De pracht van Gods volk
Zie, ik kreeg opdracht om te zegenen: als Hij zegent, kan ik het niet keren. Hij aanschouwt geen onrecht in Jakob; ook ziet Hij geen kwaad in Israël aan. De Heere, zijn God, is met hem, en de jubelklank van de Koning is bij hem. Numeri 23:20-21In plaats van een vloek spreekt Bileam zegeningen over Israël uit. Hij kán niet anders, want de Heere heeft Zich met Zijn zegen onopgeefbaar aan Israël verbonden. Wie gelooft in Immanuel deelt ook in deze zegen.
Bileam spreekt zegeningen uit, waarin duidelijk wordt dat Israël uniek is onder alle volken. In het tweede blok zegeningen zegt Bileam dat men in Israël geen spoor van onrecht vindt en kwaad wordt Israël niet aangerekend. Dat is geen verdienste van het volk zelf, maar vloeit voort uit Gods verkiezende liefde en genade: ‘De Heere, zijn God, is met hem.’
Onmacht
Bileam was gehaald om Israël te vervloeken, maar spreekt juist goede en prachtige woorden over Israël uit. Hij doet dat zelfs tot drie keer toe. Dit is totaal iets anders dan wat koning Balak van Moab wilde horen. Daarom roept hij verbolgen uit: ‘Wat doet u mij nu aan?’ (Num.23:11) In zijn reactie belijdt Bileam zijn eigen beperking en zijn afhankelijkheid. Ook Bileam is onmachtig tegenover de woorden van de Heere: ‘Als Hij zegent, kan ik het niet keren.’ (vs.20) Balak had in zijn heidense dwaasheid veel macht aan het spreken van Bileam toegedicht. ‘Want ik weet: wie u zegent, is gezegend, en wie u vervloekt, is vervloekt.’ (22:6b) Wat wordt ook in onze tijd in maatschappij en kerk aan mensenwoorden soms enorm veel kracht toegekend, terwijl tegelijk de waarde van het spreken van de Heere Zelf wordt onderschat.
Bij koning Balak blijkt er wel degelijk een besef van de waarde van Gods zegen. Boos spreekt hij tot Bileam: ‘Als u het volk beslist niet wilt vervloeken, zegen het dan in ieder geval ook niet!’ (23:25) De vervloekingen over het volk Israël hadden een scheiding moeten brengen tussen het volk Israël en de Heere. Als de Heere Zijn volk zou verlaten, zou Balak wel tegen hen durven te strijden. Maar in plaats van afstand klinkt juist de bevestiging van Gods blijvende verbondenheid: ‘De Heere, zijn God, is met hem.’
Na drie zegenspreuken over Israël volgt ten slotte een oordeel over Moab en de volken. Niet het volk Israël, maar Moab zal zélf verbrijzeld worden (24:17). Daarbij profeteert Bileam ook over een toekomstig aards koningschap: ‘Er zal een ster uit Jakob voortkomen, er zal een scepter uit Israël opkomen.’ (24:17b) Deze woorden krijgen in het koningschap van David vervulling. Daarachter en daarbovenuit zijn dit adventswoorden over Christus als komende Koning.
Uniek kenmerk
De verbondenheid van de Heere met Zijn volk maakt Israël uniek. ‘Zie, dat volk woont afgezonderd, onder de heidenvolken rekent het zich niet.’ (23:9) Het unieke kenmerk is dat de Heere Koning in Israël is. Het wonder van Gods koningschap bezingt Israël in heel wat psalmen en ook hier wordt de lof genoemd: ‘de jubelklank van de Koning is bij hem.’
Dit koningschap van de Heere geeft Israël bijzondere kenmerken: ‘Hij aanschouwt geen onrecht in Jakob; ook ziet Hij geen kwaad in Israël aan.’ Dit betekent niet dat Israël in zichzelf een vroom, foutloos en heilig volk was. Dat was het niet en dat is het ook in onze tijd niet. Wat wordt bedoeld, is dat door het koningschap en de blijvende aanwezigheid van de Heere de aanblik van Israël geheiligd is. Wie naar Israël kijkt, ziet de Heere in Zijn hart. Hij waakt over Zijn volk en zal dat blijven doen, ook nu Israël in oorlog is. Wij doorzien niet hoe, maar geloven het wel.
Immanuel
Als christelijke gemeente zien we dat het wonder van de aanwezigheid van God bij Zijn volk in de Heere Jezus Christus, Immanuel, is verdiept en verbreed. Ook heidenen kunnen nu delen in het heil van de God van Israël. Door bekering en geloof in Christus vallen we onder een nieuwe werkelijkheid en heerschappij. Zoals God bij Israël is, beloofde Christus Zijn gemeente: ‘En zie, Ik ben met u al de dagen, tot de voleinding van de wereld.’ (Matt.28:20) De gave van de Heilige Geest maakt dit waar.
En zoals voor Israël geldt, geldt ook voor ons: ons leven zal er dan anders uitzien, als ‘een gemeente zonder smet of rimpel of iets dergelijks’ (Ef.5:27). In Christus is God met ons. Ons gebed is dat ook Israël spoedig de Heere Jezus Christus als Messias zal belijden. Door de Heere zijn wij onopgeefbaar verbonden met Israël. Met Israël zingen wij mee (Ps.96:4b, ber.):
Geef dan, o allerlei geslacht,
de roem van heerlijkheid en kracht
aan Isrels grote God en Koning.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 oktober 2024
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 oktober 2024
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's