Licht in de duisternis
Dichter Nicolaas Beets brengt diepe beleving van Gods nabijheid onder woorden
‘Licht’ is een veel voorkomend woord in het Oude en het Nieuwe Testament, ook in kerstliederen. Vaak vormt het een tegenstelling met ‘duisternis’. Onder meer in het kerstlied ‘Daar is uit ’s werelds duist're wolken, een Licht der lichten opgegaan’.
Licht der lichten’ doet direct denken aan de Bijbel, waar we dit type formulering dikwijls tegenkomen, bijvoorbeeld in ‘Heer der heren’ en ‘Koning der koningen’. De grammatica noemt deze constructie daarom wel Hebreeuwse genitief (= tweede naamval). Deze drukt in het Hebreeuws de overtreffende trap uit.
Nicolaas Beets
Het kerstlied is van de predikant-dichter Nicolaas Beets (1814-1903). Zijn blijvende roem als literator berust overigens niet op zijn gedichten of liederen, maar primair op één boek dat hem blijvend beroemd maakte: de bundel prozaschetsen Camera Obscura uit 1839, die hij grotendeels schreef aan het eind van zijn studententijd.
Te midden van zijn poëzie treffen we ook een reeks van vier gedichten aan die wordt aangeduid met ‘Psalm’. Zo ook het zojuist genoemde kerstlied, dat Beets ‘Kerstpsalm’ noemde. Juist dit lied is tot op heden bekend gebleven, in elk geval de beginregels ervan.
Beets – predikant in Heemstede en Utrecht en vervolgens hoogleraar – past in de rij van predikantdichters die de eeuwen door naast hun specifieke ambtswerkzaamheden ook poëzie schreven. In de negentiende eeuw waren dit behalve Beets onder meer Lodewijk ten Kate en Bernard ter Haar.
Verschuiving
Beets’ liederen kregen een royale plaats in diverse zangbundels, maar de afgelopen eeuw vond een ingrijpende verschuiving plaats: zijn liederen verdwenen langzaam maar zeker naar de achtergrond. Verhelderend is een vergelijking tussen de volgende drie officiële psalm- en gezangenbundels: Psalmen en gezangen voor de eredienst uit 1938, het Liedboek voor de Kerken (1973) en het Liedboek. Zingen en bidden in huis en kerk (2013). Ze illustreren overduidelijk een dalende tendens: in de bundel van 1938 staan zes liederen van Beets, in die van 1973 nog maar drie en in die van 2013 slechts één. En dat ene lied dat – gedeeltelijk – standhield, is: ‘Daar is uit ’s werelds duist're wolken’.
Bij Ten Kate en Ter Haar constateren we hetzelfde. Ook van hen bleef slechts één lied gehandhaafd: van Ten Kate alleen het bekende ‘De Heer is mijn herder’.
Veranderde, hogere dichterlijke eisen en voorkeur voor eigentijds taalgebruik hebben bij deze ontwikkeling ongetwijfeld een rol gespeeld.
Christus: Licht der lichten
In de oorspronkelijke versie telt ‘Daar is uit ’s werelds duist're wolken’ acht coupletten. Maar ook op dit punt wordt de slijtage zichtbaar. Het aantal opgenomen coupletten werd steeds kleiner: van acht (in Beets’ verzamelde gedichten) naar zeven (bundel 1938), naar vier (Liedboek 1973) en ten slotte naar drie (Liedboek 2013).
Het eerste couplet van Beets’ ‘Kerstpsalm’ luidt als volgt:
Daar is uit ’s werelds duist're wolken
een Licht der lichten opgegaan.
Komt tot Zijn schijnsel, alle volken,
en gij, mijn ziele, bid het aan!
Het komt de schaduwen beschijnen,
de zwarte schaduw van de dood.
De nacht der zonde zal verdwijnen,
genade spreidt haar morgenrood.
En het laatste couplet begint met de versregels:
O Vredevorst! Gij kunt gebieden,
de vrede op aarde en in mijn ziel!
Doe heel mijn ziele U tegenvlieden;
dat al wat ademt voor U kniel!
Woorden als ‘ziele’ en ‘tegenvlieden’ maken duidelijk zichtbaar dat Beets’ taal in sommige opzichten verouderd is.
Het Schriftgedeelte dat hem inspireerde, is Jesaja 9. Daar lezen we over het Messiaanse heil: Het volk dat in duisternis wandelt, zal een groot licht zien. (vs.1) En ook: ‘Want een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven, en de heerschappij rust op Zijn schouder. (vs.5)
In het Liedboek 2013 is het oorspronkelijke lied zeer bekort. Goed herkenbaar gebleven zijn de eerste twee regels – terecht is ‘Daar is’ vervangen door ‘Er is’ – en ook de beginregel van het derde couplet.
Echter, het aantal coupletten is teruggebracht tot drie en de tekst als geheel moeten we een herdichting noemen. Deze is van de hand van een andere dichter, namelijk de predikant-dichter André Troost. Deze versie is ook opgenomen in de bundel Weerklank (2016). Het begin van het eerste couplet luidt nu:
Er is uit ’s werelds duistere wolken
een groot licht stralend opgegaan –
wie wonen in het diepste donker,
zij zullen in het zonlicht staan.
Ongetwijfeld mooie regels, poëtisch gezien, en bovendien hedendaags Nederlands. De kerngedachten van het oorspronkelijke lied bleven gehandhaafd, met name de tegenstelling lichtduisternis.
Godservaring
Beets schreef helaas te veel poëzie – vele, vele honderden verzen – met te weinig zelfkritiek. Maar hier is niet alles mee gezegd. Hij heeft ook kwalitatief goede verzen geschreven, die we vooral moeten zoeken bij zijn kleinere gedichten. Een goed voorbeeld is ‘De moerbeitoppen ruisten’, een duidelijk bijbels geïnspireerd gedicht.
De moerbeitoppen ruisten
‘De moerbeitoppen ruisten; God ging voorbij;
nee, niet voorbij, Hij toefde;
Hij wist wat ik behoefde, en sprak tot mij;
sprak tot mij in de stille, de stille nacht;
gedachten, die mij kwelden,
vervolgden en ontstelden, verdreef Hij zacht.
Hij liet Zijn vrede dalen op ziel en zin;
’k voelde in Zijn vaderarmen
mij koestren en beschermen, en sluimerde in.
De morgen, die mij wekte, begroette ik blij.
Ik had zo zacht geslapen,
en Gij, mijn Schild en Wapen, waart nog nabij.
Dit fijnzinnige gedicht geeft in kort bestek – met eenvoudige zinnen en woordkeus – een indringende godservaring weer, een diepe beleving van Gods nabijheid. De dichter maakt daarbij gebruik van een bijbels gegeven: zowel in 2 Samuel 5 als in 1 Kronieken 14 lezen we dat David wacht op een goddelijk teken, namelijk Gods ‘voetstappen in de toppen van de moerbeibomen’.
Nabij gekomen
‘De moerbeitoppen ruisten’ is geen specifiek kerstgedicht. Toch zijn er duidelijke parallellen aan te wijzen met de kerstgeschiedenis in het Nieuwe Testament, de komst van Jezus in onze duistere wereld. Ook is er overeenkomst met enkele bekende kerstliederen. Ik denk aan ‘de stille nacht’ in de tweede strofe. En de versregel ‘Hij liet Zijn vrede dalen’ in de derde strofe roept als vanzelf ‘vrede op aarde’ op uit de engelenzang in Lukas 2.
Het laatste woord van het gedicht is ‘nabij’, bij uitstek een woord dat van toepassing is op de geboorte van Jezus in Bethlehem. In Hem kwam God ons, zondige mensen, ‘nabij’. Christus is het ‘Licht der lichten’, dat de duisternis en de vorst der duisternis overwint.
Maar aan dat Licht kunnen we ook voorbijgaan. Het gaat om kómen tot dat Licht. Hier past geen vrijblijvendheid. Vandaar de dringende oproep in de ‘Kerstpsalm’ van Beets: ‘Kómt tot Zijn schijnsel’, kom tot Hem Die het ‘Licht der lichten’ is.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 december 2019
De Waarheidsvriend | 28 Pagina's

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 december 2019
De Waarheidsvriend | 28 Pagina's