Vrolijke plicht
John Piper: ‘Zonder Gods kracht zijn goede voornemens godloos’
De drempel naar het nieuwe jaar is de tijd van goede voornemens. We nemen ons voor nu echt op dieet te gaan, twee keer per week te gaan sporten en elke dag stille tijd te houden.
Het mooie van goede voornemens is dat ze goed zijn, de keerzijde is dat het ons maar zelden lukt om ons eraan te houden. Dus dan maar geen goede voornemens? Nee, zegt John Piper, voorganger van de Bethlehem Church in het Amerikaanse Minneapolis. Met voornemens is niets mis, mits we de kracht van God zoeken om ze ten uitvoer te brengen.
Als uitgangspunt voor zijn preek hierover neemt Piper 2 Thessalonicenzen 1:11,12:
Hiertoe bidden wij ook altijd voor u, dat onze God u de roeping waardig zal achten en elk welbehagen in goedheid en werk van geloof met kracht zal vervolmaken, opdat de naam van onze Heer Jezus in u verheerlijkt zal worden en gij in Hem, overeenkomstig de genade van onze God en van de Heer, Jezus Christus. (noot van de redactie: ‘elk welbehagen in goedheid’ wordt in sommige Engelse vertalingen weergegeven met het woord ‘resolve’, voornemen)
Roeping
John Piper: ‘Het is de vrolijke, mooie plicht van alle christenen om te vertrouwen op Gods kracht als het gaat om het uitvoeren van goede voornemens. Paulus bidt immers aan het eind van vers 11 dat God ‘elk welbehagen in goedheid en werk van geloof met kracht zal vervolmaken’.
Waarom is dat onze plicht? Het eerste antwoord daarop wordt in vers 11 gegeven: als we vertrouwen op Gods kracht om goede voornemens gestalte te geven, worden we daardoor Gods roeping waardig geacht. (…) Waardig geacht betekent niet dat je de roeping verdient, maar dat die bij je past.
Stel dat je een bijzondere gast te logeren krijgt en jij de logeerkamer op gaat knappen. Alles krijgt een beurt, en je komt tot de conclusie dat die oude schemerlamp echt weg moet. Hij past niet meer bij de rest van de logeerkamer. (…) Zo is het ook in ons leven: God is begonnen aan een opknapbeurt en daarbij komen dingen aan het licht die simpelweg niet passen bij onze nieuwe roeping. Zoek dan naar Gods kracht om het voornemen te volbrengen om je van deze dingen te ontdoen. Zolang je dat niet doet, is er een knagend besef dat er iets niet klopt in je leven. We moeten Zijn kracht zoeken, omdat God ons op deze manier onze roeping tot heerlijkheid waardig acht. Hij maakt ons leven passend voor Zijn bestemming.
Jezus’ naam verheerlijken
De tweede reden om Gods kracht te zoeken in het uitvoeren van goede voornemens staat in de eerste helft van vers 12: ‘opdat de naam van onze Heer Jezus in u verheerlijkt zal worden’. Wanneer je je best doet om een kamer netjes en mooi te maken voor je logé, toon je daarmee het respect dat je voor je gast hebt. (…) Maar er is nog een diepere betekenis. Vers 11 is een gebed dat God ‘elk welbehagen in goedheid zal vervolmaken met Zijn kracht’! Deze kracht komt van Christus, want vers 12 eindigt met de woorden: ‘overeenkomstig de genade van onze God en van de Heer, Jezus Christus.’ Daarom wordt de Heere Jezus verheerlijkt. (…) God geeft de kracht; God ontvangt de eer door Jezus Christus.
(…) Paulus zegt: Bedenk geen goede voornemens zonder God. Een voornemen is godloos, zonder God, als je niet vertrouwt op Gods kracht om het voornemen ten uitvoer te brengen en God niet de eer geeft wanneer het lukt. Godloze moraliteit is het gestalte geven aan goede voornemens buiten Gods kracht om en zonder Hem de eer ervoor te geven. Maar, ons grote verlangen is om Jezus Christus in deze wereld de eer te geven, en daarom zoeken we de kracht van God om onze goede voornemens ten uitvoer te brengen. Als je Zijn kracht zoekt, krijgt Hij de eer.
Hoe?
Nu is de vraag: wat betekent het praktisch om Gods
kracht te zoeken in het ten uitvoer brengen van goede voornemens?
In de eerste plaats betekent het zoeken van Gods kracht NIET dat we onze eigen wil uitschakelen.(…) God werkt met Zijn kracht onder, achter en in onze wil, niet in plaats van onze wil. Het bewijs van Gods kracht in ons leven is niet de afwezigheid van onze wil maar juist hoe sterk die is.
Mensen die zeggen: ik geloof in Gods soevereiniteit, dus ik doe niks en wacht lekker af, geloven niet echt in Gods soevereiniteit. Want waarom zou je Hem anders zo schaamteloos ongehoorzaam zijn? Als je niets doet, doe je in feite niet niets: je kiest ervoor om passief te blijven. En als dat de manier is waarmee je met zonde of verleiding omgaat in je leven, is dat schaamteloze ongehoorzaamheid, want we worden opgeroepen om de goede strijd te strijden (1 Tim.1:18), de duivel te weerstaan (Jak.4:7) en naar heiligheid te streven (Hebr.12:14). (…) Als er sprake is van een slepende zonde in je leven of je er maar niet toe komt om iets te doen wat je moet doen, dan stapel je je ongehoorzaamheid op. (...)
Werk van geloof
Als we voor een goed voornemen de kracht van God nodig hebben om die ten uitvoer te brengen, kunnen we het ook een werk van geloof noemen. (…) De menselijke tegenhanger van Gods kracht is geloof. Dus het volbrengen van een voornemen door Gods kracht is een werk van geloof. Het is een werk dat door het vertrouwen in Gods beloften mogelijk wordt gemaakt. Ik illustreer dit met een voorbeeld. Stel dat je je voorneemt om elke dag vijftien minuten de Bijbel te lezen. Hoe wordt dat een werk van ge‑loof? Dat kan als alles wat het in de weg staat overwonnen wordt door te geloven in Gods beloften. Bijvoorbeeld: als je je dit voorneemt, wapen je je met de beloften van Psalm 1:
‘Welzalig de man (…) die zijn vreugde vindt in de wet van de Heere en Zijn wet dag en nacht overdenkt. Want hij zal zijn als een boom, geplant aan waterbeken, die zijn vrucht geeft op zijn tijd, waarvan het blad niet afvalt; al wat hij doet, zal goed gelukken.’
Als je ’s ochtends opstaat en denkt aan de honderd dingen die je vandaag moet doen en de gedachte binnensluipt dat je welzijn afhangt van direct aan het werk gaan in plaats van deze ochtend tijd te nemen voor Gods Woord, op dat moment zegt de stem van het geloof: ‘Ik geloof Psalm 1 en niet deze slechte gedachte die satan mij zojuist influisterde. De man (of vrouw) die de tijd neemt om te Gods Woord te overdenken is ‘als een boom, geplant aan waterbeken, die zijn vrucht geeft op zijn tijd, waarvan het blad niet afvalt; al wat hij doet, zal goed gelukken’!’ Op deze manier versla je door het geloof de verleiding om het goede voornemen geweld aan te doen, en wordt het een werk van geloof. (…)
Beloften
Als Paulus bidt ‘dat onze God u de roeping waardig zal achten en elk welbehagen in goedheid en werk van geloof met kracht zal vervolmaken’, bidt hij in feite dat God ons geloof in Zijn beloften versterkt. Met andere woorden, de kracht van God om onze goede voornemens te volbrengen, is eenvoudig Zijn werk om onze onredelijke neiging om Zijn Woord niet te geloven, te overwinnen.
Verkorte weergave
Deze tekst is een verkorte weergave van een preek van John Piper, getiteld: ‘The glory of God in the Good Resolves of His People’. De Engelse vertaling van de tekst uit 2 Thessalonicenzen 1:11 waar John Piper vanuit gaat, komt niet overeen met de vertaling van de HSV, die luidt: ‘Daarom bidden wij ook altijd voor u dat onze God u de roeping waard acht en Hij al het welbehagen van Zijn goedheid en het werk van het geloof met kracht volbrengt’. We hebben gekozen voor de vertaling van de Naardense Bijbel, die naar onze overtuiging in dit geval beter aansluit bij de bedoeling van de grondtekst.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 januari 2020
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 januari 2020
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's