De weg naar binnen
In de Psalmen zijn mensen in gesprek met zichzelf, met de medemens en met God
Er is geen bijbelboek waarin de ziel zo nadrukkelijk aanwezig is als in de Psalmen. Dat is niet verwonderlijk als je bedenkt dat de ziel alles omvat van het innerlijke leven – van zichzelf, voor de ander en vooral met God. Wat is de plaats van de ziel in de Psalmen en wat kunnen we daarvan leren?
In de filosofische en psychologische bezinning op de vraag wat de ziel is, zien we verschillende antwoorden en daardoor een groeiende onduidelijkheid. Is het innerlijke leven van een mens terug te brengen tot louter een neurologisch proces of is de mens meer dan zijn brein? Is ons bewustzijn slechts verbeelding of is het een mysterieuze dimensie van het mens-zijn? Waarom kunnen we wel allerlei ervaringen van de ziel in kaart brengen, maar nauwelijks onder woorden krijgen wat de ziel ís?
Verlegenheid
We zien in onze cultuur een brede belangstelling voor het innerlijke leven. In boekwinkels zijn veel boeken en tijdschriften te vinden over psychische en spirituele zelfhulp. Door velen wordt een beroep gedaan op psychologen en coaches. We zien een verlegenheid ten aanzien van het omgaan met de ziel, het inwendige leven. Er is medisch veel mogelijk, technisch is zoveel bereikt en door social media zijn we verbonden aan platforms die beloven dat ze ons leven zullen veraangenamen. Maar we weten niet meer hoe we moeten omgaan met onze ziel. We leven zo intens ‘naar buiten’ dat we de weg ‘naar binnen’ niet meer kennen.
Aards en goddelijk
Wat is de ziel volgens de Bijbel? De blauwdruk van de mens vinden we in Genesis 2:7: ‘Toen vormde de Heere God de mens uit het stof van de aardbodem en blies de levensadem in zijn neusgaten; zo werd de mens tot een levende ziel’ (HSV: wezen). Wij zijn geformeerd (als een kunstwerk van een pottenbakker) uit de aarde en daarmee lichamelijk aan het aardse verbonden. De Heere blaast de levensadem (nismat chajjim) in de mens en daarmee heeft hij een levensverbinding met God door Zijn adem. Zo wordt de mens tot een levende ziel (nefesh), waarmee benadrukt wordt dat de mens een eenheid is van het aardse lichaam en de goddelijke levensadem.
Het onderscheid ligt daarin dat het lichaam meer de uiterlijke zijde en de ziel de innerlijke zijde van het menselijk leven vertegenwoordigt.
Vooral in de Psalmen wordt veel gesproken over de ziel. De psalmisten verbinden de ziel met diverse menselijke emoties in allerlei ervaringen van het leven. De ziel blijkt ‘communicatief ingesteld’ te zijn. De ziel is namelijk in gesprek met zichzelf, met de medemens en met God.
De ziel in relatie tot zichzelf
De mens is een zelfbewust wezen, hij is in gesprek met zichzelf. Dat gebeurt in de ziel. In de Psalmen zien we daar voorbeelden van. Denk aan de ziel die geschokt is (6:4), tot rust komt (25:13), verzwakt is (31:10), zich uitgiet (42:5), zich aanpakt (43:5), zichzelf gelukkig prijst (49:19), zichzelf het zwijgen oplegt (62:2,6), verzadigd is van het goede (63:6), die vast (69:11), die niet getroost wil worden (77:3), verzadigd is van ellende (88:4), overprikkeld is (94:19), tot rust komt (116:7), zich kwetsbaar weet (119:25), moe getreiterd is (123:4), zichzelf tot nederigheid maant (131:2), besef heeft van inzicht (139:14).
In relatie tot de ander
De ziel staat ook in relatie tot de ander. In de Psalmen is die ander meestal een vijand van de ziel. Zij vallen mijn ziel aan als een leeuw (7:3) en vervolgen die tot de dood (7:6), ze spreken tot mijn ziel vijandige woorden (11:1), ze willen mijn ziel vermoorden (31:14), graven een graf voor mijn ziel (35: 7), mijn ziel is tussen leeuwen (57:5), ze loeren op mijn ziel (71:10), ze vergaderen tegen mijn ziel (94:21) en spreken kwaad tegen mijn ziel (109:20).
We zien dat de ziel, in relatie tot de ander, zich vooral bedreigd en kwetsbaar voelt. Het kan ook anders, zoals de mensen die mijn ziel ondersteunen (54:6).
In relatie tot God
De communicatie van de ziel blijkt in de Psalmen zich vooral te richten op God. In de relatie tussen God en de ziel blijkt Hij de Redder van de ziel te zijn (6:5), verlaat God de ziel zelfs in het graf niet (16:10), bekeert de ziel zich tot Hem (19:8), verkwikt Hij de ziel (23:3), heft de ziel zich op tot Hem (25:1), maakt Hij de ziel levend (30:4), kent Hij de benauwdheden van de ziel (31:8), verwacht de ziel Hem (33:20), verlost Hij de ziel (34:23), spreekt Hij tot de ziel van heil (35:3), verlangt de ziel naar Zijn genezing en verge-ving (41:5), schreeuwt de ziel tot Hem (42:2), dorst de ziel tot Hem (42:3), hoopt de ziel op Hem (42:6), ondersteunt Hij de ziel (54:6), is de ziel stil voor Hem (62:2), klampt de ziel zich vast aan Hem (63:9), zingt de ziel vrolijk voor Hem (71:23), beschermt Hij de kwetsbare ziel (74:19), bewaart Hij de ziel (86:2), verblijdt Hij de ziel (86:4), vertroost Hij de ziel (94:19), wacht de ziel op Hem (130:6) en versterkt Hij de ziel (138:3).
Christus en de Psalmen
Jezus Christus is de Zoon van God, Die waarachtig mens is geworden. Heel het mens-zijn ‘naar buiten’ en ‘naar binnen’ heeft Hij gedragen en beleefd. Hij kent dus ook het innerlijke leven van de ziel. Juist Hij leefde bij de Psalmen. Die heeft Hij ook vervuld (Luk.24:44). Zo gaf Hij Zijn doorleefde ziel (in Zichzelf, met de ander en voor Zijn Vader) als een losprijs voor velen (Mark.10:45).
Alles van de hoogten en diepten van ons zielenleven ging met Hem mee aan het kruis, door het graf, naar de hemel tot aan ’s Vaders rechterhand. Het doel daarvan is om alles van onze ziel (samen met ons lichaam) te verzoenen en te verheerlijken. Hij is en geeft wat wij nodig hebben, om weer een levende ziel te worden.
Verwaarloosd terrein
In onze tijd weten velen niet meer hoe je de weg naar binnen gaat. De ziel is een verwaarloosd terrein. Dat verklaart veel van het brede onvermogen om voor het eigen psychische welzijn te zorgen, van de groeiende maatschappelijke polarisatie en van de voortgaande secularisatie. Ook in de kerk ontbreekt vaak inzicht in het innerlijke leven. En dat terwijl we op dit gebied zo’n rijke traditie en erfenis hebben gekregen. Dat heeft ook in de christelijke gemeente gevolgen voor de relaties met God, met de naaste en met onszelf. Daarom is het de opdracht van de kerk om in deze tijd en cultuur mensen van de ziel te zijn, mensen die de weg naar binnen kennen. Daarvoor heeft Christus de levendmakende Geest verworven en uitgestort. Door het geloof mogen wij hernieuwde levende zielen worden. Onze Zaligmaker kent de behoeften van onze ziel en Zijn Heilige Geest wijst ons de weg in onze ziel. Zijn verzoenend werk herstelt de relaties met God, met de ander en met onszelf.
Daarbij kunnen de Psalmen gelezen worden als routekaarten van de ziel. We zijn geroepen om biddend met de Psalmen de weg naar binnen in de ziel te gaan. De kerk van Jezus Christus bloeit als mensen weten wat er in de ziel omgaat en wat de ziel nodig heeft.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 november 2023
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 november 2023
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's