Een diaconale blik
Leven in gebrokenheid (9)
Lijden en gebrokenheid laten zich op velerlei manieren zien: in gebroken relaties, ziekte of handicap, verslaving en schulden. De kerk heeft zich al eeuwen ingezet om mensen bij te staan in gebrokenheid en lijden.
Uit bewogenheid met de naaste die lijdt, gemotiveerd door het goede nieuws van Jezus Christus, zijn ziekenhuizen en weeshuizen gesticht en zijn er allerlei stichtingen om armoede te bestrijden en nood te lenigen.
Zelfredzaam
Deze rol werd door de Nederlandse overheid overgenomen toen deze de verzorgingsstaat inrichtte. Inmiddels leven we in een participatiesamenleving, waarin mensen geacht worden zelfredzaam te zijn. Deze veranderde politieke koers vraagt van de kerk een hernieuwde bezinning op hun rol in de maatschappij. Welke roeping hebben we als kerk voor de mensen om ons heen? Hoe kunnen we iets van het Evangelie delen met de mensen in onze wijk? Hoe maken we iets van Gods liefde en genade voor ge‑broken mensen zichtbaar voor mensen, ook als zij nooit in de kerk komen?
Grote, ingewikkelde vragen, waar we wellicht verlegen mee zijn. Juist omdat niet alleen de samenleving, maar ook de kerk veranderd is in de afgelopen decennia. Op veel plekken is de kerk kleiner in aantal dan voorheen. Maar we voelen aan dat dit belangrijke vragen zijn, vragen waar het om gaat.
In de bezinning op deze vragen moeten we niet vergeten dat het Evangelie niet alleen gaat over ons zielenheil, maar dat het betrekking heeft op ons als compleet mens, in ziel, geest en lichaam. Of, beter gezegd, het Evangelie heeft betrekking op de hele wereld, de hele kosmos. De hele schepping zucht en verwacht met reikhalzend verlangen op het openbaar worden van de kinderen van God (Rom.8:19- 22). Het bijbelse verhaal moeten we daarom niet versmallen tot de boodschap van redding van zonden. Gods doel is niet enkel mensen te redden van het oordeel, Hij wil uiteindelijk Zijn hele door zonde en kwaad vernielde schepping vernieuwen.
Bezetene
Als mensen hebben we te maken allerlei vormen van lijden en gebrokenheid, en we hebben op velerlei terreinen van het leven vernieuwing en genezing nodig. De geschiedenis van de genezing van de bezetene in Markus 5:1-20 geeft ons goed inzicht in hoe dit samenhangt met het handelen van de Heere Jezus toen Hij op aarde was. De Heere ziet de bezeten man, Hij geneest hem, onderwijst hem en stuurt hem op pad om het Evangelie verder te vertellen.
We kijken hier nog iets nauwkeuriger naar:
1. Allereerst heeft Jezus oog voor deze man. Hij heeft oprechte interesse en vraagt naar zijn naam. Hij neemt de tijd en ziet de man zoals hij is. Dat ‘zien’ is belangrijk. ‘Zien’ is meer dan kijken, waarnemen. ‘Zien’ gaat over interesse, je verdiepen in de mens die je tegenkomt. John Stott verbindt het ‘zien’ met bewogenheid met de ander. ‘Zien’ betekent ook de nood en het lijden van een ander zien. Als christen moet dat ons in beweging zetten. Stott zegt: eerst een broeder of zuster in nood zien en ten tweede zelf middelen hebben om deze nood te lenigen. Als ik geen verband leg tussen wat ik ‘heb’ en wat ik ‘zie’, dan kan ik niet beweren de liefde van God in mij te hebben. Dit principe is van toepassing op elk soort waargenomen nood: ik kan geestelijke nood zien, zonde, schuld, verlorenheid, en kennis van het Evangelie hebben om eraan tegemoet te komen.
Ook kan ik andere nood zien: ziekte, verwaarlozing, slechte woonomstandigheden, en deskundigheid hebben om in die nood te voorzien. Stott baseert dit op 1 Johannes 3:17,18: ‘Wie dan de goederen van de wereld heeft, en zijn broeder gebrek ziet lijden, maar zijn hart voor hem toesluit, hoe kan de liefde van God in hem blijven?
Mijn lieve kinderen, laten wij niet liefhebben met het woord of met de tong, maar met de daad en in waarheid.’
2. De Heere Jezus verlost deze bezeten man. Hij heeft aandacht voor het lijden dat veroorzaakt was door bezetenheid. De man leed lichamelijk, maar ook geestelijk door eenzaamheid en verstoting uit de gemeenschap. Deze genezing zou Stott ‘liefde in actie’ noemen, een mens werkelijk zien, met alle nood die daarbij hoort. En als Hij spreekt, wordt de man verlost.
3. Dan zit de man in alle rust bij de Heere Jezus. Wat er precies gezegd is, weten we niet. Maar de Heere vertelde deze man vast over Gods naderende Koninkrijk, en dat Hij als Mensenzoon naar de aarde is gekomen om mensen te redden.
4. Vervolgens wordt de man teruggestuurd naar zijn dorp. Hij mag op pad gaan om het goede nieuws verder te gaan vertellen aan zijn eigen mensen. Om te getuigen van het grote werk dat er in zijn leven gebeurd is.
Dit voorbeeld van Christus helpt ons om te begrijpen hoe wij kunnen aansluiten bij mensen om ons heen die te maken hebben met gebrokenheid en lijden. We leggen de focus op de eerste twee punten: zien en het bieden van hulp.
Actiemodus
Als we horen dat iemand in de problemen zit, zijn we nogal eens geneigd om snel te handelen. We schieten in de actiemodus: we moeten iets regelen! Een inzamelingsactie houden, soep brengen, belastingpapieren invullen, iemand naar het ziekenhuis rijden, enzovoorts, enzovoorts. We zijn daar vaak best goed in als kerkelijke gemeente, en het is waardevol om zo iets te betekenen voor een ander.
Maar er schuilen een paar gevaren in te snel willen handelen. Als we meteen de handen uit de mouwen steken, kunnen we voorbij gaan aan de verticale verbinding, het contact met God. We moeten eerst in gebed gaan om de Heere om wijsheid te vragen voor de situatie en op welke manier we iets kunnen betekenen.
Daarnaast kan te snel willen helpen de horizontale verbinding, die met je medemens, schaden. Door snel te helpen kan een ongelijkheid ontstaan. Als hulpbieder lijken we beter, sterker, vaardiger. Dat gebeurt (meestal) niet bewust en onze hulp is goed bedoeld. Maar ongewild bevestigen we daarmee het beeld wat mensen hebben: die kerkmensen hebben het zo goed en weten het zo goed… Door die ongelijkheid ontstaat afstand, terwijl we op zoek zijn naar verbinding.
Eigen kwetsbaarheid
Die verbinding kunnen we leggen door iemand te zien, aandacht te hebben voor het persoonlijke verhaal. Tijd en aandacht kunnen van groter belang zijn dan praktische hulp, het is kostbaar als we dat iemand als eerste geven. Daarnaast is het belangrijk om in het contact eerlijk te durven zijn onze eigen kwetsbaarheid, over eigen zwakheid, tekortkoming, zonde en gebrokenheid. Want onze levens zijn niet perfect. Ieder van ons heeft te maken met de gevolgen van zonde en gebrokenheid, ook als we Christus hebben leren kennen. We leven allemaal van genade! Het vraagt om moed en zelfkennis om eerlijk over je eigen leven te praten en te getuigen Wie je tot hulp is geweest. Zo kan de Heere onze eigen ervaring met verdriet en moeite gebruiken. Door het te delen met anderen die ook te maken hebben met lijden, mogen zij door onze woorden en daden merken dat we een levende God hebben.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 april 2020
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 april 2020
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's