De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Globaal bekeken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Globaal bekeken

4 minuten leestijd Arcering uitzetten

Opnieuw een fragment uit het boekje dat ik de vorige keer in deze rubriek citeerde, van de Walcherse boer Geschiere. Deze week gaat het over de invoer van een ‘veerwagen’ in de landbouw:

Een boer bracht zijn wagen naar een rijtuigsmid en gelastte, op voor- en achteras ieder twee veeren aan te brengen, waar dan zijn wagenbak op rustte. Het was wel wat potsierlijk, maar het was ook de eerste. Sedert dien tijd is daar natuurlijk veel verbetering en verfraaiing in gekomen.

Den eersten marktdag, dat zijn wagen klaar was, reed hij stadwaarts en in flinken draf reed hij niet alleen door Middelburgs straten, maar ook eenige malen rond de markt tot groote hilariteit der marktbewoners. Hij werd bewonderd, benijd en beklaagd, echter niemand moeide hem. Maar nu was ook het ijs gebroken. Een welgestelde landbouwer, die dicht bij Veere woonde en den akeligen hollebolligen keiweg Middelburg – Veere dikwijls berijden moest, volgde het voorbeeld. Een derde landbouwer had een zwakke vrouw en liet om harentwille een veerwagen maken.

Na dien tijd zijn ze snel in aantal toegenomen, tal van veerwagens werden er jaarlijks gemaakt. Nu rijdt geen enkele boer meer zonder veeren, ja er is haast geen karretje meer zonder die dingen.

Jammer, dat vele vrome menschen aan die veerwagens zoo principieel geërgerd waren. Met mijn eigen ooren heb ik het gehoord, hoe zeker landbouwer, die het gewaagd had zich een veerwagen aan te schaffen, door de vromen diep beklaagd werd. Men had wat beters van hem verwacht, wijl ze bewust waren, ‘dat zoo’n wagen een voertuig naar de hel was!’

Hoe is het toch mogelijk, dat zulke menschen niet inzien willen, dat er in de schepping Gods nooit stilstand geweest is, ook niet zijn kan en mag. God geeft immers ook mensen het vernuft tot allerlei uitvindingen!

Ik hoorde in mijn jeugd eens een stok-ouden man zeggen, dat toen in het einde der 17e of het begin der 18e eeuw de windmolens (wanmolens stond er, v.d.G.) uitgevonden werden, de vromen op hun knieën sloegen, met de woorden: ‘Nu wil men toch Gods wind namaken.’

Hoe kleinzielig! Zoo was het met de parapluies. Hoe is daar in mijn jeugd over gesproken! Mijn ooren hebben het gehoord, dat er zeiden: ‘Als de goede God ons Zijn vruchtbaren regen geeft, gaan de menschen zich onder zoo’n ding verbergen.’ (…)

Te hopen is, dat de aanvankelijke malaise dien voortgang niet stuit. Geve de Heere onzen landbouwers maar in ootmoedigheid Gods weldaden te genieten. Hieronder volgt een fragment uit een boekje met de titel Echt geluk, van de Schotse, jong overleden prediker Andrew Gray (1633-1656) in de serie ‘Ontmoetingen met puriteinen’ (De Banier, Apeldoorn):

Van Luther zijn drie wondertekenen bekend geworden. Dat hij het tegen de paus opnam was een groot wonder. Dat hij zegevierde over de paus was een nog groter wonder. Dat hij in bed en in vrede kon sterven, in zijn eigen land waar hij was geboren, lijkt wel het grootste wonder, vooral om het grote aantal vijanden dat hij had. Daarbij waren zijn ontsnappingen uit menig gevaar weinig minder dan wonderbaarlijk. Zo ontkwam hij aan het gevaar van een steen in het gewelf waaronder hij zat. Die steen viel op de plek waar hij had gezeten, juist toen hij was opgestaan. Die steen zou hem vermorzeld hebben als hij op hem was gevallen. Niet minder bijzonder en prachtig was de ontsnapping van Ambrosius, toen Valentini met een stel soldaten de tempel had belegerd waar Ambrosius in gebed was. Valentini beval hem uit de tempel te komen, maar Ambrosius weigerde dat. Hij zei dat hij de schaapskooi van Christus niet zou verlaten om wolven binnen te laten komen, maar dat hij bereid was te sterven op die plaats. Valentini werd zo bevreesd door dat dappere betoog dat hij zich terugtrok zonder hem iets aan te doen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 februari 2020

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Globaal bekeken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 februari 2020

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's