De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

‘De nood is groot’

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

‘De nood is groot’

NET Foundation traint voorgangers op de plek waar ze zijn

7 minuten leestijd Arcering uitzetten

Wereldwijd voorgangers trainen om op een bijbelgetrouwe manier leiding te geven aan hun gemeenten, dat is waar NET Foundation uit Apeldoorn voor staat. ‘Soms hebben voorgangers geen enkele theologische kennis en verkondigen ze totaal onbijbelse dingen,’ vertelt Raymond Warnaar, de directeur van de organisatie die in 2006 werd opgericht.

Onze centrale visie is om te zorgen dat zoveel mogelijk voorgangers worden toegerust,’ licht Warnaar toe. ‘We maken gebruik van moderne middelen zoals internet, waarbij we proberen om zo goed mogelijk aan te sluiten bij de lokale context. De voortdurende uitdaging daarbij is om te zoeken naar het punt waarop je dingen overdraagt aan de lokale mensen, die dichter bij onze doelgroep staan.’

De nood is groot. Met stip op nummer één van onbijbels onderwijs staat welvaartsprediking: ‘Als je in God gelooft, ben je niet of nauwelijks meer vatbaar voor ziekte, krijg je een goede baan en het helpt als je veel geld geeft aan de kerk. Het onderwerp genade wordt erg onderbelicht. Ook ontbreekt er een gezond zicht op wat de doop betekent. In de meeste gevallen worden mensen gedoopt wanneer ze al volwassen zijn. Dat is in hun ogen hun eigen beslissing en als je dan weer een keer een zonde doet, ben je verloren. De notie ontbreekt dat de doop een verbond is met God, waar Hij Zelf het initiatief toe nam.’

Visie

NET Foundation (NET staat oorspronkelijk voor Network Education Theology) bindt zich niet aan één bepaalde denominatie: ‘Onze instelling is steeds geweest om breed samen te werken, met mensen en scholen die de Bijbel erkennen als het gezaghebbende Woord van God.’ Ook de achterban is breed. In het bestuur zitten, naast vertegenwoor‑digers uit verschillende kerkgenootschappen, twee mensen uit de kring van de Gereformeerde Bond, dr. M.J. Paul en drs. Tineke van der Waal.

‘Wij maken gebruik van lokale bijbelscholen die online theologisch onderwijs aanbieden, zoals bacheloren masteropleidingen. Maar daarnaast richten we ons op een doelgroep die dat niveau lang niet haalt.’ Dat betekent dus dat NET zich niet alleen op voorgangers richt. ‘Wij richten ons op de laag die leiding geeft in gemeenten, die het Evangelie doorgeeft aan anderen – dat kunnen allerlei mensen zijn. Evangelisten, diakenen, zondagsschoolleiders, vrouwen van dominees, die vaak zorgen voor het vrouwelijke deel van de gemeente, enzovoort.’

Roer omgegooid

‘Een jaar of twee geleden hebben we het roer omgegooid. We begonnen als organisatie die online materialen beschikbaar stelde aan bijbelscholen in het buitenland. De Christelijke Hogeschool Ede benaderde ons in 2006 met het verlangen om studenten wereldwijd te gaan dienen. Ik had bij Baan als software consultant gewerkt en en was zendeling voor de ZGG (Zending Gereformeerde Gemeenten) geweest in Zuid-Amerika. Ik had dus ervaring met zowel theologisch onderwijs als met software. We gingen bijbelscholen in het buitenland bedienen met online materiaal. In een land als Colombia heb je goed internet. Sommige scholen zag je groeien van vijftig studenten op campus naar 300 online.

Op een gegeven moment groeide het verlangen om lekenvoorgangers te bereiken. Het is een sprookje dat alles online gedaan kan worden. Wil je dat een bijbelschool bezig gaat, dan zul je echt een relatie met zo’n school moeten aangaan en onderhouden; zo zijn we gekomen tot het opzetten van studiecentra. We hebben zes gebieden waar we onze eigen studiecentra hebben: in Kenia, Oeganda, India, Pakistan, Cuba en Ecuador.’

Wat moet ik me voorstellen bij zo’n studiecentrum?

‘Die bestaan uit een groepje van drie of vier trainers (dus niet een fysiek gebouw), die gemotiveerd zijn om in hun eigen context mensen te trainen om leiding te geven binnen de gemeenten. Deze trainers zijn vaak mensen met een basis theologische opleiding, die we vervolgens gaan trainen om zelf te kunnen trainen. Zij organiseren in hun eigen gebieden driedaagse conferenties; daar komt geen internet of computer aan te pas. Je moet je voorstellen dat het afgelegen gebieden zijn, waar je via een zandweggetje moet komen.’

Deze zes studiecentra dienen als proeftuinen van hoe het onderwijs aan voorgangers het beste vormgegeven kan worden. Ze worden bemenst en gefinancierd door NET en worden één à tweemaal per jaar door iemand van de stichting bezocht. Op mijn vraag of deze centra niet veel financiën opslokken, antwoordt Warnaar: ‘Deze investering vinden we nodig om te zien wat er met onze materialen gebeurt en hoe je een prototype kunt neerzetten dat gekopieerd kan worden. We willen dit drie jaar per plek volhouden en dan kijken of we het zo kunnen faciliteren dat de lokale trainers het kunnen overnemen. Naast deze zes studiecentra helpen we in een heel aantal landen met online training van lokale trainers, zoals in Burundi, Ethopië en Nigeria. In principe worden deze studiecentra niet door ons bezocht en is onze financiële bijdrage beperkt.’

Kenia

In Kenia is Eric Ngala Mutumbi een van de mensen die, met hulp van twee anderen, lokale voorgangers traint. Hij is doctor in de theologie en geeft masteropleidingen aan studenten theologie, maar kreeg het verlangen om een grote laag mensen onder het niveau van die opleiding te bereiken. ‘Wij gaan naar de mensen toe, we onderwijzen hen waar zij zijn. Velen van deze voorgangers hebben niet eens een Bijbel. Ze hebben het over visioenen, dromen en openbaringen. Ze houden van mooie titels voor zichzelf, waarmee ze indruk willen maken op hun gemeenteleden, zoals profeet, kardinaal, bischop, apostel, hoofdbisschop, van alles. Ze kleden zich in speciale gewaden en laten hun baard groeien, net zoals Mozes, die ze op een plaatje gezien hebben. Het is belangrijk om tactvol met hen om te gaan. Als zij het gevoel hebben dat wij op hen neerkijken, komen ze niet terug naar de training.

We beginnen altijd met het geven van een cursus over de Bijbel. Zij moeten eerst tot de overtuiging komen dat de Bijbel Gods Woord is. Wij zeggen tegen hen: ‘Het onderwijs dat wij geven, is niet gebaseerd op wat wij vinden, maar op wat de Bijbel zegt.’ Het mooie is dat sommigen van hen hun kippen verkopen zodat ze een Bijbel kunnen aanschaffen.’

Praktisch

Op die driedaagse conferenties worden basale onderwerpen behandeld, zoals: ‘Zorg voor Mijn schapen’, ‘Gods verlossingsplan’, ‘Overzicht van het Oude Testament, van het Nieuwe Testament’, enzovoorts. Eric Ngala over de cursus ‘Zorg voor Mijn schapen’: ‘Een herder woont midden onder zijn schapen en leidt hen naar groene weiden en stille wateren. Als de deelnemers dat horen, zeggen ze: ‘Ja, we moeten voor onze mensen zorgen, hen voeden en weiden vanuit de Bijbel, het Woord van God!’ Het staat haaks op hoe ze tot dan toe met hun gemeenteleden omgingen.’

De opzet is praktisch. ‘Aan het eind van een cursus geven we hen een opdracht waarmee ze in hun eigen kerk aan de slag moeten. Als ze ergens tegenaan lopen, kunnen ze ons bellen of appen. Na drie maanden komen ze terug en moeten ze rapporteren wat er goed ging en minder goed, en een korte presentatie geven over het geleerde en hoe ze dat toegepast hebben. Als een aantal van hen tegen dezelf de dingen zijn aangelopen, besteden we aan die onderwerpen aandacht in de volgende training,’ vertelt Ngala. Een van de grote problemen waar de voorgangers tegenaan lopen, is het gebrek aan bijbels in gemeenten. ‘Vaak hebben maar één of twee mensen in de hele gemeente een bijbel.’

Is het materiaal, dat in Nederland geschreven is, wel geschikt voor verschillende contexten? Warnaar: ‘Wij zorgen dat het materiaal helemaal bijbel-gerelateerd is. Er komt geen Calvijn of Luther aan te pas. De lokale trainers kunnen inzoomen op specifieke onderwerpen in hun eigen context. Bijvoorbeeld problemen rond het huwelijk, polygamie, meisjesbesnijdenis, etc.’ Ngala: ‘Soms moeten we de stof vereenvoudigen. Het moet in de lokale taal uit te leggen zijn.’

Bindmiddel

Nu de organisatie ruim twaalf jaar bestaat, is Warnaar meer dan ooit gemotiveerd om door te gaan: ‘De achterban vraagt weleens: ‘Is dat nu nodig, weer een organisatie?’ Wij proberen zoveel mogelijk complementair bezig te zijn, aan te vullen en te assisteren waar we kunnen – we fungeren als een soort bindmiddel. De nood is enorm groot, daar raak ik steeds meer van overtuigd. Je komt op allerlei plekken leiders tegen zonder enige opleiding, maar het zijn wel mensen die honderd gemeenteleden onder hun hoede hebben.’

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 januari 2020

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

‘De nood is groot’

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 januari 2020

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's