Hitlers afrekening
Een eeuw na ‘Mein Kampf’ blijft de vraag of negeren beter is dan begrijpen
Honderd jaar na de verschijning van Mein Kampf blijft het boek een ongemakkelijke en beladen tekst. Moeten we het boek negeren en vergeten, of is er iets te leren van deze zeer donkere bladzijde uit de geschiedenis?
Adolf Hitler schrijft dit eerste deel in de gevangenis. Hij belandt op deze plek na zijn arrestatie na de zogenaamde Bierkellerstaatsgreep in de nacht van 8 op 9 november 1923 in München. Hitler probeert er, samen met enkele medestanders, de macht te grijpen, met de bedoeling om vanuit München de regering in Berlijn omver te werpen. Hij krijgt vijf jaar gevangenisstraf, maar is na een jaar weer vrij man.
In 1927 verschijnt het tweede deel van zijn boek. Tot aan 1945 worden er ruim 12 miljoen exemplaren van gedrukt. Wat kunnen wij leren van een man die de wereld in een nachtmerrie veranderde, die het Duitse volk gehersenspoeld heeft en genocide op zijn geweten heeft?
Onderschat boek
De Duitse hoogleraar politieke theorie Barbara Zehnpfennig meent dat Mein Kampf een onderschat boek is. Ze noemt het ‘onbegrijpelijk’ dat het nog steeds een wijdverbreide opvatting is dat het niet de moeite waard is om zich met Hitlers boek bezig te houden. ‘Toegegeven, de stijl is slecht, Hitlers haatzaaiende tirades zijn weerzinwekkend en met bijna 800 pagina’s is het boek een ware beproeving voor de lezer. Echter, het steeds weer geuite vooroordeel dat Mein Kampf verward, vol herhalingen en inhoudelijk banaal is, klopt gewoonweg niet. Hitlers gedachten zijn juist zeer consequent en de onbevooroordeelde lezer krijgt een fascinerend inzicht in het innerlijke leven van een fanatiek denkend mens’.
Aanhangers van Hitler waren bepaald niet kritiekloos, schrijft de Duitse hoogleraar Albrecht Koschorke in zijn boek On Hitler’s Mein Kampf. Jonge planningsexperts in de nationaalsocialistische staat namen volgens hem een afstandelijke, neerbuigende houding ten opzichte van Hitler aan. Ze zouden hem weliswaar als massaal agitator en organisator hebben gewaardeerd, maar als politiek denker schatten ze hem niet hoog in.
Afrekening
Het eerste deel van Mein Kampf heeft als ondertitel: Eine Abrechnung (Een afrekening). Het woord afrekening slaat vooral op de afloop van de Eerste Wereldoorlog met het voor Duitsland zeer nadelige en vernederende Verdrag van Versailles. Maar Hitler wil ook afrekenen met marxisten en socialisten, die het nationalisme ondermijnen, en met de Joden. Hoewel in bedekte termen, maakt Hitler duidelijk dat ook de kerken zijn doelwit zijn. De kerken staan hem in de weg: zij nemen het op voor de zwakken – of zouden dat in ieder geval moeten doen. De kerk vormt een geloofsgemeenschap die over alle grenzen heen mensen met elkaar verbindt. Er is één God en daarom één kerk. Hitler erkent alleen de volksgemeenschap op basis van het ras. Scherper kan de tegenstelling niet zijn.
Hij [de volksstaat/volksregering] moet het ras in het middelpunt van het algemene leven plaatsen. Hij moet zorgen voor het behoud van de zuiverheid ervan. Hij moet het kind uitroepen tot het kostbaarste bezit van een volk. Hij moet ervoor zorgen dat alleen wie gezond is kinderen verwekt; dat er maar één schande bestaat: ondanks eigen ziekte en eigen tekortkomingen toch kinderen op de wereld te zetten (…). Omgekeerd moet het echter als verwerpelijk worden beschouwd: gezonde kinderen aan de natie te onthouden. De staat moet hierbij optreden als bewaker van een duizendjarige toekomst, waarvoor de wensen en het egoïsme van het individu als nietsbetekenend moeten buigen. Hij moet de modernste medische hulpmiddelen in dienst stellen van deze kennis. Hij moet alles wat op enigerlei wijze ziek en erfelijk belast is en daarmee een verdere belasting vormt, onvruchtbaar verklaren en dit ook in de praktijk doorvoeren. (…)
Gezondheidsideologie
Wie lichamelijk en geestelijk niet gezond en waardig is, mag zijn leed niet in het lichaam van zijn kind vereeuwigen. De volksstaat heeft hier het meest enorme opvoedingswerk te verrichten. Ooit zal dit als een gro-tere daad beschouwd worden dan de meest zegevierende oorlogen van onze huidige burgerlijke tijd. Door opvoeding moet hij het individu leren dat het geen schande is, maar alleen een betreurenswaardig ongeluk om ziek en zwak te zijn, maar dat het een misdaad en dus tegelijkertijd een schande is om dit ongeluk te onteren door eigen egoïsme, door het weer op te leggen aan onschuldige wezens; dat het daarentegen van een zeer bewonderenswaardigste menselijkheid getuigt, wanneer de onschuldige zieke, door af te zien van een eigen kind, zijn liefde en tederheid schenkt aan een onbekende arme, jonge telg van zijn volk, die in zijn gezondheid belooft ooit een krachtig lid van een krachtige gemeenschap te worden. En de staat moet in dit opvoedingswerk de puur geestelijke aanvulling van zijn praktische activiteiten leveren. Hij moet, zonder rekening te houden met begrip of onbegrip, goedkeuring of afkeuring, in deze zin handelen.
Bovenstaande zinnen lezen we honderd jaar later met gemengde gevoelens. Want de gezondheidsideologie – die het nazisme ook was – is onder een ander gesternte teruggekeerd. Wie een kind krijgt met het syndroom van Down heeft iets uit te leggen.
Dat is maar één voorbeeld. Er zou meer te noemen zijn. ‘Toen was er overheidsdwang, nu is er keuzevrijheid’, zal iemand ter verdediging zeggen. Maar zo simpel is het niet. Er zijn helaas vele vormen van dwang. Dat is zeer verontrustend. Dat maakt het lezen van Hitlers boek tot een ongemakkelijke bezigheid.
Joden
Ook over de Joden had Hitler een duidelijk standpunt. Ze zijn gevaarlijk, maar helaas moeilijk te bestrijden. Barbara Zehnpfennig noemt hiervoor drie redenen. De eerste is dat de Joden niet gemakkelijk als politieke tegenstander zijn te bestrijden; ze hebben zich niet in één politieke partij verenigd en zijn of socialist of communist of liberaal. Deze verspreiding maakt hen min of meer ongrijpbaar. In de tweede plaats kunnen ze niet als volk bestreden worden, omdat ze geen territoriale staat hebben en deels volledig in hun ‘gastvolkeren’ opgaan. In de derde plaats kunnen ze ook niet als religieuze gemeenschap worden bestreden, omdat velen van hen zich hebben laten dopen. Alleen het bestrijden van Joden als ras geeft kans hen te pakken te krijgen.
Na de oorlog wordt in de westerse landen antisemitisme scherp veroordeeld. Maar in feite is Jodenhaat niet minder geworden en werd de bestrijding van Joden gemakkelijker. Joden zijn nu wel territoriaal georganiseerd, namelijk in de staat Israël.
Er is geen ingewikkeld systeem meer nodig om de Joden op het spoor te komen. Dus is het ook veel gemakkelijker om de strijd aan te gaan. Bijna on - afgebroken wordt sinds 1948 die strijd gevoerd. Bovendien steekt het antisemitisme overal weer de kop op. Ook dit maakt het ongemakkelijk om Mein Kampf te lezen.
Nationalisme
Er is nog een derde vorm van ongemak: het nationalisme. Deutschland über alles – we weten wat dat gebracht heeft. Toch is het van belang te beseffen dat Hitler heel goed wist wat een multi-etnische en multiculturele staat inhield. Hij groeide op in de Oostenrijks-Hongaarse Dubbelmonarchie, een rijk waarin talloze etnische groepen met evenzoveel talen leefden. Volgens Zehnpfennig dreigde de onderlinge strijd tussen die nationaliteiten het rijk uiteen te scheuren.
Hoewel het nationalisme vandaag als een groot gevaar geldt, was het na de Tweede Wereldoorlog springlevend. Veel landen ontworstelden zich aan het kolonialisme. Het Britse rijk viel uiteen. In Nederland klonk achteraf kritiek dat er te weinig oog was voor het Indonesische nationalisme. Wat in de ene context als een groot kwaad geldt, kan in een andere context als een fundamenteel recht worden beschouwd. Dat is nogal ingewikkeld. De pendel slingert voortdurend heen en weer. Of het nu de ene of de andere kant opgaat: vaak doemen dezelfde problemen op.
Dat betekent niet dat het ons onverschillig moet laten of we onder een dictatuur of in een democratie leven. Dat verschil is enorm. Maar tegelijk moeten we ons bewust blijven van geestelijke machten die in elke tijd werkzaam zijn. Machten die ons beïnvloeden, meesleuren zelfs, tenzij we nuchter zijn en waken in het gebed.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 juli 2025
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 juli 2025
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's