Ingroeien in je roeping
Stage in de kerkelijke gemeente (2, slot, student)
Om te dienen in het Koninkrijk van God is roeping nodig. Maar hoe roept Hij? Voor een theologiestudent is en blijft dat een vraag. Bij dr. A. van Brummelen las ik eens de voor mij helpende woorden ‘je roeping ingroeien’. Dat zinnetje is blijven haken, en heeft zijn waarde ook bewezen.
Welke betekenis heeft de stageperiode in de gemeente voor mij als student gehad? De rode draad die ik in mijn antwoord wil aanbrengen, is het aspect van ingroeien in je roeping. Het begint wellicht met een verlangen, of met een duidelijk moment waarop een bijbelwoord of een preek je tot in het diepst van je ziel vastgrijpt. Maar als je weg vordert, dan is het de Heere Die je door middel van de geleidelijke weg bevestigt in dat verlangen. Je groeit je roeping ín. Als ik terugkijk op mijn stageperiode, kan ik het niet anders zien dan zo. Het heeft bijgedragen aan een helderder verstaan van de roeping tot het ambt van predikant.
Een predikant zoeken
Als student heb je zelf de vrijheid om uit te zoeken bij wie je stage wilt lopen. Ik heb bij ds. J.B. ten Hove aangeklopt. Aan de opleiding wordt weliswaar gestimuleerd om een predikant te zoeken die niet helemaal in je eigen straatje past of een gemeente met een andere ligging dan jijzelf. Zelf heb ik daarin een andere afweging gemaakt. Ik vond het vooral van belang om vanuit hervormd-gereformeerde principes een gemeente te leren leiden en weiden.
De wegen van ds. Ten Hove en de mijne hadden elkaar al eens eerder gekruist. Dat geeft vertrouwen en daarom wilde ik hem graag vragen. Toen ik hem had benaderd, bleek hij bereid. In de stagetijd leer je elkaar beter kennen en bouw je een band op. Dat komt de vruchtbaarheid van de stage ten goede.
Leidingnemen
De opdrachten die je dient uit te voeren in de gemeente, variëren behoorlijk. Er wordt in de master gemeentepredikant gewerkt met verschillende themavelden. Aan deze themavelden worden dan bijpassende stageopdrachten verbonden. Soms zijn de opdrachten erg afgebakend, soms krijg je veel vrijheid. Die vrijheid gaf ds. Ten Hove mij ook, hij drong er sterk op aan zelf de leiding te nemen.
Als predikant ben je enerzijds heel vrij, anderzijds is het niet moeilijk om geleefd te worden door het vele gemeentewerk. Daarom is het van groot belang duidelijke keuzes te maken en structuur in je ambtelijk werk aan te brengen. Ik denk dan bijvoorbeeld aan de momenten waarop je de zondagse erediensten voorbereidt. Dat is enerzijds persoonlijk; de een werkt nu eenmaal ’s ochtends beter dan een ander. Anderzijds heb je de roeping de erediensten als het kloppende hart van de gemeente zorgvuldig voor te bereiden. Dat vraagt om trouw die zich uit in weloverwogen keuzes. Ik heb daarin de stagetijd als een prachtige oefenplek ervaren. Een tijd waarin je jezelf beter leert kennen, maar niet minder je verantwoordelijkheden.
Leidinggeven
Niet alleen het leidingnemen, ook het leidinggeven was een belangrijk aspect van de stage. Hoe ben je aanwezig in de dynamiek van een kerkenraadsvergadering? Hoe ga je om met ethische thema’s die voor spanning zorgen in de gemeente? Wanneer draag je volledige of gedeelde verantwoordelijkheid? Wat is van belang tijdens een doopzitting? Dat zijn vragen die als vanzelf naar boven komen.
De waarde van de stage is dan niet zozeer dat je aanwezig bent bij een vergadering of bij een doopzitting. De waarde ervan is vooral dat je de mogelijkheid hebt om na afloop daarover door te praten, over bepaalde principes en motieven die je hebt om de dingen te doen zoals je ze doet. Of beter gezegd: hoe kan de gemeente van Christus het beste gebouwd worden? In feite zijn veel van onze gesprekken – en we hebben er heel wat gehad – daarover gegaan.
Unieke tijd
Over pastoraat is het nog weinig gegaan. Voor mij persoonlijk had de aandacht voor pastoraat vanuit de opleiding veel intensiever en actiever mogen zijn. Ik ben in het pastoraat vooral observerend aanwezig geweest. Dat is leerzaam, maar je leert meer door te doen. Samen met ds. Ten Hove hebben we dat enigszins ondervangen doordat ik zelf een paar casussen inbracht uit de praktijk als pastoraal werker. Daar vielen voor mij de dingen vaak pas echt op zijn plek.
Prediking en catechese zijn de onderdelen die meer aan bod zijn gekomen tijdens mijn stage. Veel studenten geven in hun studietijd al catechisatie en wanneer ze bevoegd zijn om voor te gaan, doen ze dat doorgaans ook. Ik vorm daarop geen uitzonde-ring. Het extra van een stage is daarom vooral de mogelijkheid om te bespreken waarom je dingen op een bepaalde manier doet. Zo bespraken we bijvoorbeeld voorafgaand aan de catechisatie inhoudelijk wat ik ging behandelen, achteraf evalueerden we dan hoe ik dat had vormgegeven.
Het is uitzonderlijk dat iemand zo nauw en intensief betrokken is op werk dat je veelal alleen verricht. Dat maakt een stage tot een unieke tijd. De predikant bij wie je stageloopt, is heel bepalend voor je vorming. De band die je met hem opbouwt, wordt zowel collegiaal als broederlijk. Dat laatste uit zich in het gezamenlijke gebed voor het aangezicht van de Heere.
Verlangen
Is het verlangen naar het ambt van predikant aangewakkerd? Ik denk niet zozeer dat het verlangen is aangewakkerd. Voor mij heeft het verlangen wel meer focus gekregen. Hoe dichter je tijdens de stage op de gemeentepraktijk komt te staan, hoe duidelijker je verantwoordelijkheden worden. Dat is echt niet altijd aantrekkelijk, soms ook wel. Ik heb nog weinig ambtsdragers horen spreken over hun verlangen naar de volgende kerkenraadsvergadering. Toch is dat wel wat van je gevraagd wordt en onderdeel van je roeping. Het is eveneens niet aantrekkelijk om in deze tijd predikant te worden in een kerk die niet alleen krimpt, maar ook geestelijk in verval is geraakt. Dat behoedt dus voor allerlei utopische verlangens. Toch heb ik een diep verlangen om de kerk te dienen. Dit verlangen is tijdens de stage meer ingekleurd. Eens te meer werd duidelijk hoezeer we verwachting moeten hebben van Woord en Geest. Als dat ontbreekt, wordt het heel schraal in de kerk. Ik herinner me een schuldbelijdenis uit de stageperiode waar ik bij mocht zijn. ‘We doen dat op de bijbelse manier’, zei ds. Ten Hove. Die avond ging het Woord open, woorden van zonde en genade klonken. En dat had hoorbaar en zichtbaar gevolgen. Een bijzonder moment.
Voor mij werd duidelijk: met dit Woord wil de Heere mij aan het werk zien. De kerk is van haar Hoofd. Hij leeft en daarom zal de kerk ook altijd leven. Waar precies, en met welke aanwezige gasten precies, dat is niet aan mij. Maar dat de bruiloft hoe dan ook doorgaat, dat is zeker vanwege Hem. Uiteindelijk mogen we Hem dienen, en dat is goed. Híj is het die roept.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 november 2023
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 november 2023
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's