wie zichzelf niet tot de kerk rekent, mág op de vraag (…) niet antwoorden. Want het was voor Koopmans geen vraag wat er met de Joden zou gaan gebeuren: ‘Zij gaan eruit – daaromtrent moeten wij ons niet de flauwste illusies maken. Zij gaan eruit en zij gaan eraan.’
Intussen hadden de bezettingsautoriteiten hun bazen in Berlijn al bericht over dit Hetzschrift en in 1942 stonden twee mannen terecht die het pamflet verspreid hadden. Ze kregen respectievelijk achttien en twaalf maanden gevangenisstraf. Tot zover iets over Bijna te laat!
Den Hertog stelt nu de ‘lastigste’ vraag: ‘wat zegt dit ons vandaag’?
Op welk punt moeten wij vandaag de stem verheffen en zeggen dat het bijna te laat is? Een lastige vraag, zei ik. Om twee redenen: kerkelijk verdubbelen van wat iedereen al vindt, lijkt me niet zo nodig. Als in Koopmans’ dagen het verzet tegen de Ariërverklaring breed geleefd had, weet ik niet of hij zijn pamflet geschreven zou hebben. Hij zei iets dat weinig klonk en waarvoor hij zelfs binnen de kerk de handen niet zomaar op elkaar kreeg. (…). Ten tweede: ik ben onder de indruk van Koopmans’ argument dat de kerk niet partij kiest, maar partij gemaakt is. Waar dat punt vergeten wordt, is het euvel der vereenzelviging weer een levensgroot gevaar.
Den Hertog bedoelt hiermee, als ik hem goed begrijp, dat als de kerk zich met een partij vereenzelvigt, zij het Woord van God bindt aan het standpunt van een partij, waarmee het profetisch getuigenis van de kerk teniet gedaan is. Dit lijkt me een belangrijk punt. Maar hoe vult Den Hertog dat in voor de wereld waarin wij leven, die heel anders is dan de wereld van Koopmans in 1940? Hij zegt dan dit: Ik stel voor dat we in de kerk nauwgezet het spreken in onze samenleving over de mens volgen. Bedoeld is: doet de mens er nog toe? Wordt hij nog gezien? Wordt de waarde van de mens niet vaak in geld uitgedrukt? Het is belangrijk om dergelijke zaken te signaleren. Toch verschuift er iets in het betoog van Den Hertog. Koopmans had het over de Joden: ze gaan eruit en zij gaan eraan. Dat gevaar was er niet alleen in 1940- 1945. Dit is eeuwenlang het grote gevaar geweest. Is dat gevaar nu ineens geweken? Is het gevaar bezworen nu we als een soort mantra herhalen: ‘nooit meer Auschwitz’? Voor we er erg in hebben zeggen we: ‘Toen, in de jaren ’30 en ’40 waren de Joden een kwetsbare groep, inmiddels zijn het de vluchtelingen en de asielzoekers. Zo heeft elke tijd zijn eigen kwetsbare minderheden.’ Is er met het Joodse volk niet meer aan de hand? Heeft de Holocaust ons niet in een afgrond laten kijken? ‘Amalek’ geeft niet op.
Dr. K.H. Miskotte Stichting
Waarvoor is het in onze tijd ‘Bijna te laat’? Wat moet er nu gezegd worden? ‘Hoor, een stem zegt roep! En een stem antwoordt: wat zou ik roepen?’ Deze tekst uit Jesaja 40 wordt aangehaald en geplaatst in onze huidige context. De kerk moet spreken, maar wat heeft de kerk in onze samenleving te melden? Mirjam Elbers, voorzitter van de Dr. K.H. Miskotte Stichting, zegt het volgende:
Zowel Koopmans als Miskotte brengen indrukwekkend onder woorden dat de ekklesia door het moorddadige, nationaalsocialistische antisemitisme zelf op het spel stond. De huiveringwekkende profetische woorden van Koopmans over Joodse medeburgers dreunen nog na: ‘Ze gaan eruit en ze gaan eraan…’ Het lijkt mij duidelijk dat zó, op die heel directe en moorddadige manier, de ekklesia vandaag de dag niet in het geding is. Sterker nog, de al te gemakkelijke vergelijking van de huidige situatie met die van Duitsland van de jaren ’30 en ’40 kan alleen maar mank gaan en doet de slachtoffers van de immense gruwelijkheden groot onrecht.
Ik kan deze woorden alleen maar onderstrepen. In de huidige discussie dreigen de grenzen te vervloeien en wordt de geschiedenis één grauwe substantie met alleen nog onbeduidende accentverschillen. Het is mij te gemakkelijk om de huidige vluchtelingencrisis als een pendant te zien van de Holocaust. De fronten liggen nu anders en minder duidelijk. Dat blijkt ook uit dit Bevrijdingsnummer van Kontekstueel. Als aan vijf prominenten de vraag gesteld wordt wat de kerk zou moeten zeggen in onze tijd, dan lopen de meningen wel erg uiteen. Er zou al heel wat gewonnen zijn als de kerk zich kan ontdoen van het ‘verdubbelen’ waar Den Hertog over sprak. Niet zeggen wat iedereen zegt, maar spreken zoals de Geest het ons leert.
P.S. In mijn vorige bijdrage schreef ik dat het lied Amazing Grace niet in de bundel Weerklank is opgenomen. Dit is onjuist. Het is lied 484 in een bewerking van H. van ’t Veld.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 april 2020
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 april 2020
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's