De voorjaarscatalogus
Een klein feestje in de donkere wintermaanden is de verschijning van de nieuwe voorjaarscatalogus 2024. Bijzonder geschikt voor het halfuurtje lummelen in de koffiepauze. We noteren na een eerste kopje koffie een handvol observaties.
Geestelijke ‘doe-boeken’
1. Buitengewoon verblijdend is het grote aantal nieuwe uitgaven. Daar is onder ons kennelijk markt voor, alle sombere berichten over toenemende ontlezing ten spijt. Het ontbreekt auteurs niet aan moed, doorzettingsvermogen om het dikwijls taaie schrijfproces tot een goed einde te brengen. We verheugen ons. 2. Opmerkelijk is dat er veel jonge schrijvers, vooral ook schrijfsters zijn. Wat het laatste betreft: er lijkt een opmars te zijn van jonge vrouwen, vaak moeders, die – zo heet het – met liefde delen wat henzelf al dan niet met vallen en opstaan duidelijk geworden is én waar een ander ongetwijfeld mee geholpen is. Het gaat dan om het geven van de praktische tools in verband met moeiten en vragen over de opvoeding, het leven met God, het huwelijk, de gemeente, enzovoorts.
3. Wanneer ik mij niet vergis, vindt er een shift plaats naar publicaties die gaan over wat ik maar gemakshalve leven met jezelf, elkaar en God noem. Niet noodzakelijkerwijs in deze volgorde. Vroeger noemde men dat de praktijk der godzaligheid, al ben ik er niet helemaal zeker van of we dit label onbekommerd op deze uitgaven kunnen plakken. Hoe dan ook: de meer dogmatische uitgaven doen het waarschijnlijk toch wat minder, terwijl de geestelijke ‘doe-boeken’ gretig(er) aftrek vinden.
Onvolwassen
4. De punten 1 tot 3 roepen de volgende vraag op: Vinden wij het moeilijk(er) om het leven gestalte te geven in gezin, ons huwelijk, de gemeente of op ons werk? Het aanbod in de catalogus lijkt dit wel te suggereren. Houdt dit soms verband met de toenemende vraag naar de zogenaamde praktische prediking, liefst met een aantal concrete handvatten voor het leven van elke dag? Dat laatste hoeven we niet meteen negatief te duiden – het geeft er blijk van dat we begrepen hebben dat het volgen van de Heere Jezus handen en voeten dient te krijgen.
Waar de kleine aarzeling zit, is de kriebel in je hart wanneer je nog eens terugbladert in de catalogus. Zijn we geestelijk gezien zo onvolwassen dat we zo’n beetje overal bij de hand genomen moeten worden? Moet alles worden voorgekauwd? In het gewone leven zijn we doorgaans bijdehand of assertief ge-noeg, presteren we van alles. We houden zomaar een pitch en we formuleren uiteraard smart.
Daar tegenover... lijkt het soms alsof we een soort van onthand zijn geworden wanneer het over het concrete leven met God gaat. Op de catechisatie leren we dat God in de tijd van het Oude Testament het volk Israël aan de hand van heel concrete beelden en voorschriften wilde opvoeden. Het beeld van opvoeding gebruikt Calvijn ook in dit verband. Dat veronderstelt dat het Nieuwe Testament eerder denkt in termen van geestelijke volwassenheid. Wat inderdaad het geval is, al zijn daar ook voorbeelden van ‘grote’ mensen die zich als kinderen gedragen (Hebr.5:11-6:3). Het heeft er de schijn van dat we in de gemeente dol zijn geworden op de zogenaamde werk- en doe-boeken.
Met passie
5. De laatste opmerking mag met een kleine glimlach worden gelezen. Feit is dat bij het ‘in de markt zetten’ van een nieuwe uitgave de auteur er meer toe doet. Die suggestie wekt de introductie tenminste. Hier is een jonge moeder met passie voor opvoeding, een pagina later hebben we een auteur met passie voor mensen, onderwijs of wat dan ook. Met passie voor – dát blijft even hangen.
We hebben tegenwoordig een brillenzaak met passie voor brillen. Of een bakker met passie voor brood. Waar komt dat ‘met passie voor’ toch ineens vandaan? Je bent tegenwoordig een ezel als je je werk niet met passie doet. Er is sinds jaren een beweging met een passie voor preken – en daar gaat hopelijk een stimulerende werking vanuit naar voorgangers wiens passie voor preken zomaar kan wegebben. Maar passie alleen is niet genoeg. Het is een te wankele basis, want er ligt te veel focus op de persoon. Vanuit het Nieuwe Testament kennen we het verschijnsel van de zogenaamde pseudepigrafie, ofwel: in de Antieke Wereld werden veel geschriften anoniem gepubliceerd. Het ging om de boodschap, niet om de boodschapper. Filosoof Hans Kennepohl, auteur van We zijn nog nooit zo romantisch geweest, stelt dat we meer dan we in de gaten (willen) hebben, zijn beïnvloed door de idealen van de Romantiek: jezelf zijn, authenticiteit als de hoogste waarde. Misschien zijn we als refo’s – naar de boektitel van zijn werk – nog nooit zo romantisch geweest.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 januari 2024
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 januari 2024
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's