Proces van groei
Supervisie voor predikanten - invloed (2, slot)
Tussen twee supervisiebijeenkomsten zit ongeveer twee à drie weken. Zo kan de predikant het geleerde verwerken en inpassen in de praktijk. Een predikant die zich beter kan bewegen op het terrein van de ervaring en van het reflecteren op het eigen gedrag en handelen, komt de gemeente ten goede.
Supervisie wordt bijzonder op prijs gesteld vanuit de nascholing van predikanten in de Protestantse Kerk in Nederland. Er is zelfs een financiële ondersteuning voor gereserveerd van € 720 per traject per dominee. Het is te wensen dat supervisie in de breedte van de reformatorische kerken waardering ontvangt. Waar bestaat zo’n traject van supervisie uit? Hieronder volgt een beschrijving van wat je ervan mag verwachten. Hoe doe je supervisie eigenlijk?
Eigen leerdoel
Wie een supervisietraject afspreekt, moet rekenen op een tiental bijeenkomsten. Het geheel strekt zich uit over een half tot driekwart jaar. Een bijeenkomst duurt ongeveer een uur. Je kunt er echter ook voor kiezen om met twee of drie personen tegelijk supervisie te doen, dan is zo’n bijeenkomst al gauw tweeënhalf tot drie uur, omdat iedereen aan de beurt moet komen. Ter voorbereiding op de bijeenkomst is er een inbreng nodig. Dat kan een preek zijn, of de woordelijke weergave van een gesprek, of de beschrijving van een probleem dat de predikant tegenkwam in de vorm van een casus.
Als de supervisant iets inbrengt, vraagt de supervisor: Wat wil je ermee bereiken? Wat wil je hierdoor leren? Die vragen noemen we leervragen. De predikant heeft daardoor in grote mate zelf in de hand waar het traject heenleidt en of het vruchtbaar zal zijn. Hij stelt immers zelf zijn eigen leerdoel vast. De gesprekken zijn in het algemeen geconcentreerd rondom voortbrengselen van het ambtelijke werk. Het zijn verslagen en beschrijvingen waarin de ervaring van het predikantswerk als het ware is gestold. Supervisie is voor de predikant het leren aan eigen ervaringen in het ambtelijke werk.
Gevoelslagen
Er was een predikant met deze vraag: ‘Ik heb het gevoel dat mijn boodschap zo weinig landt in de gemeente. Hoe kan ik mijn prediking meer handen en voeten geven zodat de mensen er praktisch wat aan hebben?’ Het leidde tot een diepgaand gesprek, waaruit bleek dat de predikant vooral theologisch alles zorgvuldig op een rij wil hebben, alles dogmatisch verantwoord. Maar de vraag: ‘Wat raakt je in deze preekstof?’, opende voor hem een nieuw perspectief. Door zich te bezinnen op het gevoelsaspect kwam hij bij de gevoelslagen terecht, dat wat hem diep in zijn hart raakte.
Hij had in het verleden als het ware een hek voor zijn hart gezet, doordat hij alles wat hij zei, wilde beheersen met zijn denkvermogen. Door supervisie kwam hij zo tot een diepere vraag: wat maakt mij bevreesd om het onbekende terrein van het hart te verkennen? Dat leidde tot gesprekken over het vertrouwen dat God wil helpen, bij de voorbereiding, maar ook bij de uitvoering van het ambtelijke werk. Dat grotere vertrouwen maakte ook gevoeliger, dat kon de gemeente merken.
Praktijk
Als de predikant en de supervisor hun bijeenkomst beëindigen, is het voor de supervisant nog niet klaar. Vóór de volgende bijeenkomst van een week of twee later verwacht de supervisor een verslag waarin beschreven wordt wat de supervisant tijdens het gesprek heeft geleerd, waarover nieuw licht is gaan schijnen, hoe er een nieuw perspectief is opengaan, wat het nieuwe voornemen is en het liefst ook hoe dat dan vorm heeft gekregen. Daarom is het ook zo nuttig dat er een paar weken tussen twee bijeenkomsten liggen. Het is daarom ook nodig dat de nieuwe inbreng van recente datum is, zodat daar de nieuwverworven inzichten reeds tot uitdrukking kunnen komen.
Elk nieuw gesprek begint dan ook met ‘aarden’, of, zo je wilt: ‘landen in het heden’. De vragen: ‘Hoe is het met je?’, en: ‘Hoe is het met je werk gegaan?’, die bij aanvang worden gesteld, reiken verder dan een vorm van beleefdheid. Het is tegelijk ook aansluiting zoeken bij het proces van verandering en verdieping.
Vertrouwelijk
De vraag wat de gemeente hieraan kan hebben, is het waard om gesteld te worden. Mag een gemeente überhaupt weten wat haar predikant doet? De in-houd van het supervisiegeprek is vertrouwelijk, omdat het dikwijls over persoonlijke feiten en ervaringen gaat. De predikant heeft ook zijn ambtsgeheim, dat op gespannen voet staat met het ongecensureerd delen van de inhoud van zijn supervisiegesprekken. Maar de gemeente heeft er natuurlijk wel recht op om te weten waar haar predikant zijn tijd aan besteedt. Het feit van supervisie mag gedeeld worden en de gemeente mag bidden dat het nut zal hebben. Je mag verwachten dat de gemeente, de kerkenraad, de mensen die de dominee op pastoraal bezoek krijgen, en de catechisanten merken dat de predikant een proces van verandering en van groei is ingegaan. Wat hij leert bij supervisie – om zich te richten op het leren aan de praktijk – kan ook een prachtige spin-off (uitwerking) hebben in het gemeentelijke werk. Het vermogen om reflectief te zijn, om te verdiepen kan leiden tot een zich bezinnende gemeente en kerkenraad. Het kan leiden tot een gemeente die opgewekt wordt om terug te zien op haar ervaringen in het geestelijk leven en zich daarover mag verwonderen en verblijden.
Niet maakbaar
Een predikant die zich beter kan bewegen op het terrein van de ervaring en van het reflecteren, komt de gemeente ten goede. De gemeente zou het kunnen merken in zijn leiderschap, in zijn vormgeving van de prediking, in het nabij zijn bij de jongeren in de catechese, in het vormingswerk, in het luisteren en reageren in het pastoraat. Het wordt merkbaar in het stellen van vragen waardoor mensen bij het hart kunnen komen. Dit alles is niet maakbaar, maar wel wat je mag verwachten onder de zegen van God.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 februari 2024
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 februari 2024
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's