Globaal bekeken
Na de Eerste Wereldoorlog werden tussen 1920 en 1930 60.000 kinderen uit Hongarije enkele maanden naar het buitenland gebracht om bij te komen van ontberingen. Dr. Maarten J. Aalders schreef een fraai boek over De Hongaarse Kindertreinen. Een levende brug tussen Hongarije, Nederland en België na de Eerste Wereldoorlog (uitg. Verloren, Hilversum). Een fragment:
Het meest representatieve kunstwerk is het glas-in-loodraam dat vertegenwoordigers van het Hongaarsch- Nederlands Genootschap uit Boedapest op 21 december 1923 als symbool van de Hongaarse dankbetuiging aan koningin Wilhelmina overhandigden in de Beeldenzaal van Paleis Noordeinde ter gelegenheid van haar 25-jarig regeringsjubileum. Het is bijzonder dat de Hongaren met dit geschenk de relatie tussen de twee volkeren analyseren. Het gedenkraam laat zien op welke manier Nederland de Hongaarse kinderen na de Eerste Wereldoorlog hielp, en het plaatst deze gebeurtenis in context van de al veel langer bestaande, protestantse Nederlands-Hongaarse solidariteit. In het bovenste deel van het raam is koningin Wilhelmina te zien in Friese klederdracht. Kinderen brengen van rechts en links bloemenkransen, terwijl de koningin met een beschermend gebaar de schouders van twee kinderen omarmt die hun hoofdje in haar schoot leggen. •••
In een themanummer ‘Hoe zie je Israël?’ van Israël en de Kerk zegt rabbijn David Broadman over de functie van de staat Israël:
Wij leven in een moderne maatschappij waar we niet afzonderlijk staan van de wereld om ons heen. Je kunt niet zeggen: ik leef hier helemaal afgezonderd. Er staat wel in de Tora dat Israël behoort te zijn ‘een volk dat alleen woont’. Dat betekent misschien in de eerste plaats ook dat wij assimilatie tegengaan en de instandhouding van het Joodse volk proberen te bevorderen. Maar economisch en in elke vorm van het moderne leven kan het niet zonder het apparaat van de staat. En daarom heeft vooral opperrabbijn Kook er steeds voor gepleit dat wij bijzonder dankbaar moeten zijn jegens de seculiere chaloetsiem (pioniers) die het land opbouwen, wat misschien de orthodoxie met al het verlangen om hier te zijn niet had kunnen doen. Dus wij zijn de seculiere zionisten aan de ene kant bijzonder dankbaar, dat zij de mogelijkheden hebben gecreëerd om een Joodse staat op te richten, die functioneert met alle moderne middelen, wat betreft de veiligheid, de contacten met de wereld, enzovoort. Maar jammer genoeg zien we ook een andere kant. Doordat men zo de nadruk heeft gelegd op het seculier zionisme is er in feite een gevaar ontstaan voor het welzijn van het Joodse volk.
Rectificatie: In het nummer van 6 februari gaf ik abusievelijk aan dat de wanmolen in het stukje van boer Geschiere een windmolen moest zijn. Een lezer gaf me door wat een wanmolen is.
Het gaat hier om een wanmolen en niet om een windmolen. Een windmolen – in welke vorm dan ook – maakt gebruik van de natuurlijke wind, en maakt dus zelf geen wind. Een wanmolen doet dat wel en werd gebruikt bij het schonen van het koren, anders gezegd, het scheiden van het graan en het kaf met onkruidzaden, het zogenoemde ‘wannen’. (…) De wanmolen (het eerste exemplaar dateert uit de zeventiende eeuw) is een apparaat met een schoepenrad, waarmee een horizontale luchtstroom ontstaat door te draaien aan de slinger. Het ongeschoonde graan laat men van bovenaf in de luchtstroom vallen, het kaf wordt weggeblazen en het geschoonde graan valt onder in de wanmolen. Daarmee wordt het vervolg van de tekst in het citaat duidelijk waar staat: ‘Nu wil men toch Gods wind namaken’.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 februari 2020
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 februari 2020
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's