De HEERE geeft leven
Gods eigenschappen (5, goed)
Het Hebreeuws woordje tov heeft op een of andere manier in onze Nederlandse taal een vaste plek gekregen, met name onder jongeren. Tof is gaaf. Tof is goed.
Op de eerste bladzijde van de Bijbel komen we het woordje tov vaak tegen. We lezen telkens dat God – als een kunstenaar kijkend naar Zijn scheppingswerk – ziet dat het tov is. Hij ziet hoe goed, hoe gaaf het is wat Hij heeft gemaakt, hoe Zijn schepping beantwoordt aan Zijn idealen.
Maar goed is niet alleen wat God gemáákt heeft. De Heere Zelf is ook goed. Zo belijdt de dichter van Psalm 119 Hem tenminste wel. Hoor maar wat hij zingt: ‘U bent goed en U doet goed, leer mij Uw verordeningen.’ (Ps.119:68) In het Nieuwe Testament horen we uit de mond van Jezus dat God goed is: ‘Niemand is goed behalve Eén, namelijk God.’
(Mark.10:18) Goedheid hoort volgens Hem dus echt bij Zijn Vader. En als Hij het zegt...
Het is dus bepaald niet overdreven of te veel gezegd wanneer de Nederlandse Geloofsbelijdenis God als ‘een zeer overvloedige fontein van al het goede’ erkent en bezingt.
Goedheid en goedertierenheid
God is goed. Het is een belijdenis die we in tientallen bijbelteksten tegenkomen, met name in de psalmen. Dat is veelzeggend. Blijkbaar is Gods goedheid vooral iets om van te zingen, een bron van lofprijzing. Loof de Heere, want Hij is goed!
Eerlijk is eerlijk: hoewel de gelovige Jood niet zal ontkennen dat de Heere ook in Zichzelf goed is, is Gods goedheid nooit een ‘objectieve’ waarheid, een abstract gegeven waar je een boom over kunt opzetten. Over de Heere – en dus ook over Zijn goedheid – wordt namelijk altijd gesproken vanuit het verbond, vanuit de relatie die Hij is aangegaan met Zijn schepping, met Zijn volk. Gods goedheid is goedheid in relatie en dus geloofde realiteit en geleefde werkelijkheid.
Juist daarom heeft Gods goedheid ook alles te maken met dat andere, moeilijk te vertalen, bijbelse grondwoord: goedertierenheid (chesed). Hoe die twee zich tot elkaar verhouden? Als hart en hand. Je zou kunnen zeggen dat Gods goedheid de bron van Zijn goedertierenheid is. Daarom bidt de dichter van Psalm 25: ‘Denkt U aan mij naar Uw goedertierenheid, omwille van Uw goedheid, Heere.’ Je kunt dit vers lezen als een beroep op Gods bevrijdende, leidende, vergevende hand (goedertierenheid), vanwege Zijn liefdevolle en genadige hart (goedheid).
Goedheid is leven
God is goed, want Hij is de Levende en Hij geeft het leven. En dan is leven niet alleen maar ademen, maar leven vóór Hem en vooral ook leven met Hem, in Zijn spoor. Daarom is Zijn goedheid af te lezen in de schepping. Hij, de Schepper van hemel en aarde, is het Die zorgt voor de wisseling van de seizoenen. Hij laat de halmen rijpen, het koren groeien en zorgt dat Zijn volk kan leven. Daarom is Zijn goedheid af te lezen in de geschiedenis. Hij is Degene Die Israël heeft verlost en bevrijd, Die met hen optrekt en zo laat leven. Daarom blijkt Zijn goedheid in Zijn geboden. Die heeft Hij immers gegeven ten leven. Niet voor niets zingt Psalm 119: ‘Slechts in Uw spoor kan leven leven zijn.’ ‘De Heere is voor allen goed, Zijn barmhartigheid rust op al Zijn werken.’ (Ps.145:9) Zijn goedheid is echt te zien en te proeven. ‘Proef en zie dat de Heere goed is.’ (Ps.34:9) Kijk maar eens goed om je heen, kauw eens goed op je boterham. Je ziet leven en proeft Gods goedheid.
Als het over de goedheid van God gaat, kan het natuurlijk niet anders dan dat we ook kijken naar Jezus Christus. Over Zijn woorden en daden op aarde valt veel te zeggen. Hij ziet mensen, Hij geneest mensen, Hij corrigeert mensen. Hij sterft voor mensen, Hij staat op voor mensen. Hoe veelzijdig Zijn leven, ster‑ven en opstaan ook zijn geweest, voor al Zijn woorden en daden geldt: ze brengen leven, eeuwig leven waar de dood heerst. In Zijn leven, sterven en opstaan geeft God al Zijn goedheid. Daarom proef ik nergens méér van Gods goedheid dan in de viering van het heilig avondmaal.
Aangevochten belijdenis
Wat een hooggestemde woorden. Botsen ze niet vaak met de realiteit van het leven? Misschien vinden we het wel lastig om te belijden dat God goed is. We merken er weinig van. Ik denk aan Asaf. Hij laat zich in Psalm 73 eerlijk in zijn hart kijken en vertelt van een tijd dat ook hij nauwelijks kon geloven dat God goed was voor Israël. Dat had alles te maken met persoonlijke omstandigheden, met zijn leven van dat moment. Elke dag was er bestraffing. Alles brak hem bij de handen af. En dan geloven en belijden dat God goed is? Dat lukt niet zomaar. Heel herkenbaar. De belijdenis van Gods goedheid wordt doorgaans door het leven meer aangevochten dan ondersteund.
Hoe is het bij hem toch weer anders geworden? Je kunt beter vragen ‘waar’ het bij hem anders geworden is: in het heiligdom. Hij ontdekt Gods goedheid weer waar hij zelf ont‑dekt wordt. Hij ontdekt Gods goedheid weer in de ontmoeting met de Levende. Van Hem ontvangt hij moed, uitzicht, leven.
Dat is ook een les voor ons. Gods goedheid laat zich niet zonder meer aflezen aan de omstandigheden waarin wij doorgaans verkeren. Gods goedheid is vaak verborgen in de schijn van het tegendeel. Maar daar waar ik hoor van Jezus Christus, proef ik toch Gods goedertierenheid, Gods goedheid. In Zijn sterven proef ik namelijk leven.
De bekende woorden van Gezang 223 (zie kader) bezingen de goedertierenheid, de goedheid van God. Goedheid die te groot is voor het geluk.
Goedheid die door heel het leven heen gaat.
Goedheid die juist tot leven komt in en door het sterven van Jezus Christus.
God leren kennen
In deze serie buigen we ons over het geloof in de levende God. We belichten negen eigenschappen van Hem. Hij is:
1. Eeuwig
2. Almachtig, alwetend, onveranderlijk
3. Heilig
4. Liefde
5. Goed
6. Rechtvaardig
7. Barmhartig
8. Geduldig
9. Trouw
U bent goed en U doet goed.
Psalm 119:68a
De aarde is vervuld
1 De aarde is vervuld van goedertierenheid, van goddelijk geduld en goddelijk beleid.
2 Gods goedheid is te groot voor het geluk alleen, zij gaat in alle nood door heel het leven heen.
3 Zij daalt als vruchtbaar zaad tot in de groeve af omdat zij niet verlaat wie toeven in het graf.
4 Omdat zij niet vergeet wie godverlaten zijn: de wereld hemelsbreed zal goede aarde zijn.
5 De sterren hemelhoog zijn door dit zaad bereid als dienaars tot de oogst der goedertierenheid.
6 Het zaad der goedheid Gods, het hoge woord, de Heer, valt in de voor des doods, valt in de aarde neer.
7 Al gij die God bemint en op zijn goedheid wacht, de oogst ruist in de wind als psalmen in de nacht.
Gezang 223,
Liedboek voor de Kerken
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 augustus 2020
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 augustus 2020
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's