Boekbesprekingen
Gerrit van Dijk en Martijn van Leerdam Krimp. Waarom de kerk naar de haaien gaat maar wij toch hoopvol zijn. KokBoekencentrum Uitgevers, Utrecht; 160 blz.; € 16,99.
Lange tijd lag er in de Protestantse Kerk een soort taboe op het woord ‘krimp’. Vanaf het ontstaan van de Protestantse Kerk in 2004 was er jaar na jaar sprake van krimp, geheel in lijn trouwens met de krimp die de drie fusiekerken daarvoor al decennialang vertoonden. Maar wie over krimp sprak, kreeg al gauw te horen dat hij aan het somberen was en niets was erger dan dat. Het is de verdienste van de schrijvers van dit boek dat ze dit taboe doorbreken. Beide schrijvers zijn al jarenlang predikant in de Protestantse Kerk. Tussen 2010 en 2017 waren ze beiden verbonden aan de protestantse gemeente Maassluis. Hun ervaringen en gesprekken uit die tijd vormden de aanleiding tot het schrijven van dit boek, een eerlijk verhaal over terugloop, pijn en verdriet, pogingen om te redden wat er te redden viel en teleurstelling dat het toch allemaal niet leek te helpen. Het is een heel persoonlijk boek dus.
De schrijvers gingen tot publicatie over, omdat ze ervan overtuigd waren dat hun ervaringen min of meer exemplarisch zijn voor wat in grote delen van de kerk aan de hand is. Ze willen helpen de situatie eerlijk te benoemen, valse verwachtingen ontmaskeren, ruimte scheppen voor rouwverwerking en tegelijk bewaren voor alleen maar pessimisme. Niet voor niets staat in de ondertitel dat ze toch hoopvol zijn. De laatste zinnen van het boek luiden: ‘De krimp van de kerk is nog niet voorbij, en dat is een crisis van formaat. Maar de hoop geven we niet op. En we hopen van harte dat een sprankje van die hoop op de lezer overgeslagen is bij het lezen van dit boek.’
Ik moet eerlijk zeggen dat ik de schrijvers wat dit laatste betreft dan moet teleurstellen. Ik heb er weinig sprankjes hoop aan overgehouden. Wat ik goed vind aan dit boek, is dat het zo eerlijk is. En wat ik hoopvol vind, is dat er blijkbaar nog steeds voorgangers zijn die ondanks alle krimp weigeren het bijltje erbij neer te gooien. Zij zeggen over de op veel plaatsen zeer vergrijsde kerk bijvoorbeeld: ‘Zelfs het begraven van de doden is een belangrijke en dankbare taak, waar niet op moet worden neergezien.’ (p.157) Hulde aan zulke toegewijde collega’s en ook aan de trouwe gemeenteleden die niet ophouden hun gemeente lief te hebben, ook al zouden zij de laatsten zijn die het licht uit doen.
Maar dan, als het licht uitgaat? Is een herleving mogelijk? Kunnen we naar onze kerk kijken zoals eens Jezus keek naar het dochtertje van Jaïrus: ‘Zij is niet gestorven, maar zij slaapt.’? (Luk.8:52) Daar is geloof voor nodig, zoals dat beleden wordt in de Nederlandse Geloofsbelijdenis art. 27, dat de kerk geheel en al op de levende Christus is aangewezen, Die een kerk uit het niet tevoorschijn roept ‘omdat Hij een eeuwig Koning is, die niet zonder onderdanen kan zijn’. Deze grondnoties van het belijden over de kerk komen in dit boek nauwelijks naar voren. Sowieso is er van echte theologische doordenking geen sprake in dit boek. Daarom is wat over ‘hoop’ verteld wordt, voor mij heel vaag gebleven.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 juli 2024
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 juli 2024
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's