De komende Christus
Levende verwachting in Bijbel en christenleven (1, ontmoeting met God)
Elk boek heeft een titel. De Bijbel niet. Het woord Bijbel komt van ‘biblia’ en dat betekent gewoon ‘boeken’ of ‘boekrollen’. Maar als de Bijbel wel een titel zou hebben, hoe zou die dan luiden? Zou de titel kunnen zijn: ‘Zie, Hij komt!’?
In de kerkgeschiedenis is er veel nagedacht over de vraag hoe je de verhouding tussen Oude en Nieuwe Testament moet zien. Een van de manieren om die twee delen van de Bijbel te typeren, is dat het Oude Testament het ‘boek van verwachting’ en het Nieuwe Testament het ‘boek van vervulling’ is. Je zou kunnen zeggen: het Oude Testament is ‘zwanger’ van Gods beloften. Die beloften roepen om vervulling. Allermeest de belofte van de komende Verlosser.
Zekerheid
Dat begon al bij de moederbelofte in het paradijs: ‘En Ik zal vijandschap teweegbrengen tussen u en de vrouw, en tussen uw nageslacht en haar Nageslacht; Dat zal u de kop vermorzelen, en u zult Het de hiel vermorzelen.’ (Gen.3:15) Daarna zie je die verwachting terug bij de patriarchen, de aartsvaders. Denk aan Jakob, die op zijn sterfbed uitroept: ‘Op Uw zaligheid wacht ik, Heere!’ (Gen.49:18) Vervolgens is heel de offerdienst een voorafschaduwing van het grote offer dat gebracht zou worden. De psalmen ademen keer op keer de hoop op verlossing en ook andere bijbelboeken vertolken de verwachting van een koning die meer is dan de koningen van Israël. Later proef je het in alle toonaarden bij de profeten, die met grote zekerheid en in een zekere verwachting de profetische boodschap vertolken.
Terwijl het nog eeuwen zou duren, klinkt het bij Jesaja: ‘Want een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven, en de heerschappij rust op Zijn schouder.’ (Jes.9:5) De werkwoordsvorm wordt wel geduid als een ‘profetisch perfectum’. Het klinkt met profetische zekerheid, alsof het al gebeurd is. Het maakt iets duidelijk van de spanningsvolle verwachting waar het eerste Testament van doortrokken is. Het ‘zwanger-zijn’ wordt steeds duidelijker tastbaar. Hoe verder de heilsgeschiedenis ontwikkelt, hoe sterker de verwachting wordt.
Klem
En dan het Nieuwe Testament, het ‘boek van vervulling’. Hij, Die voor eeuwig de trouw bewaart (Ps.146:6), betoont Zich de Getrouwe. God is getrouw (1 Kor.1:9). Die trouw wordt zichtbaar in de machtige vervulling van Gods beloften in Christus Jezus. Eeuwenlang is die vervulling verwacht. Zo lang, dat we horen van de worstelingen in de psalmen: ‘Komt aan Zijn toezegging een einde, van generatie op generatie? Heeft God vergeten genadig te zijn?’ (Ps.77:9-10) Maar God... God vervult Zijn beloften. Christus ís gekomen ‘toen de volheid van de tijd gekomen was’ (Gal.4:4).
Met deze typering van de twee Testamenten als ‘boek van verwachting’ en ‘boek van vervulling’ is echter niet alles gezegd. Al in het Oude Testament zijn momenten aanwijsbaar waarop eerder gedane beloften in vervulling gaan. Tegelijk zijn er beloften die in de tijd van het Nieuwe Testament nog niet of nog niet volkomen hun vervulling krijgen. En voor zover de vervulling wel tastbaar is (allermeest in de komst en in het werk van de Messias van Israël), is die vervulling gelijk weer een opmaat voor hernieuwde verwachting.
Want ook het Nieuwe Testament is ‘zwanger van Gods belofte’. En de gemeente van het Nieuwe Testament wordt met klem opgeroepen om te leven in verwachting. Denk aan het woord van Jezus als Hij wijst op de tekenen van de tijden: ‘Kijk dan omhoog en hef uw hoofd op, omdat uw verlossing nabij is.’ (Luk.21:28) Daarbij klinkt de voortdurende roep om die verwachting ook het leven te laten stempelen: ‘Terwijl u deze dingen verwacht, beijver u om onbevlekt en smetteloos door Hem bevonden te worden in vrede en beschouw het geduld van onze Heere als zaligheid.’ (2 Petr.3:14-15)
Wederkomst
Gesteld kan dus worden dat heel de Bijbel gestempeld wordt door verwachting. De vraag is echter wel om welke verwachting het dan gaat. Is het de verwachting van een nieuwe toekomst? Die verwachting mag er zeker zijn. Toch ligt de nadruk in de Schriften niet op íets dat komt, maar op Hem Die komt. Keer op keer benadrukken de profeten dat in het Oude Testament: God komt. En al gaat dat met allerlei verschijnselen en gebeurtenissen gepaard, het centrale is en blijft dat God Zelf verschijnt. Dat is niet alleen in het Oude Testament, ook het Nieuwe Testament benadrukt die verwachting van Gods eigen komen, maar dan toegespitst op de wederkomst van de Zoon van God. De Heere Jezus zegt meermalen: ‘Als de Zoon des mensen op de aarde komt.’ En in Openbaring 1:7 klinkt het met grote klem: ‘Zie, Hij komt.’
Kosmisch
Je vraagt je af: vanwaar die focus in het Oude Testament op de kómende God? Vanwaar die concentratie in het Nieuwe Testament op de kómende Christus? Is dat niet allereerst en allermeest omdat wij als mens geroepen, gedáágd worden voor het aangezicht van onze Schepper? Bij de Psalmen krijgt dat van tijd tot tijd een kosmisch perspectief. Denk aan Psalm 98:9: ‘Hij komt om de aarde te oordelen. Hij zal de wereld oordelen in gerechtigheid en de volken op billijke wijze oordelen.’ Drie keer het woord ‘oordelen’ in één zin. Het verkondigt ons de komende God als de God Die recht doet: wereldwijd en gericht op alle volken. Het is wat in het Nieuwe Testament met andere woorden klip en klaar wordt vertolkt, als de Hebreeënschrijver zegt dat het ‘voor de mensen beschikt is dat zij eenmaal moeten sterven en dat daarna het oordeel volgt’ (Hebr.9:27). Ook bij Paulus klinkt het, in 2 Korinthe 5:10: ‘Want wij moeten allen voor de rechterstoel van Christus openbaar worden.’
Meedogenloos
Er zal op die grote dag een scheiding plaatsvinden. Wordt die scheiding op die dag voltrokken? De Schriften verkondigen ons iets anders. De Heere zal scheiden wat hier op aarde al onderscheiden is. De verzoening met God door het geloof in de Heere Jezus en de daaruit voortvloeiende wandel overeenkomstig Zijn geboden, dát is wat ons reeds hier en nu doet delen in het leven met God. ‘Wie niet gelooft, is al veroordeeld.’ (Joh.3:18)
Daar ligt dan ook de diepe ernst als het gaat over het komen van God. Al is er voor een kind van God alle reden om ‘die dag met groot verlangen te verwachten’ (NGB 37), tegelijk kan en moet huiver ons hart vervullen als je de woorden van de Schriften hierover tot je door laat dringen. Niet alleen voor jezelf, maar ook met het oog op allen met wie je hier op aarde samenleeft.
Jesaja spreekt over een meedogenloos komen van God: ‘Zie, de dag van de Heere komt, meedogenloos, met verbolgenheid en brandende toorn, om van het land een woestenij te maken en zijn zondaars eruit weg te vagen.’ (13:9) En Amos zegt: ‘Wee hun die verlangend uitzien naar de dag van de Heere! (...) Duisternis zal hij zijn, en geen licht!’ (5:18)
Voor wie van Christus is, is er de roep om biddend te waken en wakend te bidden. Daarom dus die focus op de komende God en op de komende Christus. Het is de diepe ernst van ons leven dat wij en alle mensen onderweg zijn. Wij zijn – om het met klassieke woorden te schrijven – elkaars medereizigers naar de eeuwigheid, naar de ontmoeting met God. Stempelt die ernst ons leven en – als we in het ambt geroepen zijn – ons ambtelijke werk?
Schrik
Nadat de apostel Paulus het heeft gehad over het ‘gedaagd worden’ voor de rechterstoel van Christus, schrijft hij: ‘Nu wij dus deze vrees voor de Heere kennen.’ De Statenvertaling vertolkt: ‘Wij dan, wetende de schrik des Heeren’, en dan vervolgt Paulus: ‘bewegen de mensen tot het geloof.’ (2 Kor.5:11) Soms wordt deze tekst onjuist geciteerd. Dan klinkt er zoiets als: ‘Laat de schrik des Heeren u bewegen tot het geloof.’ Maar dat staat er niet. Wíj die deze vrees voor de Heere kennen... Wij, die geroepen zijn om te dienen namens Christus in het ambt (van alle gelovigen). Wij moeten weten en diep onder de indruk zijn van de realiteit dat Christus komt om te oordelen de levenden en de doden.
‘Want’, zo schrijft Paulus er dan bij, ‘de liefde van Christus dringt ons.’ (2 Kor.5:14) Let wel: de liefde ván Christus! De liefde die ultiem zichtbaar geworden is in Zijn zelfovergave aan het kruis. Die liefde dringt tot wederliefde en tot liefde voor je naaste, die met ons op reis is naar de ontmoeting met God. Wetend hoezeer de Heere te vrezen is, is het de liefde van Christus die ons dringt.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 november 2023
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 november 2023
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's